Benno wil niet altijd worden gevolgd

Veroordeelde zedendelinquent vecht beperkingen aan. Maar die zijn zijn eigen schuld, zegt de landsadvocaat.

Als hij ’s avonds om vijf over elf nog niet thuis is, staat de politie voor zijn deur. Als een jonge vrouw bij hem in de lift stapt, neemt hij voor de zekerheid de trap. En door zijn enkelband kan de reclassering altijd precies zien waar hij is. „Mensonwaardig”, noemt advocaat Peter van der Kruijs de positie van zijn cliënt Benno L.

L., die als zwemleraar veel werkte met zwakbegaafde kinderen, werd in 2011 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor ontucht met tientallen meisjes. Hij is voorwaardelijk vrij, en moet zich aan een aantal regels houden. De reclassering controleert. L. wil nu dat de rechter een aantal voorwaarden schrapt, en hij vraagt tienduizend euro schadevergoeding.

Die voorwaarden zijn namelijk niet bedoeld om L. weer aan het gewone leven te laten wennen of om herhaling te voorkomen, zegt advocaat Van der Kruijs. „Ze zijn bedoeld voor politiek gewin en voor de publieke opinie.” Een deel ervan is immers pas opgelegd nadat commotie was ontstaan toen de woonplaats van L. bekend werd – zoals het verbod in Leiden met minderjarigen te praten, in het park of het zwembad te komen of onbegeleid de stad in te gaan. „Het zijn kleinerende voorwaarden, bedoeld voor de bühne”, aldus Van der Kruijs.

Ze zijn ook niet opgelegd door de rechter, maar in de ‘driehoek’, het veiligheidsoverleg tussen burgemeester, OM en politie. Benno L. heeft daar toen een handtekening onder gezet, zegt zijn advocaat, maar hij kon de consequenties niet overzien. Neem de elektronische enkelband. Die heeft de rechter opgelegd om te controleren of L. zich houdt aan het ook door de rechter opgelegde gebiedsverbod – L. mag niet in de woonplaatsen van zijn slachtoffers komen. Maar de reclassering gebruikt de enkelband om L. overal te volgen, te kijken waar hij in Leiden is geweest en hoe laat hij thuis is, zegt Van der Kruijs. De rechter vraagt de staat of de controle met de enkelband inderdaad verder ging dan handhaving van het gebiedsverbod – ja – en constateert dat de bijzondere voorwaarden zo nogal zijn opgerekt.

Van der Kruijs vindt elektronisch toezicht niet nodig. Het recidiverisico is laag en daalt naarmate L. ouder wordt. L. heeft in hoofdzaak een voyeuristische afwijking, vertaalt de advocaat het eerdere oordeel van de psychiater. L. wil ook niet met slachtoffers in contact komen, dus gebiedscontrole is onnodig. Hij wil liefst naar Duitsland – L. heeft de Duitse nationaliteit, en heeft daar ook familie.

De landsadvocaat citeert het hof dat L. destijds veroordeelde. Daaruit komt een heel ander beeld naar voren: dat van een man met een lage ontwikkeling en ernstige persoonlijkheidsstoornis. Ongeneeslijk, maar met behandeling en langdurig toezicht is verbetering mogelijk. Bovendien zijn de ervaringen met L. sinds zijn veroordeling niet goed. Hij gaat voortdurend de strijd aan, en heeft meermalen de voorwaarden voor zijn vrijlating overschreden. Zijn invrijheidstelling is al een keer drie maanden geschorst. Dat hem sindsdien extra beperkingen zijn opgelegd, heeft hij aan zichzelf te wijten, zegt de landsadvocaat. Daarom heeft hij ook geen recht op schadevergoeding. „L. moet zijn houding van ‘ik bepaal, en daar moet de rest het maar mee doen’ laten varen.”

De uitspraak is op 6 oktober.