Afrika groeit – en blijft vluchten, massaal

Opnieuw verdronken deze week veel Afrikaanse bootvluchtelingen die Fort Europa probeerden te bereiken. Africa is rising? Nee, de stroom vluchtelingen zal aanzwellen, schrijft Arne Doornebal.

Schipbreukelingen uit Afrika, uit zee gered door de Italiaanse marine. Foto Massimo Sestini

Twee kinderen nemen? Dat nooit! Wat nu als ze allebei sterven?” De Congolees Gaston kijkt ernstig. Zijn vriend Amadou vult aan: „Als we vier kinderen willen, nemen we er zes. Willen we er drie, dan maken we er vijf. Zo gaat dat in Congo, er gaan er altijd wel een of twee dood.” Het is dit gesprek, een paar jaar geleden bij een reis over de Congorivier, dat me de ogen opende. Als je bijna een maand met honderd man op een gammel vrachtschip leeft, kom je op een zeker moment wel toe aan gesprekken die de kern raken. Het bleek dat het geloof in het belang van veel kinderen hier in het hart van Afrika nog rotsvast is. „Hoe meer kinderen, hoe groter de kans dat er een bij zit die rijk wordt en later voor je kan zorgen”, legt Gaston nog maar eens uit.

En inderdaad, zo werkt het vaak. Zeven kinderen baarde mijn Oegandese schoonmoeder, van wie er eentje relatief succesvol werd en haar nu onderhoudt. In Westerse landen doet de overheid dat; in Afrika – een paar uitzonderingen daargelaten – de familie. Het westerse model is een soort piramide: ouders helpen hun kinderen financieel, zodat de volgende generatie kan studeren. De basis wordt steeds breder. In Afrika staat die piramide op zijn kop: geld dat eigenlijk in het onderwijs van de jongsten moet worden geïnvesteerd, gaat op aan bejaarden in leven houden – ook als daarvoor een dure ziekenhuisbehandeling nodig is.

Extra kinderen produceren

Terug naar Gaston en Amadou en het ‘produceren’ (zoals ze dat noemen) van twee ‘extra’ kinderen voor het geval ze overlijden. Hun redenering gaat steeds minder vaak op. De zorg is in Afrikaanse landen de afgelopen decennia behoorlijk verbeterd, al dan niet aan de hand van goede doelen, de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie. De kindersterfte is teruggedrongen, de levensverwachting gaat gestaag omhoog. De strijd tegen hiv/aids wordt langzaamaan gewonnen, nare ziekten, zoals malaria, worden steeds beter behandeld.

De mentaliteit is intussen niet mee veranderd. Hoewel het niet langer ‘nodig’ is twee extra baby’s te baren, gebeurt het nog wel. Maar de massale sterfte blijft nu uit. Wat nu?

De babysterfte weer laten toenemen, is natuurlijk geen optie. Zacht aandringen op geboortebeperking wel, maar dat ligt gevoelig. „Onze politici praten wel braaf met de donoren mee over geboortebeperking, maar intussen zetten ze zelf acht kinderen op de wereld”, vertelde een Oegandese topdiplomaat me laatst. Hij knipoogde: „Dat is nu eenmaal onze cultuur, dat verander je niet zomaar. We zijn natuurlijk christenen geworden, maar het principe dat je maar één vrouw mag hebben, vergeten we voor het gemak.”

Een westerling die in Afrika aandringt op geboortebeperking, wordt als neokoloniaal weggezet – of wordt ervan beschuldigd dat hij Afrika wil laten uitsterven.

Er waren 26 miljoen Oegandezen toen ik het land in 2004 voor het eerst bezocht. Een decennium later zijn er 10 miljoen mensen bij gekomen. Nu zou een heel rijk land (denk aan Nederland) het al best moeilijk hebben om 10 miljoen extra burgers te onderhouden maar in Oeganda, met een staatsbegroting kleiner dan die van de stad Amsterdam, zorgt het voor gebrek aan alles: scholen, ziekenhuizen, vervoer. Hoofdstad Kampala slibt dicht.

Ook in Congo gaat het hard. Hoofdstad Kinshasa verdubbelde z’n inwonertal tot zeker tien miljoen mensen in het afgelopen decennium. In verreweg de meeste Afrikaanse landen gaat het zo.

Exploderende bevolking

Die bevolkingsexplosie is de diepere oorzaak van vrijwel alle andere problemen in Afrika. De Oegandese economie mag dan groeien met zo’n 7 procent, maar zelfs dan houdt het land te weinig geld over voor zijn exploderende bevolking. Het beeld uit diverse media dat het ‘verloren continent’ opeens is veranderd in een Africa Rising is veel te optimistisch. We moeten bevolkingsgroei niet verwarren met reële economische groei. Natuurlijk kun je als bierfabriek 10 miljoen nieuwe klanten goed gebruiken, ook al zijn ze arm. In Oeganda heb je beltegoedkaarten van 200 shilling (6 eurocent). Ze zijn een hit onder de tientallen miljoenen armen – die leven liever een dag zonder brood dan zonder beltegoed.

Er zijn bedrijven genoeg die profiteren van kinderrijk Afrika, denk alleen al aan (vaak Nederlandse) producenten van babymelkpoeder. Maar wie goed kijkt, moet concluderen dat Africa helemaal niet rising is. Bekijk de beelden eens van Ceuta en Melilla, de Spaanse enclaves in Noord-Marokko. Het zijn de enige landsgrenzen tussen Afrika en Europa. Duizenden migranten leven daar in de bosjes, zo wanhopig om Afrika te verlaten dat ze zich daarvoor onbeschermd in metershoge hekken vol vlijmscherp prikkeldraad storten. Deze gelukszoekers komen veelal uit Nigeria, Afrika’s grootste economie. Eenmaal over het hek zijn ze in Spanje.

Geen enkele aanhanger van de Africa Rising-theorie heeft me kunnen uit leggen waarom er dit jaar meer Afrikaanse bootvluchtelingen zijn dan ooit tevoren. Waarom zouden mensen uit West-Afrika duizenden kilometers door de woestijn trekken en zich laten inschepen op een gammel vluchtbootje, als er daadwerkelijk zoveel economische kansen op het eigen continent zouden liggen?

We kunnen blijven afreizen naar Afrika om kindjes te knuffelen, of weeshuizen op te richten, maar het is beter na te denken over een strategie die gericht is op het terugdringen van de bevolkingsexplosie en tegelijk daadwerkelijk te zoeken naar verbeteringen van het toekomstperspectief van de honderden miljoenen Afrikaanse jongeren. Dat is geen linkse hobby, maar puur eigenbelang. Want doen we dat niet, dan kloppen binnen de kortste keren honderdduizenden aan de poorten van Europa.