Schotland is een verzonnen land

Een provinciale weg door het dunbevolkte zuiden van Schotland. In de berm zo nu en dan een manshoog bord met ‘YES’, dan weer een soortgelijk bord met ‘NO’. Alsof het landschap in discussie was met zichzelf.

De Schotten zijn verhalenvertellers, zo’n leeg en betoverend decor vult zich vanzelf met vertellingen, als een braakliggende filmset. Met de gekleurde draden van zijn fictie reeg Sir Walter Scott de lappendeken van de Schotse geschiedenis aaneen tot een naadloos weefsel: de kilt en de tartan. Een mooi verhaal voor de bezoekende grootvorst uit het Zuiden, een wollen metafoor voor orde en eenheid. Waar anders werd het hoofdstedelijk treinstation vernoemd naar een roman (Waverly) van de auteur voor wie – op een steenworp afstand – het grootste schrijversmonument ter wereld werd gebouwd? Misschien moeten de Schotten de inscriptie op dat monument gewoon veranderen van ‘schrijver’ in ‘grondlegger der natie’. Een verzonnen land.

Als zelfbewustzijn legitimatie vereist, is die in Schotland ruim voorhanden. In zijn beroemde boek The Scottish Enlightenment beweert de Amerikaanse historicus Arthur Herman zelfs dat in het Schotland van de 18e eeuw de moderne wereld werd uitgevonden, met name door de filosofen van het ‘Gezond Verstand’ (Hume, etc.) Die boeken lees ik graag, als Schotse halfwees. Maar zijn de Schotten zo inventief en eigenzinnig ondanks hun ‘overheersing’ of dankzij? De ene voetballer wordt captain, de andere libero.

Afgelopen dinsdag stond op deze pagina een uitstekend stuk over de kwestie door Frank Furedi. Hij hekelt de aarzeling van de Engelse politiek, met name Cameron, om zich in het Yes-No-debat te mengen, maar ook die van de Scottish National Party om ‘uit te leggen waar de Schotse nationale geest nu door de Engelse opperheren werd gedwarsboomd’. Precies: voor welk probleem is dit eigenlijk een oplossing? Cameron slaagt er niet in een coherent verhaal te houden over de betekenis van de Britse Unie en bedient zich van angstretoriek inzake de economie, en zijn tegenstander Salmond lijkt ook alleen maar geïnteresseerd in de feestelijke herverdeling van de gas- en oliebaten. Zo versmalt het debat zich tot geëmmer over koopkracht. Ook wel weer erg Schots, misschien, want zoals mijn moeder altijd zei als het geijkte vooroordeel over Schotten ter sprake kwam, ‘wij zíjn niet zuinig, wij zijn económisch’.

En waarom kwam dat nationale eergevoel niet eerder opzetten? Het is mooi om in het Schotland van vandaag zoveel welvaart en optimisme te zien, maar het Schotland dat ik als kind leerde kennen zag er anders uit: verpauperde woonwijken, dichtgetimmerde winkelstraten, gigantische werkloosheidscijfers. Een van de grootste economische booms aller tijden, gevolgd door een dito bust. Toen kwamen de olie en het gas, het toerisme, Afrika en China ontdekten de whisky, het Edinburgh-festival groeide tot een half miljoen bezoekers per jaar, en de geruisloze incasso van miljarden uit het moederland maakte plaats voor gemonkel over afdrachten en verdeling. Succes en secession, zoals zo vaak gaan ze hand in hand.

Maar hoe duurzaam is die groei, hoe stabiel zijn die olie- en gasinkomsten? De vele banken die Edinburgh reanimeerden, hoe lang blijven die? Een betrouwbaar en doelmatig bestuur van al die instituties, krijgt Schotland dat voor elkaar? ‘Onafhankelijkheid’ - van wát eigenlijk?

Het Schotland dat ‘Ja’ zegt is de wandelaar die boven op de berg zijn stok weggooit omdat hij denkt dat hij ‘m voor de afdaling niet nodig heeft. De uitvinder van het gezond verstand zou beter moeten weten.