Ook de gedetineerde is burger

Hoe ver moet de overheid gaan met het houden van toezicht op ex-gedetineerden? Die vraag is actueel nu de Tweede Kamer morgen akkoord dreigt te gaan met een ingrijpend CDA/PVV-amendement op een wetsvoorstel over langdurig toezicht na detentie.

Het kabinet stelde vorig jaar al voor om zware gewelds- en zedendelinquenten en tbs-gestelden die voorwaardelijk vrijkomen, langer onder toezicht te houden dan de negen jaar van nu. De bedoeling was om bij dreigende terugval snel te kunnen ingrijpen. De rechter zou voortaan na afloop van de celstraf reclasseringstoezicht kunnen gelasten. Dat toezicht zou na rechterlijke toetsing verlengd kunnen worden, met perioden van twee tot vijf jaar. Zonder maximum – dus levenslang toezicht wordt hier mogelijk gemaakt. Dat is een ingrijpende maatregel, zonder garantie op succes overigens, die mogelijk op enige tientallen daders van toepassing kan zijn.

De Kamer dreigt nu akkoord te gaan met een nog verdere uitbreiding van het toezichtsregime. Namelijk door die op te leggen nádat de straf is uitgezeten en voorwaardelijke vrijlating mogelijk wordt. Op het eerste gezicht lijkt dat geen groot verschil, maar dat is er wel. De indieners van het amendement menen dat er nog een lacune in het wetsvoorstel zit die ‘dichtgetimmerd’ moet worden. Namelijk voor die gevallen waarin het Openbaar Ministerie tijdens de detentie concludeert dat er risico’s op recidive of op ‘ernstig belastend gedrag’ jegens slachtoffers of getuigen zijn ontstaan. Het OM zou dan alsnog (eindeloos) verlengbaar staatstoezicht bij de rechter kunnen eisen op de betreffende persoon. Let wel: de rechter hoeft er niet mee akkoord te gaan. En de vraag is natuurlijk gewettigd waarom het OM niet al meteen toezicht had geëist.

Maar de Orde van Advocaten wijst er vooral op dat deze ‘lacune’ een dubbele straf voor hetzelfde feit mogelijk maakt – en dus van dubbele berechting. Eén keer voor de detentie, en één keer erna. En het is een gietijzeren rechtstatelijk beginsel dat zoiets niet kan. Het is ook niet erg duidelijk wat ‘belastend’ gedrag is; strafbaar is het niet, anders stond het wel nauwkeurig omschreven in de wet. Hier lijkt de overheid, in haar streven naar totale veiligheid, zichzelf een extra marge toe te kennen in het beperken van de vrijheid van de burger. Diens straf moet ook een keer afgelopen zijn, evenals het toezicht, het gebiedsverbod, de enkelband, het alcoholverbod en de verplichte deelname aan de cursus agressieregulering. In een rechtsstaat hebben ook gedetineerde burgers recht op voorzienbare straffen op basis van exact omschreven laakbaar gedrag. En op zekerheid over de duur en inhoud ervan.

Dit neigt naar control creep: open-eindetoezicht door de staat.