Rijk worden door apps te bouwen? Vergeet het maar

Foto Rien Zilvold

Joost van Dijks weg naar succes kan zo in een jongensboek. Als de jongen uit Doorwerth op zijn twaalfde een iPhone van zijn vader krijgt, leert hij zichzelf programmeren voor het besturingssysteem van Apple. Een paar jaar later, tijdens zijn eindexamenjaar, knutselt hij in de avonduren zijn eerste app in elkaar: Notifyr, dat het mogelijk maakt WhatsAppjes en sms’jes op Applecomputers te ontvangen. Al snel na de lancering wordt de app een hit en bezorgt de toen nog minderjarige ontwikkelaar genoeg geld om de auto van zijn dromen te kopen.

Succesverhalen als dat van Van Dijk hebben een “goudkoorts” in de app-industrie veroorzaakt, schrijft het Britse onderzoeksbureau VisionMobile in een recent rapport. Ontwikkelaars beproeven massaal hun geluk op de ogenschijnlijk lucratieve app-markt. Maar hun aantal is zo groot dat “het zeer onwaarschijnlijk lijkt dat de markt hen kan blijven ondersteunen”.

Straatarme ondernemingen

Hoewel de sector razendsnel groeit (dit jaar wereldwijd 27 procent), komt 90 procent van de totale omzet bij 12 procent van de ontwikkelaars terecht. Dat zijn de lucky few: grote bedrijven als WhatsApp, maar ook onafhankelijke ontwikkelaars die een digitale goudader hebben aangeboord. De bekendste is misschien wel de Vietnamese ontwikkelaar Dong Nguyen, die uit het niets miljonair werd met het simpele spelletje Flappy Bird. Maar denk ook aan Mojang, de ontwikkelaar van blokkenspel Minecraft, de populairste app van het moment, dat maandag voor 2,5 miljard dollar werd overgenomen door Microsoft.

Aan de onderkant van de welvaartspiramide bevindt zich een enorm aantal straatarme ondernemingen. Van de ontwikkelaars die aangeven geld te willen verdienen met hun apps, haalt 47 procent een omzet van nul tot 100 dollar per app per maand, aldus VisionMobile. Het niveau daarboven bestaat uit 22 procent van de ontwikkelaars met een maandomzet van 100 tot 1.000 dollar per app. Dat bedrag is bijna nergens ter wereld toereikend om de personeelskosten van te betalen, aangezien gemiddeld drie mensen aan een app werken. Bij elkaar opgeteld verdient bijna 70 procent van de ondernemingen in de app-industrie te weinig om levensvatbaar te zijn, concludeert het bureau.

Het is niet verwonderlijk dat zoveel ontwikkelaars zich op de app-markt storten. Het bouwen van een eenvoudige app kost bijna niets, heel veel mensen kunnen het, en de potentiële opbrengsten zijn enorm.

Behalve arbeidsloon zijn er nauwelijks kosten: tegen een vergoeding van 80 dollar per jaar kan iedereen een oneindig aantal apps in Apple’s App Store aanbieden. Tel daarbij op dat de online winkels van Apple en Google samen een markt van anderhalf miljard smartphonegebruikers vertegenwoordigen, en je begrijpt waarom de appwinkels worden overspoeld door goedkope apps.

Aan de vraagkant lijkt de behoefte aan apps zo langzamerhand over het hoogtepunt. Adviesfirma Deloitte becijferde onlangs dat 31 procent van de smartphonegebruikers in Groot-Brittannië geen apps downloadt, ten opzichte van een vijfde vorig jaar. Het gemiddeld aantal gekochte apps daalde van 2,32 vorig jaar naar 1,82. Een ander recent onderzoek toont aan dat smartphonegebruikers wereldwijd nog maar vier favoriete apps hebben waaraan ze 75 procent van hun tijd op de smartphone spenderen. Exacte cijfers over De Nederlandse markt zijn er niet, maar volgens Daan Witteveen, technologiepartner van Deloitte, volgen wij de Britse trend.

Zombieapps

Het gevolg van de verzadiging van de appmarkt? Appwinkels vol zogenoemde ‘zombieapps’. Niet dood, maar zeker ook niet levend, want niemand die ze downloadt. Volgens de meeste schattingen behoort zo’n 80 procent van de apps in Apple’s App Store tot deze categorie. Dat komt neer op zo’n 1,2 miljoen apps die nooit of bijna nooit worden gedownload.

Sjors Provoost is zo’n ontwikkelaar met meerdere zombieapps op zijn naam. De 32-jarige Utrechter streeft ernaar een app te bouwen waarvan hij kan rondkomen, maar gelukt is dat nog niet. Noodgedwongen klust hij bij als software-ontwikkelaar voor kleine bedrijven.

Met zijn eerste app, iSimplifiedChinese, kunnen gebruikers hun uitspraak van een Chinees woord testen op echte Chinezen. Provoost had daarvoor “een mannetje in Shenzhen” ingehuurd die eenmaal per dag een uur woorden beoordeelde. De app werd duizenden keren - gratis - gedownload, een paar honderd mensen hebben een woord ingesproken en slechts “een of twee” mensen kochten een bundel van 8 euro. Juist met die bundels had Provoost gehoopt geld te verdienen.

