‘Publieke Werken’: filmen in Boedapest

In Boedapest stampen honderden Hongaren in deze weken een replica van een gevelrij van de Amsterdamse Prins Hendrikkade uit de grond. Ze timmeren aan het decor van de film Publieke Werken, naar de bestseller van Thomas Rosenboom uit 1999. Gisteren werd in het Victoria Hotel in Amsterdam de cast voorgesteld door producers Frans van Gestel en Arnold Heslenfeld. De opnames beginnen over twee weken.

Roman en film draaien om twee neven die in 1888, een tijd van industrialisatie en economische expansie, veel te hoog grijpen. De Hoogeveense apotheker Christof Anijs (Jacob Derwig) hangt onder de Drentse turfstekers ongediplomeerd de dokter uit, vioolbouwer Walter Vedder (Gijs Scholten van Aschat) vraagt in Amsterdam het absurde bedrag van 50.000 gulden voor zijn huisje als het chique hotel Victoria op die plek wil bouwen. Die halsstarrigheid leidt ertoe dat zijn pijpenla in de gevel van het hotel wordt gevouwen: nu is het een souvenirwinkel. De zussen Van den Ende, wier opa het pandje in 1913 kocht, sloten gisteren niet uit dat ze het ooit alsnog aan het Victoria Hotel verkopen. „Als de tijd rijp is”, zeiden ze mysterieus.

In Boedapest wordt een replica van Vedders huis gebouwd, plus de eerste verdieping van de toenmalige Texelsche Kaai. De bovenste verdieping en achtergronden – Damrak, Centraal Station – worden digitaal op green screens geprojecteerd. Van Gestel: „Er werd in 2000 al aan een film gewerkt, maar toen waren dit soort special effects nog veel te duur. Tegenwoordig kan je met een drone rond Centraal Station cirkelen en die beelden vrij goedkoop in een 3D-simulatie omzetten.”

Voor een budget van 5,9 miljoen euro kun je zo’n historisch epos niet in Nederland maken, aldus Van Gestel. Boedapest combineert een aantrekkelijk belastingklimaat met grote studiocomplexen en goed opgeleid, goedkoop personeel. Daarna wordt Publieke Werken afgewerkt in België, om daar van een tax shelter te profiteren. Nieuw is dat er ook tien draaidagen in Nederland zijn, anders dan gepland. Dat kan door het nieuwe ‘cash rebate’, een regeling van 20 miljoen euro die het Filmfonds jaarlijks aan filminvesteringen mag terugboeken.

Dus gaat het Friese Balk door voor Hoogeveen anno 1888, al blijft het (imaginaire) veendorp Elim met zijn plaggenhutten gewoon in Hongarije.