Terugkeer van de strakke truitjes en spencers

De vrouwenmode voor voorjaar 2015 laat herinterpretaties zien van modetrends uit de jaren zestig en zeventig.

Foto Peter Stigter

Mode gaat per definitie over nieuw. Maar wat nieuw is, is vaak ook oud. Er gaat geen seizoen voorbij, of er komen collecties voorbij die refereren aan vroegere stijlen. Tijdens de eerste twee dagen van de Milanese vrouwenmodeweek voor voorjaar 2015 was het retrogehalte wel heel groot, en de keuze opmerkelijk eensgezind: modetrends uit de late jaren zestig en de eerste helft van de jaren zeventig.

Natuurlijk zijn het niet letterlijk jarenzeventigontwerpen, maar hedendaagse interpretaties. Nu zie je er retromode in, over tien jaar waarschijnlijk vooral de mode van 2015, net zoals je nu aan ontwerpen van zo’n veertig jaar geleden zelden ziet dat die soms werden geïnspireerd door eerdere modes.

De vraag blijft evengoed: vanwaar die sterke hang naar de stijl van zo’n veertig jaar geleden? Het kan te maken hebben met de behoefte aan een nieuw silhouet. De mode is al een tijdje oversized. Een retrotrend is lekker herkenbaar, en dus een gemakkelijk te verteren overgang naar strakkere kleren; de mode was in de jaren zeventig veel strakker dan nu.

In het geval van Gucci kan nog iets anders meespelen. Het merk heeft de laatste tijd te maken met teruglopende inkomsten. Verwijzingen naar de hoogtijdagen van een label kunnen dan nooit kwaad. De meest directe citaten uit de glamoureuze, maar keurige Guccistijl van toen – Gucci was destijds een jetset-favoriet – waren korte overhemdjurken met grote kragen, doorknooprokjes, strakke truitjes en schoudertassen die eerder remakes leken dan nieuwe ontwerpen. Ontwerper Frida Giannini had er nog een aantal elementen aan toegevoegd: langharige bontvesten en Sergeant Pepper-jasjes bijvoorbeeld, dingen die in de jaren zestig bepaald niet Gucci waren, laaghangende driekwart jeans en Chinese bloemenprints. De modegeschiedenis is tegenwoordig één grote snoeppot waaruit het onbeperkt graaien is, waarna alles met alles gecombineerd kan worden. Het begrip stijlbreuk bestaat eigenlijk niet meer.

Dat was ook te zien aan de show van Just Cavalli, de tweede lijn van Roberto Cavalli. Een vrolijk post-hippiegevoel overheerste (lange, gedessineerde jurken, gebloemde tuinbroeken, broeken met uitlopende pijpen), maar er waren ook motorjacks, en colberts met grote schoudervullingen.

Max Mara koos voor een eenduidig concept. Geïnspireerd door model/actrice Angelica Huston – de Huston uit 1971, toen ze poseerde voor Max Mara – kwam het label met een collectie met sluike broeken, rokken, jurken en jassen, allemaal tot op de kuit. De outfits waren het sterkst als ze helemaal in een Marimekko-achtige bloemenprint waren uitgevoerd, tot aan laarzen en flaphoed aan toe.

De interessantste interpretatie van de jarenzeventigmode kwam van Prada. Tegen een achtergrond van duinen van paars (!) zand liet Miuccia Prada een collectie zien die vol retro-elementen zat – nauw aansluitende jassen met kragen, patchwork, spencers – maar vooral een studie in materialen was. Veel kleren waren gemaakt van dikke katoen of van leer, versierd met brede, contrasterende stiksels. In sommige van die stukken waren kleine stukjes brokaat of gebloemde zijde verwerkt, andere jurken waren helemaal opgebouwd uit een patchwork van die (onafgewerkte) stoffen. Dat rauwe, schijnbaar terloopse gebruik van feestelijke materialen gaf de collectie iets teders en romantisch, op een manier die heel erg van nu is.