Dit is meer dan een ruzie tussen criminelen

In de jacht op opdrachtgevers van liquidaties gebruikt justitie twee criminele kroongetuigen. Dat leidt tot veel vragen. „Wie spreekt hier de waarheid?”

Niets in een strafzaak is zo gevoelig als de introductie van een kroongetuige. Een crimineel die anderen verlinkt in ruil voor strafvermindering, kan rekenen op hoon en woede.

Zo verging het gisteren ook Fred R. – de nieuwe kroongetuige in het grote proces naar moorden in de onderwereld. De rijzige en gespierde ex-voetballer, wijselijk in zijn cel gebleven, kreeg tijdens een zitting van het Amsterdamse hof de volle laag van zijn voormalige vrienden: Dino S. en Ali A.

In eerste instantie werden deze twee mannen vrijgesproken van betrokkenheid bij liquidaties. Fred R. kreeg 30 jaar cel. Voor moordmakelaar R. moeilijk te verteren, omdat hij naar eigen zeggen juist opdrachten kreeg van Dino en Ali. En dus stapte hij met zijn verhaal naar justitie. Hij kreeg een deal: zijn straf wordt gehalveerd, waardoor hij in 2016 vrijkomt. Dino en Ali hangt nu juist levenslang boven het hoofd. Conclusie van deze twee: Fred is een „kroonleugenaar”.

Dat hoeft niemand te verbazen: in de wereld van de georganiseerde misdaad kent iedereen vooral zijn eigen waarheid. Het gaat in deze zaak echter om meer dat een ruzie tussen criminelen over de vraag wie er liegt.

Het Amsterdamse gerechtshof moet een unieke vraag beantwoorden: mag het Openbaar Ministerie in hoger beroep wel een nieuwe kroongetuige introduceren die in eerste instantie is veroordeeld wegens betrokkenheid bij liquidaties? De wetgever heeft dat niet uitgesloten, stelt het OM. Maar tijdens de behandeling van de kroongetuigeregeling in de Tweede Kamer werd wel gesteld dat het „moeilijk voorstelbaar”, zou zijn dat een deal werd gesloten met een veroordeelde moordenaar, zo zei Sander Janssen, advocaat van een van de verdachten.

Janssen wees op een ander uniek element. Nog nooit zijn in één strafzaak twee kroongetuigen opgevoerd. Fred R. werd voorafgegaan door Peter la S., beiden veroordeeld voor betrokkenheid bij liquidaties.

De belangrijkste vraag is of de kroongetuigen betrouwbaar zijn. Op onderdelen spreken de kroongetuigen elkaar namelijk tegen, zo zei Janssen. Zo verklaarde Peter la S. dat hij van Fred R. op een briefje de opdracht kreeg om Freds rivaal George van Dijk te liquideren. Die moord werd niet uitgevoerd en Fred R. ontkende eerder dat hij dit verzoek had gedaan. Toch achtte de rechtbank de rol van R. bij deze moordpoging bewezen. In zijn kluisverklaringen houdt R. vast aan zijn lezing dat hij door Peter la S. verkeerd is begrepen. Dat briefje zou gaan om een wapenhandeltje, niet om een moordverzoek.

Wie spreekt de waarheid? Justitie verklaarde in eerste instantie dat de lezing van La S. betrouwbaar was. En daarmee werd de lezing van Fred R. als ongeloofwaardig afgedaan. Maar nu R. in zijn kluisverklaring blijft bij zijn ontkenning, spreekt justitie van „een verschil van interpretatie en beleving”.

Er zijn meer van dit soort tegenstrijdigheden en dat leidt tot veel vragen, aldus Janssen. Daarmee kwam hij tot het kernpunt dat altijd speelt bij kroongetuigen: hoe betrouwbaar zijn getuigen die strafkorting krijgen als beloning? Met twee kroongetuigen, waarvan justitie stelt dat ze beiden betrouwbaar zijn, komt dus nog een vraag op: wie spreekt de waarheid?

Om die reden bepleitte Nico Meijering, de advocaat van Dino S., dat het hof de zaak terugstuurt naar de rechtbank. Volgens Meijering leidt de introductie van Fred R. tot veel nieuwe vragen en nieuw feitelijk onderzoek. „Iedere verdachte heeft recht op een feitelijke behandeling van zijn zaak bij twee instanties. Dat recht wordt mijn cliënt ontnomen als het hof de zaak niet terugverwijst.”