Zoetjes geven muizen diabetes via darmflora

Kunstmatige zoetjes geven muizen het begin van suikerziekte. En sommige mensen ook. De darmflora verandert, rolt uit onderzoek.

Kunstmatige zoetstoffen, bedoeld als wapen tegen ziekten door overgewicht, lijken de kans erop juist te verhogen. Dat schrijven Israëlische onderzoekers vandaag in Nature na onderzoek bij muizen. Zij vonden dat verschillende kunstmatige zoetstoffen de suikerstofwisseling zo veranderen dat daardoor diabetes kan ontstaan. Deze paradoxale effecten ontstaan indirect doordat zoetstoffen de samenstelling van de bacteriële darmflora ongunstig beïnvloeden.

Aan het drinkwater van gezonde muizen voegden de onderzoekers een van drie veel gebruikte zoetstoffen toe: sacharine, sucralose en aspartaam. Na elf weken was het bloedsuikergehalte van deze dieren significant hoger dan dat van dieren die suiker of niets in hun water kregen. Dit duidt op een verminderde glucosetolerantie, een voorbode van diabetes. Dat de darmbacteriën een rol spelen bij dit verrassende effect bleek tijdens een vervolgexperiment waarbij de darmflora met antibiotica werd geëlimineerd. Ook vonden de onderzoekers dat de bacteriepopulaties van de zoetstofmuizen sterk leken op die van muizen die door veel vet eten te dik waren geworden.

Het onderzoek heeft internationaal meteen veel media-aandacht gekregen. Martijn Katan, emeritus hoogleraar voedingsleer aan de VU, relativeert het: „Ik ben helemaal geen voorstander van zoetstoffen – water is nog altijd beter om te drinken dan kunstmatig gezoete frisdrank – maar met dit onderzoek bij muizen schieten we weinig op. Een muis is geen mens. Bij mensen met diabetes verhogen zoetstoffen de bloedsuikerspiegel niet. Dat weten we al sinds 1988.”

In dit onderzoek keken de onderzoekers ook – maar minder stringent – in hoeverre hun ontdekkingen voor mensen opgaan. Daarvoor karakteriseerden zij de darmflora van ongeveer 400 mensen en vonden significante verschillen tussen mensen die wel of geen zoetstoffen gebruikten. Er waren daarmee samenhangende afwijkingen van de glucosetolerantie die ze ook bij hun muizen zagen. Deze verschuivingen vonden zij ook bij vier van de zeven proefpersonen die vrijwillig een week lang geen suiker maar wel zoetstoffen innamen.

„Vier wel en drie niet, dat bewijst weinig”, zegt Katan. Zo’n onderzoek moet in zijn ogen op zijn minst een controlegroep hebben, willen de resultaten iets zinnigs opleveren. Ook van het grotere onderzoek onder 400 personen is hij niet onder de indruk. „Veel mensen die kunstmatige zoetstoffen gebruiken, doen dat juist omdat ze te dik zijn of diabetes hebben.”

Er is eerder epidemiologisch onderzoek waaruit blijkt dat mensen die kunstmatige zoetstoffen gebruiken sneller dik worden dan mensen die dat niet doen. Of dat een oorzakelijk verband is, is onderwerp van vaak heftige discussie. Tot nu toe is er geen sluitende psychologische en fysiologische verklaring voor gevonden.