Een monument voor het Amsterdam van de jaren 70

Gerespecteerd en gearriveerd is Manuel de Witte, de kunstenaar die centraal staat in het romandebuut van journalist Henk Spaan (1948). Maar van diepzinnige analyses van zijn werk moet hij ook op hoge leeftijd nog weinig hebben. Wanneer een voor hem poserende kunsthistorica er toch op los begint te filosoferen zegt hij het volgende: ‘Voor de kunstenaar is kunst veel trivialer dan voor de wetenschap. Jullie maken alles groter dan het is met je bloemrijke taal [...] Waarom schets ik jou nu? Omdat ik me verveel en omdat ik weet dat jij het leuk vindt. Dat is alles.’

De in een volksbuurt in Amsterdam-West opgegroeide De Witte is de nuchterheid zelve. Hij is een kind van de seventies en Spaan laat hem vermakelijk contrasteren met de hoogdravendheid van zijn generatiegenoten. ‘Kunst is ambacht’, zegt hij beslist. Om met dat ambacht ook nog een beetje geld te verdienen wordt hij begeleid door broer Rob, die kapitalen binnensleept met de distributie van Manuels naaktportretten. Het conflict in Spaans roman is eerder op geld gebaseerd dan op esthetische overwegingen.

Jan Cremer is Tukker en geen Amsterdammer, maar je krijgt de indruk Spaan zijn personage op Cremer heeft gebaseerd. Je ziet De Witte bijna op een motor het beeld inrijden als je leest hoe, en in welke cadans, hij tegen de voortgang der zaken aankijkt. ‘Het atelier aan de Prinsengracht was af. De galerie draaide op volle toeren. Amsterdams naakt was uitverkocht. Amsterdams naakt met joint bijna. Ik liep met pakken geld op zak. De kunstwereld stond stijf van jaloezie.’

Oude vrienden is in de eerste plaats een monument voor het Amsterdam van de jaren zeventig. Het schetsen van de couleur locale is wel aan Spaan toevertrouwd; zijn proza staat bol van de namen, merken en voorvallen die een tijdsgewricht volgens sommigen maken wat het is. Links komt Johnny van Doorn binnenstuiteren, rechts jaagt Neeskens op de pas geïntroduceerde kleuren-tv een bal tegen de touwen. De vriendschap tussen Mani en de Limburgse Sjeng, een al even aardse kunstbroeder, is bij tijd en wijle roerend weergegeven. Verder krijgen we van alles en nog wat over die en die te horen en worden we naar de fraaiste plekjes meegesleurd voor een bord warm eten of een mooi kledingstuk, maar zonder dat het onderdeel uitmaakt van een idee of constructie. De taal waarin dit alles gegoten is verraadt bijna nergens iets anders dan wat er staat. Lekker nuchter.