Vier belasting-sluiproutes die straks niet meer bestaan

Omzet en winst gaan weer bepalen hoeveel belasting bedrijven betalen en in welk land. Niet meer de kwaliteit van hun belastingadviseurs, zoals nu het geval is. Dat zei Pascal Saint-Amans, hoofd belastingaanpak van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, gisteren tijdens de presentatie van een reeks nieuwe internationale belastingregels.

Het zijn de meest vergaande maatregelen tot nu toe om internationale belastingontwijking tegen te gaan. En de steun ervoor is breed: alle leden van de de Oeso, de club van rijke landen, en alle leden van de G20, de twintig grootste economieën van de wereld, zijn het erover eens. Samen zijn deze 44 landen goed voor 90 procent van de wereldeconomie.

Voor bedrijven kunnen de “actiepunten”, zoals de Oeso ze noemt, grote gevolgen hebben. “Iedereen wil nu weten: heeft dit gevolgen voor mijn structuur?”, zegt fiscalist Paul Sleurink van De Brauw.  Vanaf volgend moeten landen de maatregelen gaan invoeren. Of ze dat ook echt doen, is nog de vraag. De Oeso kan niets afdwingen. “Het is makkelijk om een initiatief te steunen als er nog geen concrete actie wordt verwacht”, zegt belastingadviseur Jeroen van der Wal van Otterspeer Haasnoot & Parters.  Maar als de voorstellen “allemaal en collectief” worden uitgevoerd, hebben ze “het potentieel om een aardverschuiving teweeg te brengen”.

Welke belasting-sluiproutes wil de Oeso aanpakken?

1. Goochelen met prijzen

Wie weet wat het gebruik van een Starbucks-logo  kost? Dat weet alleen Starbucks, het koffiebedrijf dat in het Verenigd Koninkrijk in opspraak raakte omdat het daar nauwelijks belasting betaalde. Multinationals ‘verkopen’ soms waardevolle dingen aan dochterbedrijven in een ander land waar niet of nauwelijks belast wordt. Vooral voor immateriële activa zoals merkrechten is het moeilijk vast te stellen wat de werkelijke waarde is. En kan een bedrijf dus vragen wat het wil. Deze manier van belastingontwijking wil de Oeso tegengaan.

2. In het geheim opereren

Bedrijven hoeven nu nog weinig te vertellen over wat ze in elk land verdienen en afdragen. Dat komt ze goed uit, want zo kan niemand beoordelen of dat een beetje in balans is. Daar komt verandering in. Bedrijven moeten straks bekendmaken wat ze precies in elk land omzetten, hoeveel winst ze er maken, hoeveel belasting ze er betalen en hoeveel mensen er eigenlijk werken. Country-by-country reporting noemt de Oeso dat. Zo kan de fiscus beter zien hoe een bedrijf zijn belastingzaken regelt en of dat wel mag.

3. Gebruik van ‘hybride’ belastingtrucs

Het is te aantrekkelijk om het níét te doen: slim gebruikmaken van verschillende belastingregels in  verschillende landen. Met behulp van kunstmatige constructies kunnen multinationals regelen dat ze nauwelijks of geen belasting betalen. Een veelgebruikt instrument is de ‘hybride lening’. Als gevolg van de verschillende regels in de twee landen is double non-taxation het resultaat. Allemaal legaal, maar niet wenselijk, vindt de Oeso. Aanpassing van nationale wetgeving moet ervoor zorgen dat de effecten van zulke trucs „geneutraliseerd” worden.

4. Misbruik van belastingverdragen

Belastingverdragen zijn bedoeld om te voorkomen dat bedrijven dubbel belasting betalen. In zulke verdragen spreken landen af welk land waarover belasting heft. Nederland heeft er veel: ruim negentig. Maar ook deze belastingverdragen, bedoeld om bedrijven te helpen, worden oneigenlijk gebruikt om helemaal niets te betalen. Treaty shopping, in jargon. Dit shoppen in belastingverdragen moet onmogelijk worden door de invoering van anti-misbruikbepalingen.