Op de vlucht voor de natuur

Jaarlijks raken gemiddeld 27 miljoen mensen hun huis kwijt door natuurgeweld. Door klimaatverandering zal dit aantal toenemen.

Het aantal ontheemden door natuurrampen is veel groter dan door geweld. Volgens de Noorse Vluchtelingenraad (NRC) moesten alleen al vorig jaar bijna 22 miljoen mensen huis en haard verlaten door overstromingen, orkanen, droogte, modderstromen en aardbevingen. Dat is volgens de raad bijna drie keer zoveel als het aantal dat op de vlucht is voor geweld in conflictgebieden.

Net als de afgelopen jaren worden in Azië de meeste mensen getroffen. De grootste ramp was de tyfoon Haiyan op de Filippijnen, waardoor ruim vier miljoen mensen hun huis kwijtraakten. Door de grote rampen blijft de aandacht voor natuurgeweld op kleinere schaal onderbelicht. Van de ruim 600 natuurrampen in 2013 hadden er 37 meer dan 100.000 slachtoffers.

Er is sprake van een stijgende trend, concludeert de Noorse vluchtelingenraad in het vandaag verschenen rapport Gobal Estimates 2014 – ongeveer een verdubbeling ten opzichte van 1970. Dat komt niet alleen doordat de wereldbevolking sinds 1970 ook bijna is verdubbeld. Mensen wonen ook steeds vaker in gebieden die relatief gevoelig zijn voor natuurgeweld en in steden, die kwetsbaarder zijn dan het platteland. In ontwikkelingslanden is het aantal stadsbewoners met maar liefst 326 procent gegroeid. En omdat meer mensen natuurrampen overleven, zijn er meer ontheemden.

Het rapport legt de oorzaak deels bij klimaatverandering. Door de opwarming van de aarde stijgt bijvoorbeeld de zeespiegel. Omdat 44 procent van de wereldbevolking op minder dan 150 kilometer afstand van de kust woont, zullen meer mensen getroffen worden door een stormvloed of een orkaan die aan land komt.

Daarnaast leidt klimaatverandering tot extremer weer: zware neerslag, langdurige droogte en hittegolven. Dat is nu al het geval, maar voorlopig blijft de toename van het aantal vluchtelingen door klimaatverandering volgens de onderzoekers nog verborgen in de natuurlijke variatie die het weer nu eenmaal kent.

Voor klimaatwetenschapper Maarten van Aalst, directeur van het Klimaatcentrum van het Rode Kruis, zijn de cijfers niet verrassend. De conclusies zijn in lijn met de verwachting van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. „Maar zelfs als je de invloed van klimaatverandering op natuurrampen voorzichtig inschat, is duidelijk dat de druk op het humanitaire systeem zal toenemen”, zegt Van Aalst in een telefonische reactie.

Meer werk dus voor het Klimaatcentrum, dat landen en de lokale bevolking helpt om hun weerbaarheid tegen natuurgeweld te vergroten. Van Aalst is blij dat het rapport wijst op de noodzaak mensen beter voor te bereiden op een natuurramp. „Neem Haiyan, de tyfoon die vorig jaar over de Filippijnen raasde”, zegt Van Aalst. „De meeste slachtoffers vielen door de vloedgolf die op de tyfoon volgde. Door de zeespiegelstijging was die vloedgolf groter dan vroeger het geval zou zijn geweest. De autoriteiten hebben daarom nu bij de wederopbouw gebieden aangewezen waar geen huizen meer mogen komen.”

Maar dat is eigenlijk te laat, concludeert Van Aalst. „Als de Filippijnse overheid jaren geleden was begonnen om mensen naar veiliger gebieden te laten verhuizen, zou dat minder grote gevolgen hebben gehad voor de bevolking. Nu moeten bewoners gedwongen verhuizen. Ook al is dat soms maar een paar kilometer, de gevolgen kunnen groot zijn. Bijvoorbeeld als je vroeger een winkeltje runde en nu tien kilometer verderop moet gaan wonen, op een plek waar al zo’n winkel is.”

Dat er jaarlijks meer mensen ontheemd raken door natuurgeweld dan door conflicten, betekent volgens Van Aalst niet zo veel. „Door de hongernood in de hoorn van Afrika van 2010-2012 zijn veel mensen gevlucht. Maar het aantal slachtoffers was het grootst in Somalië, omdat dat ook geteisterd wordt door geweld.”

Bovendien kun je ontheemden moeilijk met elkaar vergelijken, vindt Van Aalst. „Op de Filippijnen keerden mensen na Hayan snel terug naar hun huizen. Met een blik op de toekomst en een zeker optimisme hebben ze de wederopbouw aangepakt. Voor Syriërs op de vlucht voor geweld is de situatie uitzichtloos. Zij hebben geen idee wanneer ze ooit weer naar huis kunnen.”