Met een roze koffer naar Afghanistan

Het stuk ‘Homebody’, over de oorlog in Afghanistan, is een mix van toneel, ballet en opera. Monic Hendrickx is de huismus die droomt van een opwindender leven, Colin ‘Kyteman’ Benders schreef de muziek. „Als een verhaal goed verteld wordt, wat maakt het dan uit of de performers rondspringen of hun mond openen?”

Monic Hendrickx tijdens de repetitie van ‘Homebody’ in de schouwburg Het Park in Hoorn Foto Bram Budel

Talibaan, vrouwenonderdrukking, (seksuele) bevrijding – hoe vertaal je dat naar dans? Choreograaf Remi Wörtmeyer en regisseur Malcolm Rock laten ballerina Milena Sidorova in Homebody dansen in boerka. Rock: „Dat is echt alsof je een danser in een kooi stopt.” In een romantisch duet bevrijdt danser Casey Herd haar van het beknellende gewaad. Ze reikt er nog even naar, verward, maar hij is vastbesloten: weg ermee! Dan geeft ze zich over en schudt haar lange haren los. Einde scène. Het volgende moment liggen ze samen op bed.

Met de productie Homebody probeert Rock iets uitzonderlijks. Hij bewerkte een stuk van de Amerikaanse toneelschrijver Tony Kushner (Angels in America), over de oorlog in Afghanistan tot een mix van toneel, ballet en opera. De hoofdpersoon, een huismus (homebody) die onder invloed van antidepressiva fantaseert over een opwindender leven in Afghanistan, wordt gespeeld door actrice Monic Hendrickx. Het stuk opent met een bewogen monoloog, waarin zij vertelt over haar treurige leven en overweegt te vertrekken naar het door haar geïdealiseerde land. In het volgende deel reizen haar dochter Priscilla en man Milton naar Afghanistan om haar te zoeken. Maar in plaats van gespeeld, worden hun rollen gedanst. En de personages die ze daar ontmoeten, hulpverlener Quango en de Afghaanse dichter Khwaja, worden vertolkt door operazangers. De muziek werd geschreven door hiphop/jazz-componist Colin ‘Kyteman’ Benders, die voor het eerst een verhalende, lyrische ‘score’ schreef, inclusief zangpartijen. De multidisciplinaire aanpak maakt dat de theatertaal steeds wisselt, en het publiek continu moet schakelen.

Rock (geboren in Edinburgh, opgegroeid in Australië, nu woonachtig in Amsterdam) beseft dat hij vele kloven moet overbruggen. Zo is het basale, mimische ‘acteren’ van de dansers, logischerwijs, van een heel ander kaliber dan het sterke, tekstgedreven spel van Hendrickx. De actrice op haar beurt moet een paar passen dansen. Rock en Wörtmeyer zoeken zowel voor de dansers als voor Hendrickx naar „een veilige, gemeenschappelijke plek waar spel en dans elkaar ontmoeten”. „We willen ze stimuleren daarin verder te gaan dan ze gewend zijn. Tegelijk moet het goed voelen, er geloofwaardig uitzien en moeten ze zich niet generen.”

Die balans vind je door ‘trial and error’. „Ja”, lacht hij, „het is een behoorlijke uitdaging.”

Maar ‘gewoon’ een toneelvoorstelling maken wilde Rock niet. „Toen ik dit stuk tien jaar geleden las, werd ik meteen gegrepen door het contrast tussen de doodgewone mensen en de extreme omstandigheden waarin ze belanden. Voor Priscilla, die met haar roze rolkoffertje naar Afghanistan reist, is het verlies van haar moeder het begin van volwassenwording. Haar deel in het stuk is een coming-of-ageverhaal. Dan is er de homebody, die zichzelf bevrijdt uit een ongelukkige situatie, door te sterven, of anoniem ergens voort te leven – dat laten wij in het midden. En er is Mahala, een Afghaanse vrouw, die dankzij de ontmoeting met Milton een kans krijgt op geluk. Voor mij gaat dit stuk vooral over deze drie vrouwen. Maar ik vond dat ik er met een klassieke toneelopvoering te weinig aan toe te voegen had. Dus ik heb het toen terzijde geschoven.”

