De vrede bezingen met de vijand

Tijdens MasterPeace spelen zondag tientallen muzikanten uit conflictgebieden samen, onder wie ‘de pianoman’ uit Kiev.

De Israëlische rappers Sagol 59 (links) en de Palestijn SAZ (midden) repeteren met het Metropole Orkest voor het MasterPeace concert. Foto Andreas Terlaak

De blazers en strijkers van het Metropole Orkest zijn stilgevallen. Alleen de ijle stem van de Birmese Phyu Phyu klinkt nog samen met een Nederlandse achtergrondzanger. Klaaglijk sterven de woorden weg. Een half uur na de repetitie is de Birmese ster er nog van onder de indruk. „Dat was fantastisch. Die man spreekt geen Birmees, maar hij zong het precies zoals het moet, met precies het juiste accent.” Wat hij precies zong in het Birmees? „Stop de oorlogen, stop de oorlogen.”

Veel bondiger kan het idee achter MasterPeace niet worden samengevat. Zondag, op de internationale dag van de vrede, zingen tientallen popsterren uit conflictgebieden in de Ziggo Dome voor de vrede. Vaak doen ze dat samen met de veronderstelde vijand. Phyu Phyu, die miljoenen Birmezen bereikt, zingt samen met L Lun Wah, een populaire zanger van de Kachin-minderheid. De twee groepen voeren al decennialang oorlog.

Ook de Oekraïense pianoman die wereldwijd voor iconische foto’s zorgde door in de vrieskou voor een rij soldaten te spelen, treedt zondag op, samen met Russische zangeressen. Een Palestijnse en een Israëlische rapper schreven samen een nummer, de Colombiaan Cesar Lopez komt demonstreren hoe een kalasjnikov klinkt als je er gitaarsnaren op spant. Iedereen treedt belangeloos op, tientallen bedrijven stellen mensen, ruimte en goederen beschikbaar.

Het zijn sterke, muzikale statements tegen de oorlog, maar zal er een kogel minder om geschoten worden? In antwoord daarop haalt organisator Ilco van der Linde Live Aid aan, het benefietconcert uit 1985. „Dat was voor Afrika, maar er traden nauwelijks Afrikanen op. MasterPeace is een volksbeweging. We doen alles met de lokale Bono’s, of Nelsons zoals we ze nu noemen. Op die manier bereiken we de mensen om wie het gaat en vullen we stadions.”

Het concert in Amsterdam gaat gepaard met concerten in meer dan veertig andere landen, waaronder veel conflictgebieden, zoals Congo, Afghanistan, Soedan en Pakistan.

Van der Linde is ook de oprichter van Bevrijdingspop en Dance4life, waarbij mensen dansten tegen aids. Altijd gebruikt hij muziek als middel. „Muzikanten zijn de wind onder de vleugels van deze beweging. Zij hebben vaak miljoenen fans. Het zijn bruggenbouwers in conflictgebieden. We willen dat ze gaan zingen in de taal van de ander, op het ritme van de opponent.”

Dat kan lastig zijn. In de studio van het Metropole Orkest swingt het inmiddels, maar de eerste kennismaking tussen het Keniaans koor van vijf zangers van vijf verschillende etnische groepen en de Somalische zangers van Waayaha Cusub, verliep stroef. Sinds de aanslagen van terreurgroep Al Shabaab, onder meer op het Westgate winkelcentrum in Nairobi, zien veel Kenianen alle Somaliërs als extremisten. Zanger Shiine Abdullahi moest zijn shirt uittrekken om met kogelwonden te bewijzen dat het juist Al Shabaab is die het op hen voorzien heeft.

Het concert in de Ziggo Dome wordt in verschillende landen uitgezonden. Ze zullen in Ethiopië kunnen zien dat Minyeshu, de zangeres die vluchtte naar Nederland, samen zingt met de Eritreër Kahsay Berhe. Minyeshu: „Het is een statement dat we niet bang hoeven zijn voor elkaar. Als ik een Eritrees liedje zing, springen alle Ethiopiërs op om te dansen. Andersom ook. We delen een cultuur.” Kahsay Berhe knikt. Hij zegt niet veel. Gevraagd naar zijn persoonlijke ervaring met de oorlog trekt er een donker waas over zijn gezicht. „Het enige wat ik wil zeggen is dat wij als artiesten werken aan liefde en vrede.” En hij weet zeker dat het helpt.