Ajax voorbij de angst kan heel eind mee met PSG

Ploeg van De Boer richt zich net op tijd op in duel tegen sterrenploeg: 1-1

Lasse Schöne in duel met de Braziliaanse oud-Ajacied Maxwell. De Deen maakte een kwartier voor tijd de gelijkmaker uit een vrije trap tegen Paris Saint-Germain. Foto AFP

Frank de Boer voert bij Ajax al bijna vier jaar strijd tegen ‘de schroom’. Ooit schold hij zijn ploeg de huid vol tijdens de rust van het Europa League-duel tegen Manchester United. Het ging best goed op Old Trafford, een mooie 1-1 ruststand, dus met een donderspeech had niemand rekening gehouden. Maar De Boer vond het ‘Ajax-onwaardig’ en ‘schijterig’. „Hij stoorde zich vooral aan het ongeloof”, zei toenmalig aanvoerder Jan Vertonghen.

Net als gisteren eigenlijk in de eerste helft tegen Paris Saint-Germain, in het eerste Champions League-duel van een nieuwe campagne voor Ajax. De Boer hield zich dit keer in de rust in. „Drie, vier seconden”, had hij zich kwaad gemaakt – alvorens hij kalm over looplijnen begon. Nicolai Boilesen had het uitverdedigen te licht opgevat en veroorzaakte met zijn gestuntel de 1-0, maar de pijn zat hem bij De Boer in het gedraal bij balbezit. „Angst in de ploeg, te weinig vrijuit spelen om gevaarlijk te worden”, vatte De Boer na afloop samen.

De in de tweede helft ingevallen Niki Zimling brak hard met de stroperige distributie van centrale middenvelder Nick Viergever in de eerste helft. Toch kwam het psychologisch omslagmoment pas na een kapitale fout van Niklas Moisander en de daaropvolgende ontsnapping van Ajax aan een knock-out kort na rust. Dat wat De Boer vanaf minuut één wil zien, kreeg hij pas na vijftig minuten. „Ik zag dat de jongens de schroom van zich af gooiden.”

Dúrven voetballen, altijd. Het siert De Boer, die rotsvaste overtuiging dat er iets in zijn ploeg zit dat zich heus, op momenten, kan meten met de Europese top. Ook nu zovelen twijfelen aan de kracht van zijn selectie. Geen moment, zo zei hij in een interview met VI deze week, flirt hij met het idee om met het modieuze systeem met vijf verdedigers, zoals Oranje op het WK, het spel af te gaan wachten. Ook niet in de Champions League. „Moeten we dan wachten tot Joël Veltman en Moisander tegen [PSG-spits] Zlatan Ibrahimovic aan staan te duwen in ons eigen strafschopgebied?”

Er is wel lef voor nodig. Dat spelers de bal niet durven vragen met een man in de rug, kan De Boer maar niet begrijpen. „Je speelt toch bij Ajax?” Of zie de beelden van een van zijn eerste trainingen met het eerste elftal, alweer drieënhalf jaar geleden. Kennelijk had iemand zich met zijn rug naar een schot of voorzet gedraaid. Wee degene die zijn edele delen niet in de baan van de bal durft te gooien. De Boer: „Dan krijg je ’m maar eens in je zak.”

Sterrenensemble

Terug naar gisteravond, een sfeervolle Europa Cup-avond waarop Ajax voorbij de angst moest. De thuisploeg presteerde het om met kunst- en vliegwerk – noem het geluk en doelman Jasper Cillessen – net lang genoeg in de wedstrijd te blijven. Langzaam rukte het zelfbewust geraakte collectief van De Boer op. Een vrije trap van Lasse Schöne, hard maar houdbaar, vloog erin en daarna was het ineens gedaan met PSG. Een sterrenensemble dat honderden miljoenen kostte, maar waarbij het aan echte drive gisteren ontbeerde.

Er liggen kortom altijd mogelijkheden voor een initiatiefrijk team. De Boer zei vooraf in VI: „Ook tegen PSG wil ik zien dat niemand bang is voor grote clubs. Spelers moeten overtuigd zijn van zichzelf en van de kwaliteiten van hun ploeggenoten.” Dat moet zich vertalen in „spelers die beslissende acties durven maken” en „ de eindpass sneller geven”. De droom is dat het er allemaal nog mooi uitziet ook.

Ajax is daar nog ver van verwijderd, zoals de club elk jaar gedoemd is zichzelf opnieuw te kalibreren. Maar de ploeg is een – redelijk geslaagde – Europese ervaring rijker en zo leverde de avond meer op dan een punt en de vijf ton die horen bij een gelijkspel in de groepsfase Champions League. Weer wat spelers die hebben geproefd aan het niveau. Huurling Zimling dus, een kleine openbaring op de woensdagavond. Dirigerend, met gedurfde combinaties naar voren. „Ik ben blij dat hij zo inviel, dat we goed gezien hebben dat hij in deze rol uit de voeten kan”, zei De Boer. „Veel mensen twijfelden: wie is Zimling? Terecht ook wel. Hij is tenslotte de laatste tijd niet veel te zien geweest op de Nederlandse tv.”

De recente geschiedenis leert: steeds als De Boer zijn ‘nummer zes’, de controlerende middenvelder in het Ajax-systeem, gevonden heeft, gaat het lopen. Vurnon Anita in plaats van Theo Janssen en de 31ste landstitel was een feit. Christian Poulsen die daarna in de grote wedstrijden de 32ste landstitel veiligstelde. En afgelopen seizoen was er de opwaardering van linksback Daley Blind tot verbindingsman en zo kwam, gechargeerd gesteld, de 33ste titel.

En nu dan? Zimling, Thulani Serero en een Davy Klaassen in vorm. Je wint er de Champions League niet mee, maar er zit wel voetbal in. Zolang ze maar durven.