In 2100 zijn er 11 miljard mensen doordat Afrika blijft doorgroeien

Betere voorspellingen laten zien dat de wereldbevolking sneller groeit. En de groei gaat langer door. Er komen uiteindelijk 1,5 miljard mensen meer dan eerst gedacht.

Elf miljard mensen. Zoveel zullen er in het jaar 2100 op aarde leven. Dat zijn er veel meer dan verwacht. Het idee was tot nog toe dat de groei van de wereldbevolking tegen het midden van deze eeuw zou afvlakken. En dat er maximaal circa 9,6 miljard mensen tegelijk zouden leven.

Die stabilisatie is onwaarschijnlijk geworden, schrijft een internationale groep statistici vandaag in het tijdschrift Science op basis van nieuw onderzoek. Ze verwachten dat de wereldbevolking tot aan het eind van de eeuw blijft doorgroeien, van de huidige 7 miljard naar 10,9 miljard mensen.

Dat betekent dan dat ook de groeiende vraag naar voedsel, zoet water, onderdak, energie, veel langer dan verwacht aanhoudt. Gevolgen voor natuurgebieden, het milieu, internationale spanningen, immigrantenstromen, liggen voor de hand. Maar hoe groot die zullen zijn, valt niet te voorspellen.

De kern van de aanhoudende bevolkingsgroei ligt in Sub-Sahara Afrika. Daar blijkt de vruchtbaarheidsgraad – het gemiddeld aantal kinderen per vrouw – veel minder hard te dalen dan demografen gewend waren van Azië en Latijns-Amerika. In nogal wat Afrikaanse landen staat de afname zelfs stil, zoals in Kameroen, Nigeria, Tsjaad en Zambia.

In Azië en Latijns-Amerika, en eerder in het westen, hebben demografen gezien hoe de vruchtbaarheidsgraad van een land afneemt naarmate de welvaart toeneemt, en vrouwen economisch onafhankelijker en beter opgeleid zijn. Het maakt onderdeel uit van een proces dat bekend staat als de demografische transitie, die drie fasen kent: van een hoog geboorte- en sterftecijfer, via een hoog geboorte- en een laag sterftecijfer, naar de uiteindelijke fase van laag geboorte- en sterftecijfer.

Voorbehoedsmiddelen

Veel Afrikaanse landen doorlopen dit proces vooralsnog trager dan verwacht. Waarom? Dat blijkt bijvoorbeeld uit de enquêtes die, met subsidie van het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling (USAID), regelmatig worden uitgevoerd in 90 ontwikkelingslanden om gezondheid en populatietrends te volgen. Daaruit blijkt dat de kennis over voorbehoedsmiddelen in Afrika, met name West- en Centraal-Afrika, relatief laag blijft. In Niger en Nigeria heeft slechts tweederde van de getrouwde vrouwen kennis over moderne voorbehoedsmiddelen (de pil, condoom). In Tsjaad is het nóg minder: 49 procent.

En ook al is de kennis er wel, dan zijn de voorbehoedsmiddelen te weinig beschikbaar. Zelfs als beide aanwezig zijn, dan gebeurt het nog relatief vaak dat vrouwen ze niet gebruiken, om religieuze redenen, of omdat ze op weerstand van de man stuiten. In sommige landen, Tsjaad en Niger bijvoorbeeld, geldt een grote familie (negen kinderen) nog steeds als de norm. Verder blijft de opleiding van meisjes in veel Afrikaanse landen achter.

Hierdoor zal een land als Nigeria deze eeuw hard blijven groeien. Het is nu al het land met de meeste inwoners van Afrika, met 162 miljoen inwoners. Dat aantal zal, met 90 procent zekerheid, op 532 miljoen uitkomen in 2100, schrijven de statistici. Maar het zouden er ook ruim 900 miljoen kunnen worden. De populatie in Afrika als geheel groeit van circa 1 miljard nu naar ruim 4 miljard in 2100.

Verder zal Azië in 2100 nog steeds het dichtst bevolkte werelddeel zijn. De populatie van China zal naar verwachting weliswaar na 2030 gaan krimpen. Maar rond die tijd zal het land, qua inwonersaantal, worden ingehaald door India, waar de bevolkingsgroei pas tegen het midden van deze eeuw afvlakt. De bevolking van Europa blijft de rest van de eeuw langzaam krimpen.

Voor het berekenen van de bevolkingsgroei hebben de statistici een nieuwe methode gebruikt. „We hebben nieuwe modellen ontwikkeld om de geboortecijfers en levensverwachting per land te voorspellen, en om die gegevens dan weer te combineren tot een voorspelling van de bevolkingsgroei”, laat Leontine Alkema, een van de auteurs van het Science-artikel, via e-mail weten. Ze heeft toegepaste wiskunde gestudeerd aan de TU Delft en werkt tegenwoordig bij de afdeling statistiek en toegepaste waarschijnlijkheid aan de Universiteit van Singapore.

Volgens haar hebben de prognoses een grotere zekerheid gekregen door het gebruik van die nieuwe modellen. „We hebben ze getest om te kijken hoe betrouwbaar ze zouden zijn geweest als we ze in het verleden – bijvoorbeeld in 1990 – hadden gebruikt om het heden te voorspellen. Die testen gaven aan dat onze methodes goed werken qua voorspellingen en onzekerheidsanalyse. Het was een verbetering van de traditionele methode.”

Ondanks die grotere zekerheid houden de auteurs een slag om de arm bij hun prognoses. Van lang niet alle landen zijn de data even betrouwbaar, en de voorspellingen zijn erg gevoelig voor veranderingen in basisgegevens. Ook oorlogen en de ontwikkeling van epidemieën, zoals hiv/aids, zijn moeilijk te voorspellen. Ze kunnen tot een hoger dan verwachte sterfte leiden.