Verbouwing is ode aan juweel van architect Arthur Staal

In de voormalige Shell-kantine in Amsterdam-Noord, ontworpen door Arthur Staal (1907-1993), zit nu Paradiso Noord. Ontwerp van de verbouwing: Dirk Zuiderveld.

Het is alsof er niets gebeurd is. Bijna onzichtbaar is de nieuwe popzaal van Paradiso in de Tolhuistuin, het nieuwe cultureel centrum in Amsterdam-Noord. Wie vanaf de pont over het IJ komt aanlopen, ziet nog altijd dezelfde bijna zwevende dozen op betonnen driehoeken met piramidevormige daken waarin van 1974 tot het begin van de 21ste eeuw de bedrijfskantine van de Shell zat. Alleen aan de achterkant is, vanuit de Tolhuistuin, tussen de piramides een glimp te zien van de toch niet kleine Paradisozaal voor 550 bezoekers.

De voormalige Shellkantine is, evenals de naburige Shelltoren met zijn markante witte kroon uit 1971, ontworpen door Arthur Staal (1907-1993). Staal was een flexibele architect die verschillende keren in zijn carrière wisselde van stijl. In de Shellkantine, een van zijn laatste werken, paste hij de beginselen toe van het structuralisme, dat Aldo van Eyck in de jaren zestig met veel succes had gepropageerd. Net als Van Eycks beroemde Burgerweeshuis in Amsterdam uit 1959 bestaat de Shellkantine uit een aaneenschakeling van vierkante dozen met verschillende formaten. Staal gaf in de Shellkantine wel een eigen, grootse draai aan het structuralisme: met zijn ruime maten en robuuste wanden van geknikt beton is de Shellkantine minder petieterig dan veel gebouwen van Van Eyck.

Het structuralisme was bedoeld als antwoord op het anonieme, grootschalige modernisme van na de Tweede Wereldoorlog. „Maak van iedere deur een groet”, schreef Aldo van Eyck eens over de nieuwe architectuur van de menselijke maat. Toch zijn de ingangen van veel structuralistische gebouwen, zoals die van het oude Vredenburg van Herman Hertzberger in Utrecht, vaak onduidelijk. Ook de ingangen naar de popzaal in de Tolhuistuin zitten verborgen. Bezoekers die voor het eerst naar de popzaal gaan, zijn geneigd om een brede, uitnodigende trap op te lopen. Maar dan komen ze uit op het terras van het net geopende THT-restaurant. De vroegere, verscholen ingangen van de kantine op de begane grond aan de voor- en achterzijde van het gebouw geven toegang tot de Paradisozaal.

Architect Dirk Zuiderveld, de ontwerper van de verbouwing van de Shellkantine, heeft grote ingrepen geschuwd. De meeste aandacht heeft hij besteed aan de popzaal. Die kreeg, onder meer, een smal balkon en akoestische plafonds waarin behalve een luchtkoelingsinstallatie ook een ‘state-of-the-art’ lichtsysteem is opgenomen.

De inrichting van het restaurant en twee zalen voor culturele evenementen sluit nauw aan op oorspronkelijke architectuur van Arthur Staal. De houten latten waarmee de daken van binnen zijn bekleed zijn het uitgangspunt voor de inrichting. Zo zijn de bars, niet alleen in het restaurant maar ook in de foyer van de Paradisozaal, van hout. En behalve enkele oranje kantoorstoelen, zijn ook de tweedehands stoelen in het restaurant van hout en staan ze voor een deel op een laag houten podium. Een ‘groene wand’, van onder tot boven bedekt met verschillende soorten planten, doorbreekt de overheersend beige-bruine kleurstelling.

Door het hele gebouw heeft Zuiderveld houten objecten geplaatst en betimmeringen laten maken. Ze bieden, geheel in de geest van het structuralisme dat ‘ontmoetingen’ wilde stimuleren, informele zit- en hangplekken. Zo is verbouwing van Staals juweel een ode geworden aan een van de beste structuralistische gebouwen van Nederland.