Inspectie: fouten bij fataal duikongeval Koedijk

Er was een „laag veiligheidsbewustzijn” bij de duikteams in Noord-Holland Noord.

Ze moeten veiliger werken.

Bij het duikongeluk in het Noord-Hollandse Koedijk, waarbij vorige maand een ervaren brandweerduiker overleed, zijn veel „menselijke en organisatorische” fouten gemaakt. Dat staat in een ‘handhavingsbrief’ van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De 50-jarige duiker redde op 4 augustus een automobilist uit een kanaal bij Koedijk. Hij raakte onwel toen hij de auto wilde bergen. Twee collega’s konden hem niet meer redden. Een eerste onderzoek wees uit dat protocollen waren genegeerd. Twee duikteams van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord werden op non-actief gesteld.

Wat bij de fatale duik onder water is misgegaan, blijft onopgehelderd. De inspectie stelt wel dat de overleden duiker wist dat hij bij zijn tweede duik te weinig lucht had. Ook stond geen collega inzetbaar klaar voor hulp bij problemen.

De inspectie stelt vast dat de werkgever niet heeft gezorgd voor zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. Uit gesprekken met de duikers is gebleken dat zij „weinig zelfreflecterend vermogen” en „een laag veiligheidsbewustzijn” hebben. Ook hebben ze onvoldoende kennis van materialen, de inhoud van hun taak en de stand van de techniek.

De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord moet van de inspectie de komende drie maanden maatregelen nemen om de duikteams veiliger te laten werken. Ook is een boete opgelegd omdat de leiding haar werk niet goed heeft gedaan.

De twee duikteams blijven op non-actief, omdat ook de Inspectie Veiligheid en Justitie zich nog over het ongeluk buigt. Het volledige onderzoek van beide inspecties is eind dit jaar afgerond, zegt een woordvoerder.