Stoffige dorpjes leven helemaal op door Alibaba

Dankzij de interneteconomie is het Chinese platteland opgebloeid. In het dorp Dongfeng aan de oostkust is bijna iedere boer of teler overgestapt op online handel. Alibaba speelt hierbij een grote rol. Morgen gaat de grootste internetbazaar ter wereld naar de beurs.

Werknemers sorteren pakketjes voor een vervoersbedrijf in het oosten van China. De overheid moedigt groei van de internethandel op het Chinese platteland aan. Foto Reuters

De leuzen in de Internethandelsstraat, voorheen de Oosten Kleurt Roodstraat, laten er geen misverstand over bestaan wat de „glorieuze toekomst” moet brengen: „Doe met ons mee, open onlinebedrijven zodat wij allemaal samen werken aan een beter leven”, luidt de nieuwste slagzin van de Communistische Partij op een van de spandoeken in het Chinese dorp Dongfeng, op 500 kilometer afstand van Shanghai.

De 1.200 families van boeren en voormalige arbeidsmigranten hebben geen aanmoediging meer nodig, want in ieder huis aan de betonnen straatweg is een bedrijf gevestigd dat onderdeel uitmaakt van de economie van de internethandel, de nieuwste bron van groei en banen in steden en nu ook op het platteland.

„Acht jaar geleden waren hier alleen maar varkensboeren en maistelers, maar zo langzamerhand zijn de meesten overgestapt naar de internetbusiness”, vertelt Liu Xiaoling (34), oprichter en eigenaar van het meubelmakersbedrijfje Ikewood. „Iedereen wil cashen, net als de eigenaren van Alibaba.”

Via vier winkels op de meest populaire Alibaba-sites – Taobao.com en Tmall.com – verkoopt hij zijn kasten, bureaus, bedden en tafels aan klanten in heel China. Hij grijnst als zijn bezoeker vaststelt dat zijn producten een hoog Ikea-gehalte hebben. „Wij letten inderdaad goed op wat zij doen, want zij zijn erg goed, ik hou van Zweeds en Deens design”, erkent hij volmondig.

Een van de succesvolste dorpen

Dongfeng in de provincie Jiangsu aan de oostkust van China is door Alibaba bestempeld als een van „de meest succesvolle Taobao-dorpen”. Tot in de verre woestijnprovincie Xinjiang en Tibet kunnen dorpen met behulp van Taobao.com en Tmall.com hun lokale producten verkopen, van schaarse honing uit de bergen tot yakwol. Er zijn al veertig van deze dorpen verspreid over tien van de armste regio’s van China. Volgens een onderzoek van McKinsey zorgt de opmars van e-commerce in het algemeen en de Taobao-dorpen in het bijzonder voor „een revolutie” op het leeglopende platteland.

Andere dorpen leven op dankzij initiatieven van terugkerende, afgestudeerde inwoners, zoals Liu Xiaoling. Trots laat hij de nieuwe meubelfabriek zien die hij pas achter de vervallen boerderij van zijn opa en oma heeft geopend. Het modderpad naar de hal met zaag-, boor- en verpakkingsmachines moet nog geplaveid worden, de geur van varkens en kippen vermengt zich met de dieseldampen van aggregaten, want er is nog geen elektriciteit. In grijsgele stofwolken verwerken hoofdzakelijk vrouwen stapels spaanplaat en hout tot meubels, die klanten thuis zelf in elkaar moeten zetten.

In het kantoor aan de straat, waar oma Liu op de stoep de aardappels schilt voor de lunch, heeft Liu Xiaoling een fotostudio voor de productie van de digitale catalogus ingericht. Boven de studio bedienen zes jonge vrouwen achter pc’s de online-winkels en staan ze via het Chinese Skype, Wangwang, in contact met klanten. Opa Liu houdt intussen buiten in de gaten hoe sjouwers twee vrachtwagens volladen met bestellingen.

Even verderop in de straat is Oostenwind Express gevestigd. Dit bedrijf van een neef van Liu Xiaoling zorgt voor de bezorging aan huis of bedrijf. Aflevering in het Tibetaanse Lhasa, dik 4.000 kilometer westwaarts, kan een dag of wat langer duren.

Ikewood groeit niet alleen dankzij Alibaba maar ook door de voortschrijdende verstedelijking. Alleen al in 2013 verhuisden 163 miljoen Chinezen van het platteland naar nieuwe appartementen in nieuwe steden. En nog eens 250 miljoen zullen hen de komende vijf jaar volgen.

Niet verwonderlijk dat Liu optimistisch is. Op de golven van het groeiend aantal internetaansluitingen én de grootste volksverhuizing in de geschiedenis van de mensheid hoopt hij schatrijk te worden. En met hem miljoenen andere Chinese plattelanders én de nieuwe aandeelhouders van Alibaba.