Twee jaar geleden borrelde het plan weer op. In de tussentijd had Rock samen met Wörtmeyer (ook zijn levenspartner) verschillende multidisciplinaire projecten gedaan, zoals de dansproductie Magdalene bij Het Nationale Ballet. Tegelijkertijd kwam er steeds meer gruwelijk nieuws uit Afghanistan. „En bovendien naderde het moment, dit jaar, dat alle internationale troepen zich definitief uit het land terugtrekken. Opeens kwamen voor mij alle elementen samen; now was the time.”

Het uitgangspunt voor hem, benadrukt hij, is niet zozeer een politiek of maatschappelijk diepgravend toneelstuk over oorlog te brengen, als wel het klassieke, verhalende ballet te laden met actuele, ontregelende inhoud. Dus nu eens geen Sleeping Beauty, maar een jonge vrouw op zoek naar zichzelf in een gevaarlijk, door oorlog geteisterd land. Of neem de opera, zegt Rock, „daarvan is de anekdote ook altijd heel simplistisch, en meestal hetzelfde. Aan dat repertoire willen wij nieuwe, meer inhoudelijke verhalen toevoegen. Inhoud komt vóór vorm.”

Rock wil niet uitsluitend vermaken, of een puur esthetische beleving creëren; zijn publiek moet iets moois zien maar tegelijk, al is het een beetje, aan het denken worden gezet. Rock: „Dus niet: prinses wordt wakker gekust, maar: hoe is het om te leven in een land verscheurd door oorlog? Wij concentreren ons daarbij op de personages: hoe houden zij zich staande onder die extreme omstandigheden?”

Omdat de inhoud deels wordt gecommuniceerd via lichaamstaal en muziek, moest de tekst van Kushner flink worden vereenvoudigd. „Zijn stijl is als een overdadig schuimbad, het is overvol, de golven slaan over de rand, en je wilt niet dat je badkamer nat wordt. Dus ik moest de stop eruit trekken, en kijken wat er overbleef nadat het schuim was weggespoeld. Dit stuk heeft een krachtige, heldere essentie.” Van de twintig personages hield Rock er vijf over. Milton en Priscilla hebben geen tekst; hun tocht werd door Wörtmeyer in een choreografie gevat. Rock bewerkte daarnaast de tekstregels van Khwaja en Quango tot een libretto voor tenor en bariton, dat door Benders op muziek is gezet.

Het was voor Rock volkomen vanzelfsprekend welke rollen zouden moeten worden gedanst, welke gespeeld, en welke gezongen. „Bij Mahala en Priscilla draait alles om expressie en emotie, dus het was logisch dat zij dansers moesten zijn. Khwaja is een dichter, zijn instrument is taal, maar hij drukt zich poëtisch uit. Ik vond het passend dat die teksten werden gezongen. De ‘homebody’ tot slot legt een heel gedachteparcours af waarin ze zichzelf overtuigt dat ze naar Afghanistan moet gaan. Die complexe, gedetailleerde passages konden niet anders dan in gesproken taal worden gebracht.”

Voor het realiseren van zijn idee richtte Rock in Nederland de stichting ODD Continent op, waarbij ODD staat voor Opera, Dance & Drama. „In Groot-Brittannië of Australië snappen ze niks van wat wij proberen te doen. Hier hebben mensen bij het woord ‘multidisciplinair’ tenminste nog enig idee. En toch zie je in de podiumkunsten meestal strikt gescheiden werelden, ook wat het publiek betreft: dansliefhebbers gaan nauwelijks naar opera of toneel. Ik vind dat raar. Bij toneel mis ik zelf altijd de fysieke expressie van dans, en de vocale expressie van opera. Als een verhaal goed verteld wordt, en het ziet er mooi uit, wat maakt het dan uit of de performers rondspringen of hun mond openen? Voor mij is het dus niet meer dan logisch dat ze op toneel beide doen.”