Column

Europese verzoening is nog niet voltooid

Ik kan mijn diepe ontroering nauwelijks verbergen, zei de Poolse president Bronislaw Komorowski, en dat was goed voorstelbaar. Hij was uitgenodigd om in de Duitse Bondsdag te komen spreken bij de herdenking van het begin van de Tweede Wereldoorlog, de aanval van nazi-Duitsland op Polen op 1 september 1939, nu 75 jaar geleden.

De president nam geen blad voor de mond. Nu hij voor de hoogste vertegenwoordigers van het democratische Duitsland stond, vertelde hij, moest hij denken aan de oom naar wie hij genoemd is. Als Pools verzetsstrijder was deze oom Bronislaw in 1943 op Duits bevel doodgeschoten, een jongen van 16 jaar nog maar, die vocht voor een vrij Polen.

De geschiedenis had nog op een andere manier haar stempel gedrukt op het leven van Komorowski, vertelde hij. Zijn familie was afkomstig uit wat nu Litouwen is, maar zelf was hij na de oorlog geboren in Silezië, waar zijn ouders in een huis woonden waaruit de Duitse bewoners verdreven waren. Ook voor die Duitsers was de oorlog een tragische periode geweest, erkende hij.

Komorowski zei trots te zijn op de verzoening die de Duitsers en de Polen tot stand hebben gebracht. „Voor het eerst sinds eeuwen werken jonge Duitsers en Polen nu samen, en samen leveren ze een bijdrage aan hun gemeenschappelijke toekomst in een verenigd Europa.”

Dat zijn bevlogen woorden, zoals je die in Nederland vrijwel nooit hoort. Duitsland en Polen leven met de geschiedenis, voor Nederland is de geschiedenis vooral voorbij. En met de oorlog moet je niet meer komen aanzetten, al helemaal niet om te laten zien hoe ver we met de Europese Unie zijn gekomen. Laten we de EU liever opvatten als een gemeenschappelijke markt, desnoods als een soms nuttig samenwerkingsverband, maar niet veel meer dan dat.

Of zou dat veranderen, nu het weer oorlog is in Europa? In ruim een half jaar tijd heeft de Oekraïne-crisis er al voor gezorgd dat de waardering voor de NAVO weer in de lift zit, blijkt uit verschillende opiniepeilingen. Zou de publieke opinie ook anders gaan aankijken tegen het belang van de Europese Unie?

De Troonrede benadrukte dat vrijheid en veiligheid ook in Nederland niet voor lief genomen kunnen worden, dat had de ramp met vlucht MH17 wel bewezen. Een actief buitenlands beleid is nodig, aldus het kabinet, „in nauwe samenwerking met onze partners in de Europese Unie, de NAVO en de Verenigde Naties.” En : „Europese samenwerking moet gericht zijn op die terreinen waar gezamenlijk optreden echt waarde toevoegt.”

Dat klinkt zuinig, alsof de Europese Unie zich nog helemaal moet bewijzen. Maar kijk wat er de afgelopen decennia is gebeurd aan samenwerking, verzoening, modernisering en politieke stabilisering. Een kwart eeuw na het eind van de Koude Oorlog wordt een Pool voorzitter van de Europese Raad. Vier van de zeven vicepresidenten van de nieuwe Europese Commissie komen uit het voormalige Oostblok: een Bulgaarse, een Sloveense, een Est en een Let. Het kernkabinet van Commissie-voorzitter Juncker is een ‘Oost-Europees feestje’ geworden, schreef deze krant. Sterker: bij elkaar is het een historische doorbraak. De nieuwe lidstaten zijn vrij en doen volwaardig mee. Geen wonder dat Oekraïne daar ook van droomt.

Maar wat een drama dat Rusland dat ziet als een bedreiging. Terwijl landen die in de Tweede Wereldoorlog tegenover elkaar stonden nauwe partners zijn geworden, en ook rivalen uit de Koude Oorlog elkaar hebben gevonden, heeft de oorlog in Oekraïne de afgelopen maanden nieuwe wonden geslagen. Europeanen die hun geschiedenis kennen, moet dat grote zorgen baren.