Iedereen wijst naar De Neus

Vandaag buigt het gerechtshof zich over een reeks liquidaties in de onderwereld. Willem Holleeder zou met drie moorden te maken hebben. Toch loopt hij nog vrij rond. Hoe kan dat?

Willem Holleeder is vanochtend ongetwijfeld de grote afwezige in de extra beveiligde rechtbank op Schiphol. Terwijl het hof verder gaat met de behandeling van het hoger beroep in grote liquidatieproces – een zaak die draait om moorden in de onderwereld – zal iedereen zich afvragen waarom Holleeder niet op het strafbankje zit.

Dat heeft te maken met de onthullingen van Fred R., een crimineel die is overgelopen naar het kamp van justitie. De tot 30 jaar cel veroordeelde moordmakelaar Fred R. heeft zijn versie van het verhaal verteld over de onderwereldmoorden in ruil voor 15 jaar strafkorting en bescherming. In dat verhaal is een hoofdrol weggelegd voor Willem Holleeder. Hij heeft volgens Fred R. de opdracht gegeven voor drie liquidaties.

De verklaringen van kroongetuige Fred R. zijn ook slecht nieuws voor een andere hoofdverdachte, Dino S., ook wel de ‘Commissaris of Rex’ genoemd. Een bijnaam die hij dankt aan zijn status als top dog in de onderwereld: iedereen is bang voor deze Surinaamse Amsterdammer. Dino S. werd vrijgesproken maar door de verklaringen van Fred R., die jarenlang nauw met hem samenwerkte, hangt Dino nu levenslang boven het hoofd.

Toch kan Willem Holleeder nog altijd op zijn scooter door de stad snorren. Waarom noemt iedereen zijn naam als het gaat om onderwereldmoorden, maar zit De Neus niet tussen de verdachten in de extra beveiligde rechtbank vandaag?

Bijna alle getuigen zijn vermoord

De aanwijzingen dat Holleeder weet had van, of betrokken was bij liquidaties, zijn overweldigend.

Drie van de slachtoffers van de onderwereldoorlog – naast Willem Endstra zijn dat Cees Houtman en Thomas van der Bijl – hebben vlak voor hun gewelddadige dood in het geheim tegen de politie verklaard over de rol van Holleeder in de Amsterdamse onderwereld. Alle drie hebben ze ook verklaard dat ze door Holleeder werden afgeperst en bedreigd en dat ze om die reden vreesden voor hun leven.

De ironie is echter dat deze slachtoffers niet uit eigen wetenschap kunnen verklaren over de vraag wie er verantwoordelijk is voor de opdracht tot hun moord. Ze zijn immers dood. Holleeder is wel vervolgd en veroordeeld voor de afpersing van Endstra en Houtman, maar niet voor de moord op beide mannen. Zijn straf voor de afpersing heeft hij uitgezeten.

En de kroongetuige dan? Wat zegt Fred R. over Holleeder? Hier speelt hetzelfde probleem: Fred R. heeft zijn kennis over Holleeder van anderen, in dit geval vooral van Dino S. Omdat Dino S. deze verklaringen zal tegenspreken – anders werkt hij mee aan zijn eigen veroordeling – zijn deze voor Holleeder niet zo belastend. Het is kennis uit de tweede hand.

Toch is er wel wat informatie uit de eerste hand over de rol van Holleeder. Zo hoorde een andere kroongetuige, Peter la S., Holleeder vlak voor de moord op Houtman zeggen: „Eerst Osdorp.” Houtman werd voor zijn huis in Osdorp doorgeschoten.

Er zit nog zo’n kleine aanwijzing in het immense strafdossier. Een anonieme getuige, die de codenaam Q5 heeft meegekregen, heeft Willem Holleeder en Dino S. in de Baja Beach Club horen praten. „Die pak ik, die maak ik af”, zou Holleeder volgens Q5 in de Rotterdamse nachtclub hebben gezegd. „Die drie of vier gaan eraan.” De onderzoeksrechter heeft vastgesteld dat deze getuige „geen reden heeft om te liegen”.

Het Openbaar Ministerie vindt deze informatie kennelijk onvoldoende om Holleeder aan te houden. Er is echter nog een draadje waar justitie aan kan trekken. Holleeder wordt namelijk ook verdacht van het lidmaatschap van een criminele organisatie die liquidaties als oogmerk had. Gezien alle algemene beschuldigingen over betrokkenheid bij liquidaties aan het adres van Holleeder, lijkt voor deze beschuldiging meer bewijs te zijn. Maar is het genoeg?