Napalm-meisje als prediker van vrede

De foto waarop Kim Phuc zwaargewond wegrent, geldt als een symbool van oorlogsgeweld. Vanmiddag spreekt zij in Arnhem bij de herdenking van de Slag om Arnhem in 1944.

Met een vriendelijke lach vraagt Kim Phuc of de afspraak kan worden verzet naar later op de dag. Ze heeft vanochtend pijn en voelt zich ziek, zegt ze. Daar heeft ze regelmatig last van, vooral als bij regen of verandering van luchtdruk. Dan doen de zware brandwonden op haar lichaam het meeste pijn – vooral op haar rug, waar haar huid en weefsel diep zijn verbrand. „Als het weer stabiel is, ben ik ook stabiel”, zegt ze zacht. „Maar de laatste drie dagen doet mijn rug veel pijn.”

Met medicijnen tegen die pijn is de 51-jarige Kim al meer dan tien jaar geleden gestopt. Wel maakt ze gebruik van massage om de pijn van de littekens op een derde van haar lichaam te verzachten. Ook kan ze zelf druk uitoefenen op de pijnlijke littekens, door haar lichaam enige tijd tegen een handdoekenrek aan te duwen. Zo kan ze zichzelf thuis behandelen in haar woonplaats, het Canadese Ajax, een voorstad van Toronto.

Haar belangrijkste strategie is proberen er niet aan te denken, vertelt ze. Door te genieten van haar vreedzame immigrantenleven in Canada, met haar man en hun twee zoons. Bovendien zorgt Kim voor haar bejaarde ouders, die op haar initiatief ook zijn overgekomen naar Toronto.

Symbool van wrede oorlog

Er gaat geen dag voorbij of Kim wordt geconfronteerd met de traumatische gebeurtenissen van meer dan veertig jaar geleden in haar geboortestreek in zuidelijk Vietnam. Het noodlot veranderde haar in 1972 op slag van een anoniem kind in een onschuldig oorlogsslachtoffer met wereldwijde bekendheid. Sindsdien is ze een symbool van de wrede gevolgen van oorlog voor kinderen – een rol die ze vervult als ‘Goodwill Ambassadeur’ van UNESCO, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, en via haar eigen Kim Foundation.

Phan Thi Kim Phuc, zoals Kim volledig heet, staat bekend als ‘het napalm-meisje’ – het negenjarige kind op de historische nieuwsfoto dat naakt en overstuur wegrent van een bombardement. Haar armen, nek en rug waren getroffen door brandend napalm en ze huilde van onverdraaglijke pijn. „Te heet, te heet”, krijste ze, terwijl ze de vuurzee ontvluchtte die het huis van haar familie verwoestte.

Ernstige brandwonden

Het dorp Trang Bang was getroffen door een Zuid-Vietnamese bommenwerper om vermeende strijders van de Vietcong te verjagen. Het toestel strooide een lading bussen uit met napalm – een explosieve stof die bestaat uit benzine en een klef verdikkingsmiddel, zodat het blijft kleven als het ergens tegenaan vliegt. Napalm werd door de VS veelvuldig gebruikt in de oorlog in Vietnam. Het is berucht om de ernstige brandwonden die het veroorzaakt.

Kim kan zich de dag van het bombardement, 8 juni 1972, nog precies herinneren, vertelt ze. „Ik weet niet hoe ik het heb overleefd, want het was zo afschuwelijk. Ik weet nog dat het vuur mijn lichaam verbrandde. Gelukkig raakten mijn voeten niet verbrand, zodat ik in staat was uit het vuur te rennen. Ik stopte met denken, ik was doodsbang. Mijn rug zag ik niet, maar wel mijn linkerarm en die was ook ernstig verbrand. Ik zag het vuur op mijn arm en gebruikte mijn rechterhand om het weg te vegen. Maar daar werd het alleen maar erger van: mijn rechterhand raakte ook verbrand. Mijn kleren waren verbrand door het vuur, ik heb ze niet uitgedaan.”

Zonder kleren rende Kim de hoofdweg bij Trang Bang op, een verkeersader tussen Saigon en de Cambodjaanse grens. Ook familieleden ontvluchtten de plotselinge hel, onder wie haar drie jaar oudere broertje Tam en neefjes en nichtjes. Haar oma Tao droeg haar stervende kleinkind Danh, een neefje van Kim van drie jaar oud, in haar armen, in flarden verbrande huid. Danh en zijn broertje Cuong van negen maanden kwamen om door het bombardement. Achter de huilende Kim is alleen de donkere rook te zien die opstijgt uit de ruïnes van haar geboortedorp, en een groepje Amerikanen.

‘Ik herinner verder niets’

Het dramatische moment werd vastgelegd door Huynh Cong Nick Ut, een jonge fotograaf van het Amerikaanse persbureau AP. Met andere journalisten en fotografen was hij op de gevechten bij Trang Bang afgekomen. Ut en de anderen ontfermden zich over de kinderen. Een van hen gaf Kim water te drinken en probeerde haar te helpen door water over haar rug te gieten. Het stroomde gloeiend heet langs haar lichaam. „Op dat moment viel ik flauw”, vertelt Kim. „Verder herinner ik mij niets van die dag.”

Ut bracht haar met de auto naar een ziekenhuis en ging toen door naar het kantoor van AP in Saigon om de foto’s te ontwikkelen. Hij leverde een selectie aan Horst Faas, een ervaren fotojournalist in Zuid-Vietnam. Beiden kenden een van de basisregels bij AP: geen naakt, zeker niet frontaal. Faas besefte echter dat die regel met de foto van Kim gebroken moest worden. Hij stuurde de foto naar het hoofdkantoor in New York. Dat zond het beeld de wereld in.

