Naar de video waarin haar man werd onthoofd keek het Westen niet

De wereld is geschokt door de onthoofdingen van westerse gegijzelden. Maar IS houdt ook 22 Libanezen vast en onthoofdde er al twee. Libanon vreest het volgende doelwit van IS te worden.

Zoals Nazha Geagea zijn er in Libanon 22 vrouwen: echtgenotes van Libanese militairen en politiemannen die sinds ruim een maand worden gegijzeld door de extremisten van de Islamitische Staat en Jabhat al-Nusra, én worden bedreigd met onthoofding.

De hele wereld spreekt met afschuw over de onthoofdingen van westerse gijzelaars door IS. Veel minder aandacht gaat naar hun Libanese lotgenoten. Twee zijn er al onthoofd. En IS dreigt te zullen doorgaan tot de Libanese beweging Hezbollah, die vecht aan de zijde van president Assad, zich terugtrekt uit Syrië.

„Pierre heeft tweemaal mogen bellen”, vertelt Nazha Geagea bij haar thuis in het dorpje Barka in de Bekaavallei. „Hij zei dat hij redelijk goed behandeld wordt. En hij vroeg mij de Libanezen op te roepen de straat op te gaan om te eisen dat Hezbollah zich terugtrekt uit Syrië.”

Dit laatste is de voornaamste eis van de gijzelnemers. Alle gegijzelden hebben video’s moeten inspreken met die boodschap. Een andere eis is de vrijlating van honderden gevangenen – vijftien per militair of agent – die in Libanons beruchte Roumieh-gevangenis zitten. En een paar miljoen dollar.

Door de terugtrekking te eisen van de shi’itische beweging Hezbollah heeft IS de toch al gespannen verhoudingen tussen religieuze groepen in Libanon op scherp gezet. Het land is verdeeld in een shi’itisch kamp, dat het Syrische regime van Assad steunt en een sunnitisch kamp, dat juist de rebellen steunt. „Dit alles is het resultaat van de verdeeldheid in Libanon over de oorlog in Syrië”, zegt Sami Geagea, de burgemeester van Barka.

Volgend doelwit

Pierre Geagea werkte als politieman in het grensstadje Arsal, toen dat op 2 augustus onder de voet werd gelopen door een allegaartje van extremistische strijders uit Syrië. Bij de gevechten werden 19 Libanese militairen, 59 burgers en 67 extremisten gedood. Niet eerder drongen rebellen uit Syrië in zulke groten getale Libanon binnen. Dit wakkerde de angst aan dat Libanon het volgende doelwit is van de Islamitische Staat.

Toen de extremisten zich terugtrokken namen zij tientallen Libanese militairen en agenten mee naar Syrië. Sindsdien zijn al twee militairen onthoofd. Video’s van de onthoofdingen werden verspreid via sociale media.

De Geagea’s zijn een christelijke familie, en de christenen in Libanon zijn verdeeld over de oorlog in Syrië. De Geagea’s zijn bovendien verwant aan de leider van de Lebanese Forces, een christelijke partij die stevig in het anti-Syrische kamp zit.

Door deze contacten was Pierre bijna vrijgekomen. „Sunnitische religieuze leiders hadden de vrijlating van vijf sunnitische gijzelaars bedongen”, zegt Nazha Geagea. „Er was ons beloofd dat de christenen zouden volgen. Pierre was zelfs al naar Arsal gebracht. Maar toen werd in Beiroet de IS-vlag in brand gestoken. Pierre werd meteen terug naar Syrië gebracht.”

Verbrande IS-vlaggen

De vlagverbranding eind augustus in de christelijke wijk Achrafieh was een stunt van drie Libanese jongeren. Het incident had zonder gevolgen kunnen blijven, ware het niet dat minister van Justitie Ashraf Rifi, een sunniet, meteen een gerechtelijk onderzoek gelastte tegen de jongeren.

Op de zwarte vlag van IS staat namelijk in witte letters de islamitische getuigenis („Ik getuig dat er geen God is behalve Allah en Mohammed is zijn profeet”), een van de vijf zuilen van de islam. „Dit symbool heeft niets te doen met IS en zijn terroristische aanpak”, verklaarde Rifi, die met de actie inspeelt op sympathie voor IS bij zijn meer extreme sunnitische aanhang.

Daags daarop zette iemand anders een video op YouTube waarin hij op zijn beurt een IS-vlag verbrandde. In de stijl van de ‘ALS Ice Bucket challenge’ nomineerde hij ‘de hele wereld’ hetzelfde te doen. Het fenomeen ging viral.

„We wilden de wereld tonen dat wij tegen IS zijn en dat wij hun ideologie en hun terrorisme veroordelen”, zegt de initiatiefnemer van de vlagverbranding. „Wij Libanezen zijn niet bang voor IS.” Maar hij wil toch liever niet met zijn naam in de krant.

Bij de families van de gegijzelden hoor je dat soort scherpe veroordelingen van IS niet. Zij weten heel goed dat elk verkeerd woord in de media de gijzelaars in gevaar kan brengen. Zeker als het shi’ieten zijn.