Misschien heb jij wel een zebraspin thuis

Deze week vindt de Nationale Spinnentelling plaats. Tijd om ook eens over onze Nationale Spinnenangst heen te komen, vindt Gemma Venhuizen.

Een paar jaar geleden werd ik, midden in een droom over een aantrekkelijke man die me in mijn nek kriebelde, plotseling wakker. Er kriebelde nog steeds iets in mijn nek. Er lag geen aantrekkelijke man naast me. In noodvaart spurtte ik naar de badkamer, knipte het licht aan en zag in de spiegel – o, horror – een piepkleine spin naar mijn decolleté kruipen. (Echt waar!)

Ik gilde de buurt wakker, ving de spin in mijn tandenpoetsglas en zette het glas omgekeerd neer. De spin zat gevangen. Even overwoog ik om hem door de wc te spoelen. Maar opeens schaamde ik me. Dat ik bang was geweest voor zo'n piepklein beestje. Een beestje dat niets anders had misdaan dan zachtjes in mijn nek kietelen. Eigenlijk zag-ie er heel onschuldig uit. Ik liet de spin vrij, en droomde verder.

Welke spin het was? Geen idee. Misschien was het de getijgerde lijmspuiter, of de koffieboonspin, of een van de andere spinnen die deze week centraal staan tijdens de Nationale Spinnentelling – een initiatief van het Nederlandse insectenkenniscentrum EIS en radioprogramma Vroege Vogels.

De spin verdient eerherstel

De telling is bedoeld om zoveel mogelijk Nederlanders een week lang spinnen te laten turven, in en om hun eigen huis. Op internet is een speciale zoekkaart te downloaden, met 24 plaatjes van Nederlandse huis-, tuin- en keukenspinnen. Er staan soorten op als de boomzesoog, de herfsthangmatspin en de huiszebraspin: pure poëzie. En al die spinnen wonen gezellig bij je in de buurt (sterker nog: in heel Nederland komen ruim zeshonderd soorten voor).

Niet iedereen zal er blij mee zijn. Zeg ‘spin’ en de gemiddelde Nederlander grijpt direct naar een opgerolde krant. De spin is onze vijand, onze nemesis, onze nationale nachtmerrie. En waarom? Omdat we niet de moeite nemen hem te leren kennen. De spin verdient eerherstel.

Van jongs af aan hebben we meegekregen dat spinnen eng en vies zijn: van ouders, van vriendjes, van gillende tantes. Zelfs in prentenboeken en tekenfilms wordt de spin steevast als heksenmaatje geportretteerd – geen Disneyprinses die een gezellig zingende spin als huisdier heeft (terwijl het Disney-gehalte van de zebraspin, bijvoorbeeld, juist bijzonder hoog is: grote, onschuldig glimmende kraalogen, elegante zwart-witte strepen, pluizige pootjes). En met de beroemde spin Sebastiaan van Annie M.G. Schmidt loopt het slecht af (‘Binnen werd een moord gepleegd / Sebastiaan is opgeveegd’).

We vertellen elkaar gruwelverhalen over de tientallen spinnen die we per jaar in onze slaap opeten. Over dodelijk giftige exemplaren zo groot als babyhoofdjes, die opeens uit keukenkastjes tevoorschijn komen. Onzinverhalen; spinnen blijven liever uit je buurt dan dat ze je keelgat inkruipen – een enkeling daargelaten - en in Nederland kom je hooguit soorten tegen van enkele centimeters groot. Giftig zijn de Nederlandse spinnen wel, maar niet voor mensen: spinnenkaken zijn zo slap dat ze niet eens door je huid kunnen bijten. Bovendien bevat zo'n miezerig spinnenlijf een (voor ons) te verwaarlozen hoeveelheid gif.

Muggen, die moeten pas bang zijn voor spinnen: als die eenmaal tegen een kleverige webdraad zijn gevlogen, zitten ze vastgeplakt. De spin doorboort de prooi vervolgens met twee vlijmscherpe giftanden. Het gif zorgt ervoor dat de binnenkant van de mug week wordt, zodat de spin de inhoud als een lekker papje kan opzuigen. Van het slachtoffer blijft alleen het omhulsel over. Dat klinkt weliswaar gruwelijk, maar wij hebben er baat bij: wie spinnen in huis hun werk laat doen, heeft veel minder last van muggen, fruitvliegjes en andere insecten.

Je eigen Tobey Maguire

Natuurlijk, zulk kleverig spinrag is irritant, zeker als je er nietsvermoedend tegenaan loopt. Maar tegelijkertijd is zo’n web een fascinerend kunstwerk. Spinnen produceren met hun ‘spintepels’ vloeibare zijde. En die zijde stolt, eenmaal in de open lucht, tot ragfijne, enorm sterke draden. Spinzijde is zelfs sterker dan staal (relatief dan, naar gewicht gezien). Wetenschappers wereldwijd proberen al jaren spinzijde na te maken – tevergeefs, tot nu toe.

En niet alleen hun webben zijn mooi, ook de spinnen zelf zijn fascinerend.

De getijgerde lijmspuiter is voorzien van een kek –je begrijpt het al – tijgerprintje, de kameleonspin kan verkleuren van geel naar roze en lichtgroen, de grote trilspin draait pirouettes als een ware ballerina. Vergeet die Artis- of Burgers’ Zoo-jaarkaart, en vergaap je aan die bizarre dierentuin in je eigen huis. (Over de getijgerde lijmspuiter gesproken: die stond, met zijn lijmschietmechanisme waarmee hij prooien vangt, model voor Spiderman. Eigenlijk heb je dus je eigen Tobey Maguire in huis.)

En als je echt geen spin in huis duldt, grijp dan niet meteen naar de stofzuiger. Vermoedelijk sterven duizenden spinnen in Nederland door zinloos geweld. Een begrijpelijke reflex, maar sneu is het wel. Er zijn voldoende spinvriendelijke alternatieven. De Spidercatcher bijvoorbeeld, een uitschuifbare borstel waarmee je de spin kunt vangen en vervolgens kunt buitenzetten, zonder dat je al te dicht in z'n buurt hoeft te komen.

Maar kijk, voordat je hem buitenzet, even op de zoekkaart. Wie weet heb je wel zo’n snoezige zebraspin te pakken.