Stijfjes swingen na de bevrijding

Bevrijdingsliedjes waren populair in 1945. Nederlanders wilden swingen zoals de Amerikanen, maar wisten niet goed hoe dat moest.

Foto Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek

Meteen na de bevrijding in 1945 werd er in Nederland gedanst op liedjes als ‘Cheerio Holland!’, ‘Hello G.I., how are you?’ en ‘De Sten-Gun Walk’. Gelegenheidsliedjes die de euforie van het moment verwoordden en een kortstondige populariteit genoten. Er zijn foto’s uit die tijd met op straat dansende mensen en soms staat er dan een piano op de stoep. Maar hoe dat klonk weten we niet zo goed. Grammofoonplaat-opnames zijn er nauwelijks. Wat er wel is: bladmuziek. Er is een verzameling van driehonderd liedjes uit die tijd, die nu bestudeerd is door de kersverse Nijmeegse hoogleraar American Studies, Frank Mehring. Mehring bespreekt het genre aanstaande vrijdag in zijn oratie.

De verzameling werd aangelegd door een Amerikaan van Nederlandse afkomst, Hugo Keesing, die als hoogleraar filosofie een bijzondere belangstelling had voor de wisselwerking tussen cultuur en politiek. Keesing is met pensioen en heeft zijn collectie geschonken aan het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek.

Een van de aardigste liedjes uit de collectie is, volgens Mehring, ‘De Sten-Gun Walk’. „De muziek is van pianist Leo Fredriks, die piano speelde in een dansschool in Rotterdam. Na de bevrijding bleek dat er onder de vloer van die dansschool stenguns verborgen waren, machinegeweren uit Engeland. De dansschooleigenaar, Pierre Zom, had in het verzet gezeten. Fredriks schreef toen dat liedje als eerbetoon aan Zom, en Zom mocht er van hem een dansje bij verzinnen. De danspassen worden op het achterste muziekblad in detail beschreven. De danspartners doen bijvoorbeeld even alsof ze met stenguns in de weer zijn.”

Veel liedjes gaan over de aanwezigheid van Canadese, Britse en Amerikaanse soldaten. Mehring: „Die soldaten brachten een andere taal mee, een andere attitude, en andere muziek. De zojuist bevrijde Nederlanders waren daar heel ontvankelijk voor.”

Rond 1900 werd de Nederlandse cultuur vooral beïnvloed door Duitsland en Frankrijk. In de jaren twintig en dertig nam de invloed van de Amerikaanse cultuur langzaam toe. Pas na de Tweede Wereldoorlog zou die Amerikaanse invloed dominant worden. En dat is precies het onderwerp waar Mehrings hoogleraarschap om draait: de culturele invloed van Amerika op West-Europa.

De bevrijding is volgens hem een belangrijk sleutelmoment. In 1945 werd er gretig gedanst op muziek die Amerikaans klonk. „De Nederlandse liedjescomponisten hadden zo meteen na de oorlog niet de mogelijkheden om de laatste grammofoonplaten uit de VS aan te schaffen en te beluisteren. Ze baseerden zich vaak op de al wat ouderwetse Amerikaanse genres die ze nog wel kenden, van voor de oorlog, zoals de foxtrot. Maar ook probeerden ze in nieuwere genres te componeren: swing, boogie-woogie. Die muziek kenden ze vooral uit bladmuziek, en nauwelijks van grammofoonplaten. Ze wisten niet echt hoe dat klonk.” De swing-liedjes die de Nederlanders componeerden waren goedbedoelde maar knullige imitaties.

„Swing was voor de Duitsers entartete Kunst. Die noemden dat Negermusik en spraken van die Verniggerung der Kultur. Maar Nederlanders wilden er in 1945 graag op dansen.”

Grappig is dat een van de bevrijdingsliedjes, ‘Ik kan niet swingen’, daarover gaat: ‘Vorig jaar maakt’ik kennis met een Canadees / ik ging met hem uit voor’n verzetje / Hij zei: ‘Let’s have a dance’ maar het werd ‘quite a case’ / Helaas alles behalv’een pretje.’ Want: ‘Ik kan niet swingen.’

De bevrijding van 1945 was een moment waarop verschillende culturen elkaar ontmoetten, zegt Mehring. En waar verschillende culturen elkaar ontmoeten ontstaat ook seksuele aantrekkingskracht. „De aantrekkingskracht van „the cultural other”, noemt Mehring dat. „Veel bevrijdingsliedjes gaan daarover: ‘Mijn Tommy uit Canada’, ‘Geef mij maar een echt Hollands meisje’, ‘Trees heeft een Canadees’.”

De populariteit van dat liedjesthema was van korte duur, zegt Mehring. „Al snel werd duidelijk dat er behoorlijk veel vrouwen naar het buitenland vertrokken. Alleen al naar Canada tweeduizend.” Tegen die tijd waren de bevrijdingsliedjes al weer uit de mode.