Participatiesamenleving? Nee, de oude verzorgingsstaat

De troonrede klinkt als van Mars, maar komt neer op de oude Venus. Het geld gaat niet naar defensie maar naar het in stand houden van de verzorgingsstaat. Niks participatiesamenleving, vindt Sebastien Valkenberg.

We leven in een gevaarlijke wereld. De luisteraar naar de troonrede 2014 kon er niet omheen. Al die klagers dat Nederland zich de afgelopen jaren heeft teruggetrokken achter de dijken, mochten in hun nopjes zijn. De eerste zes à zeven alinea’s gingen over de instabiele regio’s buiten de landsgrenzen. Veiligheid, was de teneur, is een kostbaar goed, en dat vraagt om inspanningen.

Het leek aanvankelijk een troonrede van Mars te worden. Dit is een toespeling op de Amerikaanse buitenlandcommentator Robert Kagan die een paar jaar terug een bestseller scoorde over de kloof tussen de VS en Europa. De VS gaf zijn geld uit aan vuurkracht, Europa aan een royaal opgetuigde verzorgingsstaat. De een kwam met andere woorden van Mars (vernoemd naar de god van de oorlog), de tweede van Venus (god van de liefde).

Steekt Nederland het komende jaar die kloof over? Even zou je het kunnen denken. „Alle uitgezonden Nederlandse militairen verdienen groot respect”, staat er in de troonrede. Dat respect vertaalt zich echter niet in euro’s. 100 miljoen krijgt Defensie erbij. Natuurlijk kan ze dat geld goed gebruiken. Maar na alle bezuinigingen van de afgelopen jaren is dit niet meer dan een doekje voor het bloeden.

De NAVO-partners hebben afgesproken 2 procent van hun BNP aan Defensie te spenderen. Nederland zit daar met 1,3 procent ver onder – al jaren. De laatste tijd ging het materieel – tanks, helikopters – in de uitverkoop. Ter vergelijking: het defensiebudget van de VS bedraagt 4,1 procent van hun BNP.

Dus nee, de troonrede komt bij nader inzien toch niet van Mars. Net zoals de opstellers helemaal geen afscheid hebben genomen van Venus. Leerzaam was wat de koning zei, maar nog veelzeggender was wat er ongezegd bleef. Ik heb het natuurlijk over de participatiesamenleving. Nul keer komt de term voor in de tekst. Terwijl het de vondst was van vorig jaar, het program van Nederland voor de komende jaren, zo je wilt.

Hoe zat het ook alweer? „Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving”. Dit type samenleving stond in contrast met de traditionele verzorgingsstaat die burgers van wieg tot graf begeleiden.

Wat blijkt? De troonrede van gisteren verraadt toch vooral het DNA van de verzorgingstaat. De overheid zit weer stevig aan de knoppen – wellicht omdat de participatiesamenleving de PvdA-kiezer wat erg zwaar op de maag lag? Misschien verklaart dat een zin als deze: „De overheid blijft zich, samen met de onderwijssector, vakbeweging en bedrijven, inspannen voor scholing en begeleiding van werk naar werk […]”.

De achterliggende bedoelingen zijn ongetwijfeld goed. De realiteit is echter weerbarstig. Telkens weer blijkt dat de overheid als intercedent niet werkt. Vorig jaar zei Bas van der Klaauw, hoogleraar beleidsevaluatie in Trouw (22 juni 2013): „De meeste maatregelen die de overheid sinds de jaren negentig neemt, lijken niet effectief.” Toch is dat geen belemmering om nieuwe banenplannen te maken, steeds opnieuw. Het alternatief, terughoudendheid, is zowat ondenkbaar als de overheid gewend is overal een vinger in de pap te hebben.

Nog een voorbeeld uit de troonrede. „Verder wordt het recht op kinderopvangtoeslag bij ontslag met drie maanden verlengd tot een half jaar. Daardoor kunnen mensen zich voor een langere periode volledig richten op het vinden van een nieuwe baan.” Waarom? Kunnen familie, vrienden, buren niet bijspringen dan? Dat lossen we participerend wel op, had Rutte het staatshoofd vorig jaar waarschijnlijk laten zeggen.

Maar eigenlijk vat dit alles samen. Vorige week wilde Nederland meevechten in de internationale coalitie tegen IS. Niet nodig, lieten de VS weten. Het ontbreekt ons daarvoor aan manschappen en materiaal. We konden met andere woorden niet participeren. Dus nee, ondanks het begin was dit gewoon weer een doodnormale troonrede van Venus.