Geen succes. Op naar het volgende plan. Provoost bedacht en ontwikkelde een stadswandeling op de smartphone door Utrecht. De foto’s en tekstjes nam hij voor eigen rekening. Alles bij elkaar was het een weekje werk. Helaas lanceerde de VVV rond dezelfde tijd ook een wandelapp van Utrecht, waardoor Provoosts geesteskind nauwelijks werd gedownload.

“Uiteindelijk hebben maar een paar mensen de wandeling gemaakt.”

Zijn hoop is nu gevestigd op zijn laatste app Kangxi Radicals, een woordenboek voor Chinese karakters. Vooralsnog boekte de app niet veel succes.

“Een paar jaar geleden lagen de kansen voor het oprapen, maar nu zijn de meeste niches gevuld met kwalitatief goede apps. Dat maakt het heel moeilijk dé nieuwe app te worden die iedereen gebruikt. Neem de hockeywereld: alle hockeyers in Nederland gebruiken hockey.nl. Daar kom je niet meer tussen”, zegt Deloittepartner Daan Witteveen.

Terreur van toplijsten

Dat met apps moeilijk geld valt te verdienen, is in de sector allang bekend. Behalve over verzadiging van de markt mopperen ontwikkelaars op blogs over de lage prijzen in de online winkels. “Mensen zijn gewend niks of bijna niks te hoeven betalen voor een app”, legt Joost van Dijk van Notifyr uit.

“Op een verkoopprijs van twee euro per app valt geen zinnig verdienmodel te bouwen.”

Andere ontwikkelaars noemen de ‘terreur’ van de toplijsten als oorzaak van de scheve verhoudingen in de sector. Komt een app in een downloadtoptien terecht of wordt hij ‘aanbevolen’ door de Apple of Google, dan is de ontwikkelaar verzekerd van inkomsten. Lukt dat niet, dan wacht de vergetelheid.

Maar zelfs populaire apps blijken vaak maar bescheiden winsten te genereren. Zo berekende de Amerikaanse ontwikkelaar Jared Sinclair dat zijn populaire RSS-reader Unread hem netto 1.750 dollar per maand heeft opgeleverd. Weinig voor een app die tienduizenden keren werd gedownload, lang in de downloadtoplijsten stond en goede recensies kreeg.

Herkenbaar, vindt de achttienjarige Van Dijk. Zijn Notifyr stond hoog in de Europese en Amerikaanse toplijsten en kreeg op invloedrijke blogs lovende recensies. Een droomstart die voor verreweg de meeste apps niet is weggelegd. “Maar miljonair ben ik er niet door geworden, verre van.” Van Dijk werkt nog steeds als app-ontwikkelaar, maar voornamelijk als freelancer en in loondienst.

Het bestaan van een onafhankelijke ontwikkelaar valt misschien nog het best te vergelijken met dat van een kunstenaar, schrijven de onderzoekers van VisionMobile. Dat beaamt ontwikkelaar Sjors Provoost:

“Je weet dat succes maar voor een heel select groepje is weggelegd en toch hoop je op een doorbraak. Ondertussen verdien je je boterham met opdrachten van derden. Ik heb genoeg tijd, een lage huur en weinig vaste lasten. Dat stelt me in staat te blijven proberen die ene killer-app te bouwen.”

Het veiligst: apps bouwen voor derden

Van alle verdienmodellen in de sector is de eenmalige aankoop misschien wel de slechtste, zegt Witteveen.

“Apple en Google zijn erin geslaagd app-prijzen zo laag te houden dat ontwikkelaars op zoek moeten naar andere manieren om geld te verdienen.”

Zoals het ‘freemium’-model. De download is gratis, maar vanuit de app wordt de gebruiker na enige tijd gevraagd zijn portemonnee te trekken. De meeste mobiele games behoren tot deze categorie: wil de speler nieuwe levels spelen of een nieuw wapen gebruiken, dan rinkelt de kassa.

Over het meest betrouwbare verdienmodel hoeft Witteveen niet lang na te denken: apps bouwen in opdracht van derden. 31 procent van de Europese ontwikkelaars verdient zo zijn geld. Deze middelgrote bedrijven maken doorgaans gratis apps die voor de opdrachtgever dienen als reclame of een dienst verlenen aan klanten. Denk aan de ‘Appie’ van Albert Heijn of de reisplanner van de NS. “De problemen in de sector gaan grotendeels aan deze bedrijven voorbij”, zegt Witteveen.

Uiteindelijk krijgen de veiligste verdienmodellen de overhand en zullen grote bedrijven kleine onafhankelijke ontwikkelaars verdringen, voorspelt Witteveen. Grote bedrijven weten grote klanten aan zich te binden en hebben het geld om kwalitatief goede en complexe apps te bouwen. De problemen waarin veel ontwikkelaars verkeren, kenschetst de analist als “volwassenwording van de industrie”.