Toezicht op afspraken met kroongetuigen moet veel beter

Over het fenomeen van de beloonde kroongetuige zei de onlangs overleden rechtsgeleerde Jan Leijten in 1998 al dat een „beroerd gedoe” te vinden. De rechtsstaat gaat er door „schuren en schuiven”. Als het echt niet anders kan „beperk het dan tot de allerergste gevallen”. Het belonen van verdachten die elkaar verlinken, is immers in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Tegelijk is het een klassieke afweging tussen het grotere en het kleinere kwaad. Een pact met de duivel om uitwassen te bestrijden die volstrekt ondermijnend zijn. Kroongetuigen, het zou niet nodig moeten zijn. Maar het alternatief, het onbestraft laten van liquidaties op straat met automatische wapens, is even onwenselijk. In uiterste nood mag de rechtsstaat verdedigd worden met uiterste middelen. Mits ook dan terughoudend en zorgvuldig toegepast.

Sinds 2006 is er een wet die deals met kroongetuigen mogelijk maakt. Betaald mag er niet worden. Alleen een lagere strafeis is mogelijk. En natuurlijk een beschermingsovereenkomst. Daarin wordt het verdere leven van de kroongetuige geregeld: een ander uiterlijk, een ander land, inclusief middelen van bestaan. Dat kan alsnog in de papieren gaan lopen. Uit promotieonderzoek van advocaat Sander Janssen in 2013 bleek dat het samenvallen van deze twee deals van het beloningsverbod een farce maken. Praktisch bestaat de ‘onbetaalde’ kroongetuige niet – iedereen weet dat ook.

Het ontbreken van rechterlijke controle voordat de ‘deal’ wordt gesloten, is eveneens een ernstige lacune. Op een reparatiewet is het sindsdien wachten. In het Passageproces functioneerde de kroongetuigeregeling tot nu toe uiterst matig. De ‘dealgetuige’ Peter la S. kon de rechtbank maar moeilijk overtuigen, wat automatisch ook de geloofwaardigheid van het Openbaar Ministerie ondermijnde. In dit strafproces dient zich nu een volgende kroongetuige aan. Afgewacht moet worden of het OM lessen heeft geleerd uit de vele conflicten die het met Peter la S. publiekelijk uitvocht.

Vorig jaar juli kondigde het kabinet aan de kroongetuigeregeling te willen verruimen. Het OM zat, als immer, verlegen om méér bevoegdheden – ook om burgers te laten infiltreren of criminelen te ‘runnen’ terwijl ze de wet overtreden. De staat wil nog hogere compensaties kunnen bieden. Niet alleen in (nog) lagere straffen, maar nu ook in geld: compensatie voor te lijden verlies. De dealgetuige zou ook beschikbaar moeten komen voor financieel-economische delicten en corruptie. De noodzaak werd onderbouwd met een intimiderende schets van de afscherming van de professionele misdaad in Nederland. Als zo’n uitbreiding al nodig is, dient er vooral ook meer aandacht voor controle en toezicht te komen.