Zakdoeken mee naar Mark Rothko

Op de website van het Gemeentemuseum Den Haag rouleren al maanden berichten van fans die niet kunnen wachten tot de tentoonstelling van Mark Rothko opent, komend weekeinde. „Zakdoeken mee”, schrijft iemand, „want ik word er zeer emotioneel van.” Een ander herinnert zich nog goed hoe hij moest huilen – „echt snikken, wenen” – bij Rothko’s laatste grote tentoonstelling in Tate Modern, in 2008. „Niet te geloven wat zijn werk met me doet.”

Wat is het toch met de schilderijen van Mark Rothko (1903-1970), dat ze zoveel mensen zo diep weten te raken? Hoe komt het dat aan zijn abstracte kleurvlakken zoveel betekenis wordt toegekend, op spiritueel, filosofisch en zelfs religieus vlak? Zelf begreep de Amerikaanse kunstenaar dat wel. „Ik ben alleen geïnteresseerd in het uitdrukken van de basale menselijke emoties”, schreef Rothko in 1956. „Tragedie, extase, verdoemenis enz. De mensen die staan te huilen voor mijn schilderijen, hebben dezelfde religieuze ervaring als ik toen ik ze schilderde.”

Een aantal jaren geleden bezocht ik de Rothko Chapel in Houston, een stilteplek voor mensen uit alle geloofsrichtingen. Rothko maakte speciaal voor deze kapel een serie van veertien schilderijen, in aardedonkere tinten variërend van dieppaars tot pikzwart. Misschien kwam het door de wetenschap dat Rothko het eindresultaat nooit te zien heeft gekregen – hij pleegde zelfmoord kort voordat de kapel werd opgeleverd – dat ik zo door die duistere schilderijen geroerd werd. Hoe dan ook voelde het alsof ik als ongelovige door zijn fluwelen schilderijen werd omarmd. In Houston voelde ik voor het eerst de fysieke aantrekkingskracht van Rothko’s doeken. Zijn schilderijen zuigen je blik naar zich toe alsof het onpeilbaar diepe zwarte gaten zijn. „Als trappen van lava”, zo beschreef de Amerikaanse dichter John Taggert het zo mooi in zijn gedicht The Rothko Chapel Poem. „Rood dat diepte krijgt door het zwart.”

In Den Haag zullen Rothko’s mooiste schilderijen een eigen kabinet krijgen. Kleine kapelletjes voor de kunst worden die zaaltjes. Je kunt alleen maar hopen dat het niet te druk wordt op de tentoonstelling. Zodat je zittend op een bankje even zo’n Rothko voor jezelf hebt. Om in stilte van te genieten en, zo je wilt, een traantje te laten.