Tijd voor een column over biseksualiteit

Misschien is het tijd voor een column over biseksualiteit. Misschien is de tijd altijd rijp voor een stukje over biseksualtiteit, maar hier twee semi-actuele redenen:

Reden één: onlangs schreef publicist EJ Levy een stuk over haar huwelijk. Na jaren van relaties met vrouwen, trouwde ze ineens met een man. Waarom? Levy was verliefd. Haar o zo ‘kosmopoliete, artistieke vrienden’ vonden het maar niets dat haar kwijlneiging, haar fladderende vlinders en cupidopijlen ditmaal anders waren gericht. Dat ze haar werkzaamheden als homo-activiste wilde voortzetten, werd belachelijk gevonden.

Reden twee: maandagavond trad de Amerikaanse folkzangeres Ani DiFranco op in Amsterdam. Ani is mijn jeugdheld en bovendien een klinkend voorstander van fluïde identiteit: ze ging van een kale kop en okselhaar naar lange dreads en een gestreken pantalon. Ze zingt krachtig over kwetsbaarheid en fragiel over autonomie.

Vijf jaar geleden gaf ze ook al een concert in Amsterdam. Toen vertelde ze over haar pasgeboren zoontje. Er steeg boegeroep uit het publiek. Een lesbische fan keurde haar relatie met een man af. Ik stond vlakbij die fan en vroeg waarom. Ze antwoordde dat Ani van twee walletjes at en dat biseksualiteit gewoon niet „geloofwaardig” was. Het leek me kinderachtig om haar te vragen of ze dan ook iedere avond aardappelen at.

Misschien voelde ze zich bedreigd omdat er nog altijd mannen zijn die geloven dat een lesbienne gewoon nooit goed geneukt is. Of omdat homoseksualiteit door sommigen als modeverschijnsel wordt gezien. Maar wat mij betreft moet je rigide ideeën niet met rechtlijnigheid bevechten.

Uiteindelijk prikte de fan met haar vinger in mijn gezicht: „Wat bén jíj eigenlijk?” Twee keer een klemtoon, dat vroeg om een kinderachtig antwoord. „Zo’n 60 procent water”, zei ik. Hartstikke fluïde dus.

Afgelopen maandagavond verliep het concert gemoedelijker.

Ani heeft inmiddels ook een dochter en dat nieuws riep ondersteunende ah’s en oh’s op. Ze bespeelde zo’n zes verschillende gitaren, met ingetapete vingertoppen om haar huid te beschermen tegen de harde snaren. Haar oksels waren geschoren, maar haar teksten zijn niet minder zacht-idealistisch geworden: ‘Cooperation is the engine of our evolution. Not competition.’

Ani zong ook een nieuw lied: ‘Even if you stretch your mind all the way, as far as you can, there’s someone out there who lives further than that, in a place you can never know.’

Ik hoopte dat de fan van vijf jaar geleden er ook weer was, want als ze goed luisterde, leerde ze misschien dat die ‘twee walletjes’ gewoon de muren rond haar eigen ogen zijn.