Van club tot imperium

Paradiso is niet meer alleen een club waar bands optreden, maar ook steeds meer concert-promotor. De tijd dat optredens alleen aan de Weteringschans plaatsvonden is al lang voorbij. Want de maat van een zaal is belangrijk. Nu is er ook een echte dependance: Paradiso Noord. „Een bewuste filosofie.”

De concertzaal Paradiso Noord in de Tolhuistuin (A’dam-Noord). Foto’s Roger Cremers

Deze week opent Paradiso officieel haar nieuwe dependance, Paradiso Noord, in Amsterdam-Noord. De ruimte heeft een capaciteit van 550 man en is gevestigd in de voormalige kantine van Shell, in de Tolhuistuin. De popzaal is de nieuwste tak van een conglomeraat dat je inmiddels kunt karakteriseren als ‘Het Paradiso Imperium’.

Want de tijd dat een Paradiso-concert plaats had in de kleine òf de grote zaal in de voormalige kerk aan de Weteringschans, is voorbij. Wie een kaartje koopt voor een Paradiso-concert moet goed opletten waar het evenement zich afspeelt. Dat kan zijn in de eigen grote zaal (capaciteit 1.500) of de kleine zaal (250). Maar sinds een jaar of vijf wijkt Paradiso ook uit naar andere locaties in Amsterdam. Het kerkconcert is populair: in De Duif, de Vondelkerk of de Amstelkerk. Er worden bands geprogrammeerd in rockhol Bitterzoet (360), vlakbij het Centraal Station, er is het stijlvolle People’s Place bij het Vondelpark, er zijn ‘Paradiso-concerten’ in het Concertgebouw en de Heineken Music Hall.

Met deze aanpak onderscheidt Paradiso zich van andere clubs in Nederland, en ook internationaal is dit een onbekende werkwijze. Dat zegt Frans Vreeke, directeur van het zalencomplex TivoliVredenburg in Utrecht. „Wij organiseren af en toe concerten in andere zalen of kerken in de stad, maar alleen tijdens speciale festivals. Bij Paradiso komt het regelmatig voor.”

Mark Minkman, directeur van Paradiso, noemt het een „bewuste filosofie”. „Onze programmeurs gaan ervan uit: een band moet spelen in de juiste zaal, op het juiste moment. De verschillende maten van zalen zijn daarbij behulpzaam. Denk aan rapper Typhoon, die op dit moment ons land verovert. Hij presenteerde een paar maanden geleden zijn nieuwe cd in Paradiso Noord, voor 550 man. Maar in december staat hij in Paradiso, in de grote zaal. Als Typhoon zijn cd-presentatie in die grote zaal had gedaan, en er stonden toen zo’n 600 mensen, was dat geen optimale situatie. In december loopt het vol, dat zie je aankomen.” Zo maak je als programmeur steeds de inschatting, zegt directeur Minkman: „Hoe zal de populariteit van een band zich ontwikkelen? En welke ruimte zoek je daarbij? Alles moet kloppen.”

De maat van een zaal is belangrijk. Een voormalige directeur van Mojo Concerts zei ooit: „Het enige goede concert is een uitverkocht concert.” Dat is goed voor de status van de band, en het publiek heeft het gevoel bij een bijzondere gelegenheid aanwezig te zijn geweest. Vandaar dat bands vaak liever in een te kleine zaal spelen, dan in een niet geheel gevulde grote.

De plannen voor een nieuwe afdeling van Paradiso in Amsterdam-Noord, werden in 2007 gemaakt door toenmalig directeur Pierre Ballings. Het was zo’n beetje rond die tijd dat Paradiso steeds vaker op andere locaties begon te programmeren.

Zo is Paradiso intussen niet meer gewoon een club waar bands optreden, de organisatie opereert als ‘concert-promotor’, vergelijkbaar met Mojo of Friendly Fire. Ook zij willen een band laten spelen en zoeken een geschikte zaal. Minkman: „Het is maatwerk. Als zich een jonge, veelbelovende singer/songwriter aandient, kan hij terecht in een kerk, in het intieme Bitterzoet, het stijlvolle People’s Place of in een van onze eigen ruimtes. Want de sfeer is belangrijk. Een paar jaar geleden speelde de nieuwe garageband Alabama Shakes in Bitterzoet. De zaal was stampvol en zweterig. Misschien niet al te comfortabel, maar het paste bij de sfeer van de muziek. Die moet een beetje wringen.”

Voor ingetogen muziek wordt tegenwoordig vaak uitgeweken naar een van de Amsterdamse kerken. Akoestisch gezien onhandig, maar geliefd om de ambiance. „Om de ruimte geschikt te maken doen we allerlei ingrepen, daar komt de nodige akoestische techniek aan te pas. Maar de sfeer is vaak bijzonder.”

Extra voordeel is dat publiek in de kerkbanken vaak heel aandachtig is. En dat je een speld kunt horen vallen. Dat is in andere concertzalen vaak anders. Het publiek ervaart dat in toenemende mate als probleem: gepraat en vallende bierbekers.

Paradiso breidt uit op een moment dat veel popclubs in het land klagen over teruglopende bezoekersaantallen en de concurrentie van de zomerfestivals. Door de grotere gages kiezen bands vaker voor festivaloptredens, en zou het aanbod verschralen. Volgens Minkman is de situatie in Paradiso „constant”. „De afgelopen vier jaar hadden we zo’n duizend programma’s per jaar. En ook de belangstelling van het publiek is stabiel.”