De volgende dag haalde Kim, zonder dat ze het wist, wereldwijd de voorpagina’s. Het beeld van de getroffen kinderen maakte internationaal grote indruk, vooral in de VS. Lezers werden hard geconfronteerd met de wreedheden van het slepende militaire conflict in Vietnam – wellicht harder dan ooit. De foto droeg bij aan het groeiende verzet tegen de oorlog, die uitmondde in een Amerikaanse terugtrekking in 1973 en een Noord-Vietnamese overwinning in 1975.

De beroemde afbeelding, waarmee Ut de Pulitzer Prize voor nieuwsfotografie won, toont als weinige andere foto’s de wrede gevolgen van oorlog op onschuldige slachtoffers. „Ik denk dat mensen zich door de foto echt rekenschap hebben gegeven over de oorlog”, zegt Kim. „Hoe kunnen ze kinderen zo laten lijden? Ik ben zelf dat meisje en ik heb me afgevraagd hoe ik het kon overleven. Er zijn geen woorden om te beschrijven hoe afschuwelijk het was.”

Naast de wereldwijde indruk die het dramatische beeld heeft gemaakt, was de foto ook van doorslaggevende invloed op de verdere levensloop van Kim Phuc. Toen ze volwassen werd, wist ze wat ze met haar leven moest doen. Ze besloot haar status als symbool van anti-oorlogssentiment te omarmen door zich op te werpen als prediker voor vrede.

„Op het moment dat de foto werd gemaakt, had ik geen keuze”, zegt Kim. „Maar toen ik was opgegroeid, had ik die wel, en moest ik een beslissing nemen.” Ze heeft daarvoor inspiratie geput uit het feit dat ze het bombardement heeft overleefd en in staat is het na te vertellen. „Ik ben zo dankbaar dat ik ben blijven leven, het is een groot voorrecht, het is een wonder. Ik had dood moeten zijn.”

Amerikaanse kliniek

Het is inderdaad wonderbaarlijk dat Kim niet aan haar verwondingen is bezweken. In de eerste dagen en weken na het bombardement verkeerde ze in levensgevaar. Buitenlandse journalisten regelden een overplaatsing van ‘het meisje op de foto’ van een Vietnamees ziekenhuis naar een Amerikaanse kliniek in Vietnam. Ze kreeg er bloedtransfusies en diverse huidtransplantaties.

Ruim een maand duurde haar kritieke toestand. Wonden moesten dagelijks worden schoongemaakt – een pijnlijke behandeling. Na zes maanden kon Kim naar een revalidatiekliniek in Saigon. Daar bleef ze tot juli 1973.

Haar herstel zou niet mogelijk zijn geweest als Nick Ut haar niet naar het ziekenhuis had gebracht. Meer dan veertig jaar later heeft ze nog altijd een sterke band met de fotograaf die nu in Los Angeles woont. Ze noemt hem Uncle Ut, een koosnaam. „Hij is mijn held”, zegt Kim. „Hij nam de foto op het juiste moment in de geschiedenis. Maar nog belangrijker: hij zette ook de tweede stap, hij bracht me naar het ziekenhuis. Dat betekent dat hij mijn leven heeft gered. Daar ben ik hem zo dankbaar voor.”

Ze had een jarenlange emotionele zoektocht nodig om tot dankbaarheid te komen. De foto die voor het wereldpubliek een symbool werd van onschuldig oorlogsleed is voor Kim zelf ook een weergave van een familietragedie. Kim worstelde met verdriet, woede en frustratie – aangewakkerd toen haar bekendheid als ‘het napalmmeisje’ haar bleef achtervolgen. Kim werd door de Vietnamese regering gedwongen buitenlandse journalisten en andere gasten te woord te staan. Ze moest er haar medische studie voor afbreken.

Depressie

Kim raakte in een depressie. De religie van haar familie, Caodai, schoot tekort, vond ze. Geholpen door een kennis besloot ze zich te bekeren tot het christendom – een stap die ze een keerpunt in haar leven noemt. „Dat heeft me enorm geholpen”, zegt ze. „Het heeft me veranderd van het lelijke meisje, het bittere meisje, het napalmmeisje, in iemand die leeft met de symbolen van liefde, hoop en vergeving.”

Later kreeg ze van de Vietnamese regering toestemming te studeren in Cuba. Daar ontmoette ze haar huidige echtgenoot, een medestudent uit Noord-Vietnam. Op de terugweg van hun huwelijksreis naar Moskou maakte het paar een tussenstop in Newfoundland. Met succes vroegen ze asiel aan in Canada. Kim is er gelukkig, zegt ze. „Ik kan mijn kinderen zien opgroeien zonder angst voor oorlog. Ze gaan graag naar school, krijgen goed te eten en hebben een veilig thuis. Ik zou willen dat alle kinderen in de wereld zo kunnen leven.”

Maar Kim wordt voortdurend geconfronteerd met nieuws over oorlogen en geweld in verschillende delen van de wereld. Ze vindt het pijnlijk het nieuws te horen over bombardementen en het lijden van onschuldige slachtoffers. Ze ziet het als haar missie de boodschap die uitgaat van haar beroemde foto wereldwijd te blijven uitdragen. „Mijn wens is nooit opnieuw mensen op die manier te zien lijden, vooral kinderen. Wereldleiders moeten zich realiseren dat als ze een actie ondernemen, kinderen daar vaak onder lijden. Ik werk met mijn foto om hen daaraan te herinneren.”