Nieuw werk van Rihm wekt een onbehaaglijk gevoel

De vruchtbare samenwerking tussen componist Wolfgang Rihm (1952) en klarinettist Jörg Widmann leverde prachtige muziek op. Dat leidde tot hoge verwachtingen donderdagavond in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, waar Widmann met het Quatuor Danel en hoornist Bruno Schneider het pas voltooide Sextett ten doop hield. Dat begon met zompige klanken waaruit romantische strijkersflarden opstegen. Vraagtekens kunnen worden gezet bij de onmogelijke hoornpartij. Het contrast tussen de soepele klarinet en de vooral in de zachte passages moeizaam intonerende hoorn zorgde voor een onbehaaglijk gevoel.

Na de voorgeschreven horten en stoten kwam de lyriek van Mozarts Klarinetkwintet niet ongelegen. Widmann toonde zich met zijn intense spel een boeiend verteller, terwijl het Quatuor Danel prachtig en met historisch verantwoorde frasering speelde. Maar het stuk dat de luisteraars het meest bij zal blijven was Rihms 4 Studien zu einem Klarinetten-Quintett (2002) – een werk vol lange lijnen en diepe afgronden. Het is een ultieme verkenning van de mogelijkheden van de klarinet en zit vol intrigerende klankuitwisselingen. Ze speelden het fenomenaal.