Een prachtige zomer in het Vondelpark, 1941

Een zomerochtend aan de rand van het Vondelpark. Er is geen mens te zien, niemand die de eendjes voert of vanaf de overzijde van de waterpartij nieuwsgierig de tekenaar observeert. Een plek in de stad die nauwelijks veranderd is. De tijd jakkert hier niet voort, maar kabbelt onverstoorbaar voorbij. Je kan er tegen een boompje zitten en mijmeren. Over de mooie huizen aan de overkant van het water, in het Willemspark, aangelegd vanaf 1902 en genoemd naar de eerste Oranjevorst uit het begin van de 19de eeuw. Deze huizen zijn gebouwd in 1918, 1919, 1915 en 1911. Een villapark in de stad – nog steeds voor maar een enkele fortuinlijke Amsterdammer betaalbaar.

Het Vondelpark werd vanaf 1864 aangelegd in de polder en in 1865 geopend. Het was een particulier initiatief naar idee van Christiaan Pieter van Eeghen (1816-1889), uitgevoerd door de Vereeniging tot Aanleg van een Rij- en Wandelpark. Dit gedeelte van het park is nieuwer, en werd pas in 1877 voltooid. Amsterdam miste een groot park, en dit is een van de vele initiatieven die in die tijd de stad weer naar de moderne tijd tilden, na jaren van verval. Het park werd aangelegd in de Engelse landschapsstijl en er hangt nog altijd iets van de sfeer uit de 19de eeuw. Wie het park ingaat daalt af in de tijd, want het ligt door bodemdaling in een soort kom, terwijl de buurten eromheen meer opgehoogd zijn. Het park is dan ook een afzonderlijk poldertje.

De van oorsprong Friese schilder en tekenaar Ids Wiersma (1878-1965) woonde van 1926 tot 1961 in Amsterdam. Hij is vooral bekend van brave idyllische voorstellingen van het Friese platteland. In de jaren 1913-1918 maakte hij voor het Stadsarchief tekeningen van huizen in de oude stad die op het punt stonden te verdwijnen. Toen hij hier in 1941 werkte was het een prachtige zomer. „In Nederland gebeurde niets bijzonders. Het weer was goed en er werd geen honger geleden. Wel vielen plotseling na Pinksteren een aantal treindiensten uit en sommige baanvakken waren zelfs helemaal gesloten. Maar, dat was om de hier gelegerde Duitse soldaten naar de Russische grens te transporteren …”, schreef H.M. van Randwijk later in In de schaduw van gisteren. Wie niet verder keek kon denken dat er ook hier, in dit hoekje van het park, nooit iets gebeurde. Voor wie het park in mocht, want in september verschenen overal in de stad bordjes „Voor Joden verboden” – ook bij de ingangen van het Vondelpark.