Even snuffelen: zijn wij vriendjes?

Met verkiezingen op komst bereiden partijen zich voor: wie gaat straks met wie?

Foto’s David van Dam en ANP, Beeldbewerking Fotodienst NRC

Snuffelen, aftasten en kietelen. En dat uren achtereen. Niet eerder duurde de openingsdag van de Algemene Beschouwingen zo lang – van half elf ’s ochtends tot na één uur ’s nachts. En niet eerder verliep het debat zo ongedisciplineerd. Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg greep niet in, terwijl fractieleiders elkaar eindeloos bevroegen en bestreden op details. Het voornaamste slachtoffer was PVV-leider Geert Wilders, die als vijfde spreker pas na de avondjournaals aan het woord kwam.

De eerste dag van de beschouwingen liet zich lezen als een wedstrijd in politiek gewicht. Met een ongewis jaar voor de boeg – Eerste Kamerverkiezingen, gedoogpartners die mogelijk hun steun intrekken aan het kabinet – was de grote vraag die boven het debat hing: wat blijft er over van de steun van de ‘meest geliefde’ oppositie aan het kabinet?

Vorig jaar was dat wel anders. Toen stond het debat in het teken van de zoektocht naar steun voor de begroting, die uiteindelijk resulteerde in het Herfstakkoord. Het ging rechtstreeks om het voortbestaan van Rutte II.

Dit jaar was de uitgangspositie een stuk meer ontspannen. Er ligt een begroting met steun van de ‘constructieve drie’ D66, ChristenUnie en SGP. Een begroting bovendien die voor het eerst in vijf jaar geen pijnlijke bezuinigingen bevat. Aan de Miljoenennota en het belastingplan zal, anders dan vorig jaar, niet meer ingrijpend worden gesleuteld. En dus konden de fractievoorzitters in de Tweede Kamer elkaar onbekommerd testen op hun politieke relevantie voor de middellange termijn.

SP’er Emile Roemer zakte meteen keihard voor dat examen. Hij kreeg de spreektijd en de interrupties die hem als leider van de grootste oppositiepartij toekwamen, maar faalde opzichtig. Hij had harde kritiek op het kabinetsbeleid, maar bood alleen vage alternatieven zonder financiële onderbouwing. „Gratis bier”, hoonde PvdA-leider Diederik Samsom. In de rest van het debat wist Roemer zich niet te herstellen.

CDA-leider Sybrand Buma had het beter bekeken. Hij kwam wél met een eigen tegenbegroting. Die bevatte overigens veel bekende voorstellen – een ‘vlaktaks’, een landbouwsector die voedselimport onnodig maakt – en Buma had niet altijd een overtuigend weerwoord op aanvallen. Maar toch: zeker anderhalf uur debatteerde de Kamer inhoudelijk over Buma’s plannen.

Met enige regelmaat ontspon zich een interessante driehoeksflirt tussen Buma, D66-leider Alexander Pechtold en VVD-fractieleider Halbe Zijlstra. Hier stond een mogelijke coalitie voor de toekomst, al verweet Buma de D66-leider dat hij weliswaar „via kronkelroutetjes in achterkamertjes” had meegepraat over de Miljoenennota, maar zijn invloed onvoldoende had doen gelden. Pechtold was kritisch tegen het kabinet over de voorgenomen belastingherziening – hij stelde, samen met Buma, een deadline – maar op andere momenten ontpopte hij zich juist als loyale verdediger van het beleid van Rutte II, bijvoorbeeld als het ging om de zorg.

Zijlstra stond als fractievoorzitter van de grootste regeringspartij voor de meest ondankbare taak: ongeclausuleerd het kabinetsbeleid verdedigen. Toch kwam hij geen moment in de problemen, ook niet toen Wilders hem aanviel op zijn vermeende softe houding tegenover Islamitische Staat.

En Samsom? Die bekritiseerde voor het eerst openlijk het kabinet. Zo eiste de PvdA-leider van Rutte dat die duidelijker afstand nam van Wilders’ anti-islamretoriek. Ook uitte hij onvrede over de inspanningen van het kabinet om de werkgelegenheid te bevorderen: „Het gaat te langzaam en te moeizaam.” Keurig afgestemd met Rutte, deze aanval, maar eindelijk maakte Samsom serieus gebruik van zijn politieke ruimte als fractieleider – al had hij het net zo makkelijk weer over ‘we’ wanneer hij over het kabinet sprak.

Zo was de conclusie na één dag debatteren: de verhoudingen die sinds het Herfstakkoord in de Tweede Kamer gestold waren, beginnen weer vloeibaar te worden.