Monsterlijker dan de nazi’s

Tweelingbroers die de Tweede Wereldoorlog overleven door zichzelf in nog grotere monsters te transformeren dan de Duitse bezetters: regisseur Janós Szász lijkt de juiste man om Le grand cahier te verfilmen, het eerste deel van de Tweelingentrilogie van de Hongaarse schrijfster Ágota Kristóf. Eerder bewerkte hij Witman fiúk (1997) waarin twee broers na de dood van hun vader steeds verder afdalen in een spel van wreedheden en perverse regels.

Je zou Le grand cahier een hertelling van die film kunnen noemen. Ook nu weer koppelt Szász wreedheid aan schoonheid. Ook nu spelen twee broers de hoofdrol, en ook nu nemen de jongens tijdens hun gedwongen verblijf bij hun harteloze grootmoeder hun eigen opvoeding ter hand. Ze zijn nog maar kinderen als ze door hun moeder op het platteland worden achtergelaten en je kunt het ze niet kwalijk nemen dat ze als jonge leeuwtjes opgroeien die elkaar door vechten en bijten uiteindelijk uitdagen wie de sterkste is. De film onderzoekt vragen over ethiek en empathie op een bedrieglijk speelse manier. De jongens schrijven hun eigen schoolboek, hun eigen vademecum, hun eigen mores; de film bladert daar in korte, soms geanimeerde scènes doorheen. Met als resultaat een vingervlug en verontrustend relaas over de wijze waarop oorlog en geweld de menselijke natuur aantasten. En in het licht van het opkomende neofascisme in Hongarije ook polemisch.