4.000 inwoners, 323 bedrijven

Liu Xiaolings meubelbedrijf en het bezorgbedrijf van zijn neef zijn in Dongfeng twee van de 323 ondernemingen, waar bijna 10.000 mensen uit de wijde omgeving werken. Het dorp met 4.000 inwoners lijkt bijna te bezwijken onder de dagelijkse invasie van werkers, bestelwagens en leveranciers van materialen.

Over de bedrijfsresultaten doet Liu een beetje geheimzinnig. Hij goochelt met omzetcijfers die variëren van drie tot vier miljoen euro. In het land van onbetrouwbare, wisselende cijfers klinkt zijn relaas geloofwaardig, getuige de huizen die hij voor zijn familie heeft gebouwd, de nieuwe fabriek en de nieuwe opslagruimtes. En vorige week ruilde hij zijn Skoda Superb in voor een Mercedes-Benz.

Hij geeft toe dat hij geluk heeft gehad en dat hij het bedrijf van zijn goede vriend en oude klasgenoot Sun Han (34) heeft gekopieerd. Dat doet iedereen hier namelijk. Zij kennen elkaar van school en van werk bij China Telecom in Shanghai en Beijing. Dat was „vroeger”, dat wil zeggen voor 2008, het jaar waarin e-commerce dankzij Alibaba vaart kreeg in China.

„In 2006 had ik bij China Telecom genoeg geleerd over online zakendoen om mijn eigen bedrijf te beginnen”, vertelt Sun Han, die onlangs benoemd is tot voorzitter van de Associatie van Internetondernemers in het dorp. Na een reeks valse starts en met financiële hulp van de hele familie besloot hij in 2008, geïnspireerd door een tv-documentaire over Ikea, een meubelmakersbedrijf te koppelen aan onlinewinkels.

Er was in die tijd geen enkele timmerman in het dorp te vinden. „Alle jongens en mannen gingen toen nog naar de bouwstellingen van Shanghai of de scheepswerven aan de Yangtze-rivier.” Sun Han schat dat nu zeker 80 procent van deze voormalige arbeidsmigranten in het dorp werkt – als eigenaar van een eigen bedrijf of als werknemer. Sommigen hebben de gratis cursussen gevolgd die Alibaba voor beginnende ondernemers organiseert.

Arbeidsomstandigheden niet best

Sun Han zorgt als voorzitter van de ondernemersassociatie ook voor de contacten met de plaatselijke en regionale partijleiders. Dat deze relaties uitstekend zijn, laat zich raden, want de initiatieven van Liu Xiaoling en Sun Han zorgen voor nieuwe belastinginkomsten en banen voor boeren en dorpelingen die door de Communistische Partij worden beschouwd als „kwetsbare groepen”.

De partijbestuurders op hun beurt lijken niet al te scherp toe te zien op de naleving van de op papier strenge wetten over arbeidsomstandigheden – in Shanghai zouden de meubelfabriekjes van Dongfeng allang gesloten zijn.

De groei van de internethandel op het platteland wordt behalve door lokale overheden ook door de nationale overheid aangemoedigd, zegt Chen Liang van Aliresearch, het onderzoeksbureau van Alibaba. Dankzij de exploderende internethandel merkt werkend China tot nu toe nog weinig van de afzwakkende economische groei en de daling van investeringen in traditionele sectoren.

„Door de snelle verstedelijking en de verminderde economische groei dreigen in grote metropolen enorme spanningen te ontstaan op het gebied van huisvesting, werkgelegenheid en criminaliteit”,zegt onderzoeker Chen. „Als de groei verder afneemt, kunnen die spanningen aan de oppervlakte komen. Door de groei van de interneteconomie op het platteland wordt de volksverhuizing naar de steden afgezwakt en daardoor kunnen die spanningen misschien beheersbaar blijven.”

In Dongfeng zijn dat abstracte zorgen. Sun Han en Liu Xiaoling hebben maar één ambitie en dat is „zo rijk te worden als (Alibaba-baas) Jack Ma”. Het enige waar zij enorm de pest over in hebben, is dat zij als Chinese onderdanen niet kunnen profiteren van Alibaba’s beursgang die is aangekondigd voor morgen.

Alleen Chinese staatsbedrijven en de investeringsfondsen van groepen hele rijke Chinezen met goede connecties mogen buitenlandse aandelen kopen. De meeste kleine Chinese investeerders mogen dat niet, uit vrees voor kapitaalvlucht. „Wij zijn Chinezen en mogen niet in een Chinese onderneming investeren. Heel vreemd, want door ons is Taobao zo snel gegroeid.”