Column

Late erkenning

Light Years (Lichtjaren) van James Salter is een bijzonder mooie roman waaraan één groot raadsel kleeft: hoe is het mogelijk dat dit al in 1975 verschenen boek zo lang onderschat werd? En niet alleen in Nederland waar het pas dit jaar in vertaling verscheen, maar ook elders, tot in de Verenigde Staten, Salters geboorteland, aan toe?

Het zegt veel over het literaire bedrijf waar reputaties vaak meer gewicht in de schaal leggen dan de boeken die daarbij horen. In 1975 verscheen ook Humboldt’s Gift van de gelauwerde Saul Bellow, een boek waarmee hij een jaar later de Pulitzer Prize won. Ik nodig iedereen uit beide boeken kort na elkaar te lezen; voor mij wint Salter het in alle opzichten. Hij is een betere stilist en hij werkt zijn thema – de vergankelijkheid van het leven in de vorm van een uiteenvallend huwelijk – overtuigender uit dan Bellow in zijn nogal chaotische boek.

Salter en Bellow zijn nog een poosje bevriend geweest. Salter maakte een einde aan de vriendschap, omdat hij het gevoel kreeg dat Bellow door het verschil in literaire status op hem neerkeek. Zij waren generatiegenoten – Bellow was maar tien jaar ouder - maar Salter stond volledig in de schaduw van literaire reuzen als Bellow, Updike, Malamud en Roth. Er werd weinig over hem gezegd en geschreven, ook door zijn collega’s, al hadden sommige wel waardering voor hem.

Salters boeken werden vaak genegeerd of met zure kritieken afgedaan. In Esquire heeft hij verteld hoeveel invloed die miskenning op zijn schrijverschap had. „Ik had niet genoeg zelfvertrouwen om door te gaan en ik denk dat ik daardoor bij periodes van het schrijven afdwaalde. Ik heb zeker vijf tot zeven jaar geleefd zonder iets belangrijks te schrijven.”

Zijn maatschappelijke achtergrond zal niet mee hebben geholpen: als voormalig legerpiloot was hij een vreemde eend in de literaire bijt. Hij verkocht een poosje zwembaden en nam later nog eens een mislukt financieel aandeel in een bakkerij in Ohio. Tussendoor werkte hij met wisselend resultaat aan filmscenario’s en aan zijn verhalen en romans. Zijn doorbraak kwam pas vorig jaar met zijn roman All That Is – hij was toen 88 geworden.

Hij is nooit rijk geweest, maar toch spelen zijn boeken zich vooral af in welgestelde milieus. Ook al schetst hij zijn personages zonder veel erbarmen, hij maakt hun tragiek wel degelijk invoelbaar. In Lichtjaren beschrijft hij het huwelijk van een echtpaar waarmee hij bevriend was; tot hun verbijstering zagen ze zichzelf tot in detail in de roman terug. Het boek liep voor de werkelijkheid uit, want ze gingen pas uit elkaar nadat het was gepubliceerd.

Ik noemde Salter een groot stilist. Daarom eindig ik met de scène waarin Viri, de man, net door zijn vrouw verlaten is. De vertaling is van Peter Verstegen.

„Viri bleef achter in het huis. Alles in huis, zelfs de dingen die van haar waren geweest, die hij nooit aanraakte, leken te delen in zijn verlies. Hij was opeens gescheiden van zijn bestaan. Die aanwezigheid, liefdevol of niet, die de leegheid van de kamers vult en milder maakt, lichter maakt – die aanwezigheid was er niet meer. De simpele hebberigheid waarmee je je vastklampt aan een vrouw maakte hem plotseling wanhopig, verdoofd. Een fatale ruimte had zich geopend, zoals die tussen een lijnschip en de kade, plotseling te breed om overheen te springen; alles is nog aanwezig, zichtbaar, maar je kan het niet meer terugkrijgen.”