Kritiek en hoon in Congres, toch steun voor Obama’s plan tegen IS

De Senaat besprak twee dagen lang Obama’s strategie tegen IS. Resultaat? Veel verwarring.

President Barack Obama, minister van Defensie Chuck Hagel en generaal Lloyd Austin van het US Central Command in Tampa (Florida), waar gisteren de strategie tegen IS werd besproken. Foto Getty

Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden is vannacht akkoord gegaan met het trainen en bewapenen van ‘gematigde’ Syrische rebellen in de strijd tegen de radicale beweging Islamitische Staat (IS). Naar verwachting stemt de Senaat vandaag ook in. Het plan van president Obama kan dan doorgaan: meer luchtaanvallen op IS in Irak, training en bewapening van Syrische rebellen, en het smeden van een internationale coalitie.

Maar de senatoren ontdekten talloze zwakke plekken in de plannen tijdens de twee dagen van debat die vooraf zijn gegaan aan de stemronde. De Senaat ondervroeg minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, Chuck Hagel (Defensie) en stafchef Martin Dempsey over de strategie van president Obama om de opmars van IS in Irak en Syrië te stuiten. Centraal stond één onderdeel: de steun aan ‘gematigde’ Syrische rebellen.

Veel facetten bleken niet doordacht, of voor meerdere interpretaties vatbaar. Vooral generaal Dempsey en minister Hagel spraken elkaar soms tegen. Soms leek het alsof de strategie, die Obama vorige week in een toespraak voor de Amerikaanse bevolking ontvouwde, niet veel meer is dan een steeds herhaalde soundbite: „het vernederen en vernietigen van ISIL” [de Amerikaanse regering hanteert deze afkorting voor IS].

Na twee dagen spraakverwarring in het Congres wilde minister van Buitenlandse Zaken Kerry gisteren alle onduidelijkheid wegnemen. „ISIL moet worden verslagen. Punt.”

Was het maar zo simpel. Dempsey werd dinsdag scherp ondervraagd over Obama’s strategie door senatoren van beide partijen. Wat nu als alleen luchtaanvallen niet werken? Dempsey: dan overwegen we in Irak alsnog grondtroepen te sturen. „Ik zou dat de president sterk adviseren.”

Obama had grondtroepen juist uitgesloten, zich bewust van de oorlogsmoeheid in de Verenigde Staten na langdurige oorlogen in Irak en Afghanistan. Obama wil de geschiedenis ingaan als president die ‘Irak’ in 2011 beëindigde, niet als de president die wegging en weer terugkwam. Minister Kerry haastte zich gisteren te zeggen dat grondtroepen uitgesloten blijven. Wel stuurt Amerika 475 militaire adviseurs. Zij zullen niet vechten.

Veel bleef onduidelijk over Syrië, een gevoelig thema in het Congres. Vorig jaar verzetten Congresleden zich hevig tegen Obama’s voorstel om doelen van het Syrische regime te bombarderen. Amerika had niets te zoeken in die burgeroorlog, vond het Congres, ook al had het regime zich waarschijnlijk schuldig gemaakt aan aanvallen met chemische wapens. Obama blies de operatie af.

Nu zijn luchtaanvallen in Syrië opnieuw een optie voor Obama. IS kan volgens het Pentagon alleen verslagen worden als de radicaal islamitische beweging ook in Syrië wordt aangevallen. De Syrische rebellen, getraind en wel door het Amerikaanse leger, zullen IS daarna op de grond kunnen terugdrijven, is het plan. Daar krijgen ze 500 miljoen dollar voor.

De keerzijde van dit plan, zo bleek gisteren, is dat de Amerikanen van de rebellen verlangen dat ze president Assad voorlopig met rust laten. Kerry noemde dit de „ISIL eerst-strategie”. Tot nu toe liet Obama in het midden wat hij met Assad wilde. Nu blijkt dat Assad in feite een adempauze krijgt.

Kerry werd bespot door de Republikeinse senator John McCain: „Dus we zeggen tegen een jonge Syriër die zich bij het Vrije Syrische Leger wil aansluiten: ‘Die bommen die Assad op jullie gooit, met duizenden en duizenden doden als gevolg, daar doen we even niks aan. Vecht eerst maar tegen IS’.”

Kerry: „Wij denken dat ze er sterker uitkomen als eerst ISIL uit het land verwijderd is.”

Zo bleef er veel onduidelijk na twee dagen van debat. Het einddoel is vaag geformuleerd, er is verwarring over de vraag of IS een binnenlandse bedreiging vormt, en er bleek weinig bekend over wie de gematigde rebellen in Syrië eigenlijk zijn. Kerry twijfelde of er nu wel of geen oorlog gevoerd gaat worden in Irak en Syrië – eerst zei hij van niet, later trok hij dat in.

Toch blijft het Congres achter de president staan, dankzij de tussentijdse verkiezingen op 6 november. Militair ingrijpen tegen IS is populair, ruim 60 procent van de kiezers is voor.