Groots gepresenteerd, maar spectaculair zijn de plannen niet

Behoedzaamheid is het credo van de begroting 2015. De plannen die er wél zijn worden spectaculairder verkocht dan gerechtvaardigd is.

Minister Jeroen Dijsselbloem fotografeerde gisteren in de Tweede Kamer de fotografen bij de presentatie van de rijksbegroting en de Miljoenennota. Het resultaat is de foto rechts. Foto’s ANP, Jeroen Dijsselbloem

Het Nederlandse antwoord op een onzekere wereldeconomie: geen gekke dingen doen met de rijksfinanciën. De Miljoenennota 2015 die dinsdag werd gepresenteerd staat in het teken van behoedzaamheid. Het kabinet-Rutte II toont zich behoedzaam in de begroting en, in de woorden van minister Dijsselbloem van Financiën, „behoedzaam in het doen van al te stellige uitspraken over de toekomst”. Spanningen rond Oekraïne, onzekerheid over de energievoorziening van Europa en de gevolgen van de opkomst van IS: ‘geopolitiek’ is terug in het politieke vocabulaire.

De economische ramingen die ten grondslag liggen aan de begroting zijn, gezien de recente geschiedenis van recessie en crisis, niet slecht. 0,75 procent economische groei dit jaar en 1,25 procent in 2015. De inflatie is laag: 1 procent dit jaar en 1,25 procent volgend jaar – een ontwikkeling die heeft bijgedragen aan de stijging van de koopkracht die het kabinet de burger in 2015 belooft. De werkloosheid stijgt dit jaar nog tot 620.000 mensen, maar neemt in 2015 af tot 605.000, bij een licht stijgende werkgelegenheid. En de consumptie van huishoudens kan voor het eerst sinds lang weer omhoog, met 1 procent.

Zo komt het kabinet bij een begrotingstekort dat volgend jaar zakt tot 2,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), een staatsschuld die nauwelijks nog stijgt – tot 70,2 procent van dat bbp – en een collectieve lastendruk die daalt naar 37,7 procent van het bbp. Maar of dat er allemaal van komt is onzeker. Het Centraal Planbureau, verantwoordelijk voor de economische ramingen, rekende begin dit jaar al onzekerheidsvarianten door rond de energieprijzen, die sterk kunnen stijgen als de spanningen rond Oekraïne bijvoorbeeld verder oplopen. Recenter, en herhaald in de zogenoemde ‘Macro Economische Verkenningen’ die de Miljoenennota begeleiden, is een onzekerheidsvariant waarbij de onzekerheid verder stijgt en handelssancties over en weer intensiever worden.

Dat is inderdaad geen klimaat om al te grote risico’s te nemen – al dringt een groeiend koor van economen en instituten aan op hogere uitgaven om daarmee de economie te stimuleren. Daar geeft Rutte II nauwelijks gehoor aan. De Raad van State schrijft overigens in zijn advies bij de Miljoenennota juist dat er meer financiële buffers nodig zijn, en meer hervormingen.

Een kabinet dat geen gekke dingen wil doen, rest weinig anders dan het beleid dat er wél is met wat meer spektakel te presenteren. Een paar voorbeelden:

De koopkrachtstijging is, zo bleek al, goeddeels het gevolg van een daling van de inflatie waar het kabinet geen vat op heeft en dus ook nauwelijks de eer voor kan opeisen. De 160 miljoen die nu in de begroting wordt uitgetrokken voor koopkrachtcompensatie komt neer op slechts eentiende van de koopkrachtstijging van 0,5 procent die volgend jaar plaatsvindt.

De aangekondigde verlaging van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting, met een half procent, is in feite een verhoging met een kwart procent. Vorig jaar was er immers al een tijdelijke verlaging van 0,75 procent geweest. Het belastingtarief in die eerste schijf (voor inkomens tot 20.000 euro) kwam daarmee uit op 36,25 procent. Het zou met ingang van 2015 weer omhoog gaan met ruim een half procent. Maar het kabinet heeft nu besloten die verhoging te halveren tot 36,5 procent. Dat klinkt positief maar doet voor de laagste inkomens toch pijn op het loonstrookje.

Er is nog geen plan noch financiële dekking voor de gisteren aangekondigde 15 miljard lastenverlichting. Met die 15 miljard, in het kader van een voorgenomen belastinghervorming, moeten op termijn 100.000 banen worden gecreëerd. Als dat letterlijk zo was, zou het neerkomen op 150.000 euro per gecreëerde baan – nét iets minder dan de Balkendendenorm.

De 100 miljoen extra per jaar voor Defensie is in wezen een minder grote bezuiniging. Sinds het vorige kabinet, Rutte I, heeft dit departement reeds 1,4 miljard moeten inleveren.

En dan is er nog het Toekomstfonds uit de aardgasbaten – onder meer voor innovatieve mkb’ers – dat gisteren een grote rol speelde bij de presentatie van de begroting. Dat fonds wordt 200 miljoen euro groot. Uit het rendement ervan wordt fundamenteel onderzoek gefinancierd. Maar het eerste jaar, 2014, gaat er maar 125 miljoen in. Het rendement daarop zal vergelijkbaar zijn met het rendement op een staatslening: zo’n 1 procent. Waardoor er kennelijk zo’n 1,25 miljoen euro zal worden uitgekeerd aan onderzoek, op een totale rijksbegroting van 260 miljard. Zelden zal zoveel energie en spreektijd op Prinsjesdag zijn besteed aan een uitgavenpost van 0,0005 procent van de rijksbegroting.