Granaat op Israël, akkoord opbouw

Vanuit de Gazastrook is gisteren een mortiergranaat afgevuurd op Israël. Dat meldt het Israëlische leger. Een veiligheidsfunctionaris van de Palestijnse beweging Hamas liet weten dat zijn groep niet achter de beschieting zat. Het is de eerste granaatinslag sinds de vijftig dagen durende oorlog tussen Israël en Hamas. Die eindigde op 26 augustus dit jaar met een staakt-het-vuren. Ondertussen hebben de Verenigde Naties (VN), Israël en de Palestijnse Autoriteit gisteren een overeenkomst bereikt waarmee begonnen kan worden met de wederopbouw in Gaza. De VN houdt toezicht op het gebruik van de materialen, zei afgevaardigde Robert Serry gisteren. Bij de wederopbouw wordt de private sector in Gaza betrokken. De Palestijnse Autoriteit krijgt de leiding over het proces en de VN gaat erop toezien dat materialen niet voor andere doeleinden gebruikt worden. In de Gazaoorlog van deze zomer, de langste ooit tussen Israël en Hamas, werden grote delen van de Gazastrook verwoest. De Palestijnse Autoriteit schatte de kosten van de herstelwerkzaamheden recent nog op zo’n 7,8 miljard dollar (6 miljard euro). Dat is tweeënhalf keer zoveel als de totale waarde van alle goederen en diensten in Gaza. Daarvan zou 2,5 miljard dollar (1,9 miljard euro) gaan naar de wederopbouw van huizen en 250 miljoen dollar (192 miljoen euro) naar de energievoorziening. Serry zei gisteren dat hij een enorme verwoesting heeft gezien tijdens zijn bezoek aan Gaza vorige week. Volgens hem zijn er grote buurten geheel vernietigd en zijn zo’n 100.000 Palestijnen ontheemd geraakt. Meer dan 65.000 ontheemde Palestijnen leven nog in schuilplekken van de Verenigde Naties.