Klem tussen Britse en Duitse soldaten

Op zondag 17 september 1944 begon de Slag om Arnhem. Robert Kershaw beschrijft die dramatische gebeurtenis, vanuit het perspectief van de soldaten en burgers die elkaar op de Utrechtseweg tegenkwamen.

Britse troepen vochten in april 1945 opnieuw in Arnhem langs de Utrechtseweg Foto uit besproken boek

Korporaal Jim ‘Spud’ Taylor klopte op de voordeur van een woning aan de Utrechtseweg in Oosterbeek. De vrouw des huizes deed open en Taylor vroeg of hij mocht binnenkomen om een Duitse sluipschutter verderop in de straat dood te schieten. De Britse paratroeper werd de woonkamer ingelaten en zette zijn zware mitrailleur neer op een tafel voor het raam, maar niet dan nadat hij het kleed had vervangen door zijn camouflage-gezichtsdoek, zodat de pootjes van zijn wapen geen krassen zouden maken in de lak. ‘Ik schoot, raakte hem, en verzamelde toen de lege hulzen. Ik hielp die mevrouw het kleed weer op tafel leggen en verliet de kamer zoals ik die had aangetroffen, maar achteraf bedacht ik dat ik vergeten was het raam dicht te doen.’

Het is een typerende scène uit De straat van de Britse auteur Robert Kershaw. In dit boek beschrijft hij de slag om Arnhem vanuit het perspectief van de mensen die elkaar in september 1944 op de Utrechtseweg tegenkwamen: de Britse parachutisten, de Duitse verdedigers en de Nederlandse burgers die klem kwamen te zitten tussen de strijdende partijen. De zeven kilometer lange weg liep van het landingsterrein in Wolfheze tot aan de Rijnoever in Arnhem. Het is een origineel perspectief om nog eens te kijken naar operatie Market Garden, de mislukte geallieerde aanval in Oost-Nederland waarover al talrijke boeken zijn verschenen.

Omdat Kershaw kiest voor een microgeschiedenis van de slag, heeft hij de kans om heel dicht op de huid te kruipen van de betrokkenen. Daardoor kan hij in detail ingaan op belangrijke incidenten tijdens de gevechtshandelingen. De dood van generaal Küssin, de Duitse bevelhebber in Arnhem, beschrijft hij bijvoorbeeld zowel uit het perspectief van de Duitse bataljonscommandant bij wie de generaal net op bezoek was geweest, als van de Britse luitenant wiens manschappen de stafauto met kogels doorzeefden.

De zeer minutieuze beschrijving van de gevechtshandelingen die tussen 17 en 25 september op de Utrechtseweg plaatsvonden, is tegelijkertijd ook het zwakke punt van het boek. Het is niet makkelijk om het overzicht te behouden van een confrontatie die in zulk detail wordt voorgeschoteld. De vele tientallen ooggetuigen die aan het woord komen, maken zeer goed invoelbaar wat een hel de worsteling om de weg is geweest, maar ze laten de lezer soms ook in verwarring achter. Bij welk bataljon hoorde deze sergeant ook al weer en ter hoogte van welk kruispunt bevond zijn eenheid zich?

Het geluid van de Duitse militairen is in De straat duidelijk te horen. Dat is niet verrassend, want Kershaw interviewde voor een eerder boek een flink aantal veteranen van de eenheden van de Wehrmacht en de SS die aan de gevechten deelnamen. Dat maakt De straat een welkome aanvulling op het standaardwerk Arnhem 1944: The Airborne Battle van Martin Middlebrook uit 1994, dat vanuit het Britse perspectief geschreven is.

Middlebrook maakte in zijn boek ook ruimschoots gebruik van levendige ooggetuigenverslagen en hij heeft, het moet gezegd, een betere pen dan Kershaw. Toch is De straat de moeite waard, omdat het de belevenissen van Britten, Duitsers én Nederlanders in één verhaal samenbrengt.