Rutte heeft Kamer aan een touwtje

Werkloosheid, internationale spanningen en onzekerheid over de gevolgen van bezuinigingen in de zorg: problemen genoeg. Toch maakte de oppositie het Mark Rutte gisteren niet lastig.

D66-fractieleider Pechtold (staand, links) in de wandelgangen van de plenaire zaal van de Tweede Kamer in gesprek met zijn collega’sZijlstra (VVD),Slob (ChristenUnie) enVan der Staaij (SGP, op de rug gezien). Foto David van Dam

Hij doceerde, hij analyseerde, hij grapte en hij wees terecht – en iedereen vond het prachtig. Het is lang geleden dat een minister-president met zoveel gemak de Algemene Beschouwingen doorstond als Mark Rutte de afgelopen dagen. Behendig en vol zelfvertrouwen stond hij de Tweede Kamer te woord: de zomer van ‘MH17’ heeft hem een aura van onaantastbaarheid gegeven.

Problemen genoeg voor Ruttes kabinet: hoge werkloosheid, magere groei, onzekerheid over de gevolgen van decentralisaties en bezuinigingen. En in de Eerste Kamer afhankelijk van de ‘constructieve oppositie’. Toch gleed gisteren vrijwel iedere aanval van de premier af. Zo confronteerde CDA-leider Sybrand van Haersma Buma hem met uitspraken uit 2009 over het niet langer strafbaar willen stellen van haatzaaien – pikant in het licht van de huidige anti-jihadmaatregelen van het kabinet. Rutte had zijn eigen quotes van vijf jaar geleden paraat en legde soepel uit dat hij haatzaaien dat leidt tot geweld altijd had veroordeeld. Buma droop af.

Een tirade van PVV-leider Wilders over de slechte behandeling van ouderen draaide Rutte behendig om: waarom zette Wilders het personeel in verzorgingstehuizen weg als waardeloze lui?

Soms neigde Ruttes optreden naar hooghartigheid. D66-leider Pechtold vroeg of de premier wist dat in Nederland een criminele burgerinfiltrant was ingezet. Zeg ik niet, antwoordde Rutte. Zaak voor de minister van Veiligheid en Justitie; die zal de vraag schriftelijk beantwoorden. „Punt.”

Ruttes gemakkelijke dag kwam niet alleen door zijn eigen goede vorm. De Tweede Kamer had ook besloten het hem niet te moeilijk te maken. Veelzeggend was de duur van het debat: waar de fractievoorzitters op de eerste dag tot na één uur ’s nachts met elkaar spraken, was Rutte gisteren al aan het eind van de middag klaar. Zowel SP-leider Emile Roemer als PvdA-voorman Diederik Samsom constateerde dat het parlement zich „vooral met zichzelf beziggehouden” had.

Waarom opende niemand frontaal de aanval op Rutte? Het antwoord lijkt: omdat de oppositie óf dicht tegen het kabinet aanschuurt óf zich ver buiten de orde heeft geplaatst. We hadden al de ‘constructieve drie’ D66, ChristenUnie en SGP, die dit jaar opnieuw de begroting steunen. Van die drie zocht alleen D66’er Pechtold soms de confrontatie, met name over de beoogde belastingherziening. Maar hij dreigde niet met consequenties toen de premier de door hem gewenste deadline voor die hervorming verwierp.

Het CDA presenteerde weliswaar alternatieven, maar die konden niet verhullen dat de partij grotendeels hetzelfde wil als het kabinet: verdere hervormingen, overheidsfinanciën op orde en bijdragen aan de internationale veiligheid. Met een vileine opgewektheid constateerde Rutte dat Buma in diens tegenbegroting maatregelen van het kabinet accepteerde waartegen de CDA-fractie zich eerder dit jaar nog verzette, zoals de bezuiniging op langdurige zorg.

Terugkerend patroon: wanneer Buma ferme taal uitte, drukte de premier hem ogenblikkelijk stevig tegen de borst. Over het nieuwe belastingstelsel zei Rutte: „Mijnheer Buma gaat daaraan bijdragen. Zo ken ik hem en zo ken ik het CDA.” Het was een truc die Rutte bij meer partijen toepaste.

Alleen voor Wilders had Rutte scherpe woorden. Met diens uitspraken over een ‘Marokkanenprobleem’, zei de premier, droeg de PVV-leider bij „aan het verzwakken van de samenleving”. Wilders kan „nog niet in de schaduw staan” van moslims „die een bijdrage leveren aan ons land”.

Ruttes soevereine optreden gaf de coalitiepartijen ook de ruimte hun eigen punten te maken. Samsom vroeg en kreeg van Rutte de toezegging dat het kabinet meer werk zou maken van het klimaat en investeringen door pensioenfondsen, al wilde de premier „geen garanties” geven.

Wel was er een aan het einde van het debat irritatie tussen Samsom en Zijlstra. De laatste wees Samsom terecht toen die naar zijn mening al te enthousiast sprak over klimaatdoelen. En de VVD-fractievoorzitter was duidelijk teleurgesteld toen de PvdA niet wilde meedoen aan een oproep tot meer investeringen in defensie.