Feyenoord-stam is terug in Europa

Voor het eerst sinds 2008 doet Feyenoord weer mee aan een Europees hoofdtoernooi. Ook de fans zijn terug. „We moeten het vertrouwen heroveren.”

Als Fred Rutten in de perszaal van FC Sevilla vooruit blikt op de rentree van Feyenoord in de Europa League, wordt hij van buiten het stadion overstemd door het gezang van het legioen. De Spaanse perschef sluit snel wat deurtjes waarna de Feyenoordcoach koeltjes opmerkt: „Ik geloof wel dat deze supporters sterker zijn dan anderen. Dit heeft een positief effect op de groep.”

Rutten is geen man van wisselende emoties noch van superlatieven. Wat dat betreft staat hij in schril contrast met de achterban van Feyenoord, waarbij de scheidslijn tussen diep lijden en groots geluk vaak flinterdun is. Honderden Feyenoordsupporters bezochten gisteren de training in het Estadio Ramón Sánchez Pizjuán, waar in 2014 een nieuw Europees tijdperk van de club moet beginnen.

Feyenoord maakte in het verleden naam als een voetbalgrootmacht met een reusachtige en fanatieke aanhang. In de jaren zestig maakte de club ware volksverhuizingen naar steden als Antwerpen en Lissabon los. Maar het hoogtepunt in de clubgeschiedenis is nog altijd de gewonnen finale van de Europa Cup I tegen Celtic in Milaan. „Maar voor de huidige generatie supporters zijn dit slechts beelden uit het verleden”, stelt Ton Strooband (47), manager supporterszaken van Feyenoord. „Die leven liever in het nu.”

De honger naar nieuw succes is groot onder de Rotterdamse aanhang. Feyenoord wist sinds 2008 niet meer te plaatsen voor een Europees hoofdtoernooi. En ook dit seizoen dreigde het tegen het Oekraïense Zorja Loehansk op dramatische wijze mis te gaan. Maar vanaf het moment dat Elvis Manu in de blessuretijd Feyenoord alsnog naar de groepsfase van de Europa League schoot, heerst in Rotterdam-Zuid heerst weer Europa League koorts. „Er kwam van alles los”, zegt Strooband, op een terrasje bij de kathedraal van Sevilla. „Winst en verlies worden heel intens beleefd.”

Strooband weet hoe het voelt te moeten lijden. „Feyenoordsupporter ben je nu eenmaal niet altijd voor de lol”, zegt hij. „Neem nu die wedstrijd die Feyenoord in 2010 met 10-0 bij PSV verloor. De week erop zat de Kuip vol om de ploeg tegen VVV Venlo naar een 1-0 overwinning te schreeuwen. Zoiets gebeurt alleen bij Feyenoord. Het geeft aan hoe diep de liefde voor de club is.”

Volgens Strooband zien veel supporters het als een soort morele verplichting om de club achterna te reizen. „Ik vergelijk het soms met een religie. Hoe onbelangrijk soms een wedstrijd van Feyenoord is, er zijn altijd supporters aanwezig. Waar ook ter wereld. Die geven spelers daarmee het gevoel dat ze hen steunen. Feyenoord staat ook voor een bepaalde trots. Voor onderlinge verbondenheid. Tijdens de groepsfase trekken de fans als een soort stam door Europa.”

Risicoclub

Met spanning keek de Rotterdamse club vorige maand naar de loting van de Europa League. Nadat FC Sevilla (Spanje), Standard Luik (België) en HNK Rijeka (Kroatië) als tegenstanders uit de balletjes waren gekomen begon het werk voor de manager supporterszaken. „In eerste instantie kijk je naar de globale zaken. Zijn de speelsteden goed bereikbaar? Hoe groot zijn de stadions? Dan maak je een inschatting hoeveel supporters er mee zouden kunnen gaan en daarna treed je in overleg met de tegenstanders.”

Feyenoord heeft in totaal zestien mensen meegenomen om de supporters te begeleiden en daar voegde de Rotterdamse politie nog eens vier agenten aan toe. De Rotterdamse club wordt door de UEFA nog altijd als een risicoclub gezien. Strooband is zich ervan bewust dat het imago van Feyenoord door rellen in het verleden niet positief is. „Dat vertrouwen moeten we zien te heroveren. Dat gaat langzaam”, zegt Strooband. „Aan de andere kant is er nu een andere generatie supporters. De veiligheidsmaatregelen zijn verscherpt. Wij weten al jaren precies wie onze fans zijn.”

Zo kunnen in Sevilla alleen Feyenoordfans toegang voor het uitvak krijgen als ze over een persoonsgebonden pasje beschikken. Daarmee kunnen ze een voucher aanschaffen die ze na een gelukte handscan bij de poort van het stadion in Sevilla inwisselen voor een kaartje. Van de 2.100 kaarten die er voor de Feyenoordsupporters beschikbaar waren, zijn er 820 verkocht. „Daarnaast zijn er altijd mensen die op een andere manier aan kaarten komen en tussen het thuispubliek gaan zitten. Maar daar draagt Sevilla de verantwoording voor”, stelt Strooband.

De voorbije dagen vond het legioen via verschillende Europese luchthavens en treinstations hun weg naar de hoofdstad van Andalusië. Strooband reisde met de selectie, sponsors en en een deel van de pers mee in een gechaterd vliegtuig. „Hoe de supporters hier komen is niet aan ons. En hoe ze zich onderweg of in de stad gedragen eigenlijk ook niet ”, legt hij in een rode Feyenoordpolo uit, terwijl voorbijlopende fans hem groeten. „Maar ik heb er wel vertrouwen in dat het goed zal gaan. Dat zeg ik deels op gevoel. En ik ken de instelling van de Spaanse politie een beetje. Maar de garantie dat er niets mis gaat, die heb je nooit.”