Staatlozen voelen zich weeskind in oliestaat Koeweit

Deze week was in Den Haag een forum over staatlozen, zoals de bidoen in Koeweit. Velen zijn vatbaar voor de lokroep van IS.

Er zijn vermoedelijk 100.000 tot 300.000 bidoen in Koeweit, op een bevolking van 1 miljoen. Foto Hollandse Hoogte

Links een sloppenwijk, rechts een villawijk, in het midden een snelweg. Een loopbrug verbindt de twee werelden met elkaar. „Ik neem ze hier allemaal mee naartoe,” zegt activist Abdulhakim Al-Fadhli (38): „CNN, BBC, mensenrechtenorganisaties. Om te laten zien hoe absurd het verschil is.”

Al Fadhli is een ‘bidoen’, de term in Koeweit voor mensen zonder nationaliteit (bidoen betekent ‘zonder’ in het Arabisch). Schattingen lopen uiteen, maar er zijn vermoedelijk tussen de 100.000 tot 300.000 bidoen, op een bevolking van 1 miljoen Koeweiti’s. Tot 1961, toen Koeweit een zelfstandige staat werd, trokken ze als nomaden door de woestijn van wat nu Koeweit, Irak en Saoedi Arabië is. Landsgrenzen of paspoorten waren niet belangrijk.

Na 1961 lieten velen na zich te registreren. Bij degenen die dat wel deden, bestond vaak twijfel over hun afkomst. Hun status zou worden onderzocht, zodat ze later alsnog voor staatsburgerschap in aanmerking konden komen. Dat gebeurde maar mondjesmaat.

In een schamele ontvangstkamer in een van de huisjes naast de snelweg zitten vier vrienden van Al-Fadhli op de grond, allemaal bidoen. Ze zijn al die journalisten en mensenrechtenactivisten zat. „Wat heeft het nou opgeleverd?” zegt Abdollah, die niet met achternaam in de krant wil. „De emir van Koeweit krijgt een onderscheiding van de VN, om zijn humanitaire inspanningen. Nou vraag ik je.”

Zijn vrienden knikken instemmend. „Koeweit schenkt bakken met geld aan Syrië, Egypte, Palestijnen, maar in Koeweit hoef je de snelweg maar af te rijden om deze armoede aan te treffen.” Het gaat Abdollah niet om het geld, zegt hij. „Het gaat om het gevoel nergens bij te horen. Wij voelen ons als weeskinderen.”

Vertroeteld

Veel Koeweiti’s lachen smalend als ze dat horen. Er is weinig sympathie voor deze groep. Zelfs iemand als Shaheen Mohammed (43), voorvechtster van rechten voorhuishoudelijke hulpen uit Azië, heeft geen goed woord over voor de bidoen. „Je moet oppassen: het zijn Irakezen of Syriërs die hun paspoorten verbrand hebben.” Ook oppositieleiders hebben weinig op met de bidoen. Ze worden gezien als profiteurs. Tegelijkertijd roemen veel Koeweiti’s de bidoen juist om hun ambitie en werklust.

In een reactie op vragen van Human Rights Watch antwoordde de Koeweitse regering in 2011 dat ze haar best doet het probleem op te lossen. Wel voegde de regering daar een waarschuwing aan toe: „Denk niet dat het verbergen van je ware nationaliteit de weg vrij maakt voor Koeweits staatsburgerschap en bijbehorende privileges.” Koeweiti’s worden van de wieg tot het graf vertroeteld door de overheid. Bidoen hebben niet automatisch recht op gratis onderwijs, gezondheidszorg en huisvestingsubsidies. En zonder paspoort kunnen ze geen kant op.

Dat kan veranderen als het laatste plan van de overheid doorgaat. In mei van dit jaar kondigen de autoriteiten aan dat er een deal in de maak is met de Comoren. Het straatarme Afrikaanse land zou geld krijgen, de bidoen de Comoorse nationaliteit.

De bidoen hoeven niet te verhuizen naar de Comoren, maar bij uitzetting, bijvoorbeeld na een misdrijf, verplichten de Comoren zich om hen op te nemen. Zo’n afspraak bestaat al tussen de Comoren en de Verenigde Arabische Emiraten, waar ook bidoen wonen – zij het veel minder.

De ogen van Al-Fadhli en zijn vrienden schieten vuur. „Dit is mensenhandel!” De mannen begrijpen bovendien niet waarom ze de nationaliteit van de Comoren zouden moeten krijgen. „We zijn toch Irakezen, of Syriërs volgens Koeweit? Stuur ons dan terug naar ons zogenaamde eigen land! Maar dat doen ze niet, want dít is ons eigen land.” Land waarvoor hun vaders tijdens de invasie van Irak in 1990 vochten. De bidoen vormden destijds de ruggengraat van het Koeweitse leger. Nog steeds werken veel bidoen op ministeries, zij het niet meer bij Defensie of Binnenlandse Zaken, want inmiddels worden de bidoen gezien als veiligheidsrisico.

En dat lijkt terecht, als we Abdollah moeten geloven. Meeliftend op de internationale doodsangst waarschuwt hij: „Tot nu toe streden we op vreedzame wijze voor onze rechten, maar er komt een dag dat de Islamitische Staat ook Koeweit binnenkomt, ik weet niet wanneer, maar ze zullen komen. En dan kiezen de bidoen niet langer de vreedzame middenweg.”

Volgens de vrienden vechten er veel bidoen als jihadstrijders in Syrië. Daar heb je geen paspoort voor nodig. „De jihadisten regelen alles voor je. Ze krijgen je zo de grens over, en geven geld aan je familie.” De mannen zeggen ook over grote hoeveelheden wapens te beschikken, destijds achtergelaten door de Irakezen.

Kogelslierten

De avond valt, buiten begint een huwelijksfeest. Er klinkt geratel van kalasjnikovs, kogelslierten zoeven door de lucht. „Ze vieren het huwelijk, maar nu zie je het zelf, er zijn inderdaad wapens.” Al-Fadli maakt zich zorgen. „Geweld is geen oplossing. Maar op een dag kan ik ze niet langer tegenhouden.” Hij benadrukt hoe belangrijk het recht op goed onderwijs is. Hoe slechter opgeleid, hoe radicaler de oplossingen. „Ik praat me suf om mijn mensen van dat soort ideeën af te brengen, maar ik weet niet hoe lang dat nog lukt, zeker niet als ze me weer de gevangenis in gooien.”

Drie dagen later wordt Al Fadli veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens het aanvallen van een agent tijdens demonstraties. Na de uitspraak stuurt hij een whatsapp: „ze proberen me tegen te houden, tegen elke prijs.”