‘Ebolastrijd is Russisch roulette’

Tropenarts

Het is bijna onmogelijk ebola te onderscheiden van andere tropische ziekten, zegt de arts.

Het goede nieuws is dat Nick Zwinkels (31) en Erdi Huizinga (39) zich „hartstikke goed” voelen. De twee Nederlandse tropenartsen, die in Sierra Leone onvolledig beschermd in aanraking kwamen met drie overleden ebolapatiënten, vertonen zelf nog geen symptomen van de ziekte. Ze zitten op een geheime locatie in quarantaine, zegt Zwinkels aan de telefoon. „Ik heb mijn vriendin al maanden niet gezien. Nu is ze zo dichtbij en mag ik haar niet aanraken.”

Toch is dat een van de minste zorgen. Twee lokale personeelsleden uit hun kliniek in Yele zijn overleden aan ebola. Het ziekenhuis, grotendeels gefinancierd met Nederlands geld, is inmiddels door de lokale autoriteiten gesloten. De Nederlandse tropenartsen zijn erg bezorgd over de lokale bevolking. De gezondheidszorg in Sierra Leone noemen ze „heel slecht”. Reden daarvoor is onder meer dat de bevolking heel weinig vertrouwen heeft in de medische stand.

En dan breekt ebola uit.

„En zijn we weer terug bij af. Wij vinden het vreselijk dat we na jaren van vertrouwen opbouwen de lokale bevolking verlaten nu ze ons het hardste nodig hebben. Ons ziekenhuis is tijdelijk gesloten, zieke mensen in de omgeving kunnen nergens heen. Niet alleen ebola is nu een probleem, want ook mensen met zeer behandelbare ziektes zoals malaria of tyfus kunnen nu niet meer naar het ziekenhuis. Er worden steeds meer ziekenhuizen gesloten, het is een slagveld.”

Waren jullie voorbereid op de kans besmet te raken?

„Deze magnitude had niemand kunnen voorspellen, maar we zijn hier vanaf het begin heel serieus mee bezig geweest. De ontkenning op het continent was, zeker in het begin, enorm. Wij moesten ons personeel trainen, voorlichting geven in kerken en moskeeën. Maar ook het ziekenhuis verbouwen. We hadden een grote droogruimte voor wasgoed in het ziekenhuis. Die hebben we eind april, toen de ebola begon, al omgebouwd tot isolatieafdeling. Ook hebben we meer dan duizend beschermende pakken besteld en gekregen. Want je moet je voorstellen: een besmette patiënt bezoek je vijf keer per dag, en vijf keer moet je een nieuw pak aan, want de ander wordt vernietigd.”

Ondanks al die voorbereidingen zijn jullie niet volledig beschermd in aanraking gekomen met patiënten die later overleden aan ebola.

„Dat is waar, maar mijns inziens niet verwijtbaar. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een definitie gepubliceerd hoe patiënten te herkennen zijn. Een patiënt moet minimaal 38,4 graden koorts hebben én spontane bloedingen of aan drie ‘minor criteria’ voldoen. Dat zijn bijvoorbeeld ernstige vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn, moeite met slikken, ademhalingsproblemen of diarree. Daarnaast moeten zij contact hebben gehad met een besmet persoon.”

Klopte die definitie?

„We werden steeds laagdrempeliger in het ‘verdenken’ van een patiënt, maar de drie patiënten die wij hadden opgenomen waren eerst totaal niet verdacht van ebola. Twee van hen hadden eerst geen koorts, ze zouden geen contact hebben gehad met patiënten, ze hadden geen bloedingen. Toen ze zieker werden, hebben we ze naar de isolatieafdeling verplaatst. Ik wil aangeven hoe aspecifiek de ziekte zich kan presenteren. Het is vaak onmogelijk het verschil te zien tussen malaria, cholera of ebola.”

Het wás ebola.

„Ja. Dan schrik je enorm. Mijn eerste reactie was: hoe herken ik ebola nog? Medische zorg leveren wordt zo Russisch roulette.”

Klopt de beschrijving van de Wereldgezondheidsorganisatie wel?

„Die is natuurlijk ergens op gebaseerd, maar wij hebben kunnen constateren dat het dus niet altijd waterdicht is als een patiënt voor het eerst binnenkomt. Mogelijk is de ziekte zich anders gaan gedragen, ik weet het niet, ik ben geen viroloog. Wel weet ik dat we bij onze patiënten bewijs hebben gezien dat de WHO-beschrijving niet altijd correct is. Ziekenhuizen in de omgeving anticiperen hier ook al op door minimaal twee artsen onafhankelijk van elkaar elke nieuwe patiënt te beoordelen. Mensen moeten steeds laagdrempeliger worden geïsoleerd, maar niet elk ziekenhuis heeft daar de capaciteit voor. Onze isolatieruimte had bijvoorbeeld maximaal drie bedden.”

Op het meest kritieke uur kregen jullie de kans te vertrekken.

„Het was niet zozeer een kans, maar een dwingend advies van de instanties. Dat voelt heel oneerlijk. Kijk, we zijn heel blij dat de Nederlandse overheid en de ambassade zoveel moeite hebben gedaan om ons te evacueren. Als we ziek worden, hebben we in Nederland veel meer kans te overleven dan in Afrika. Het was een onmogelijke keuze. Ik wil ook niet dood, ik wil ook de beste zorg, maar wil de mensen ook niet in de steek laten.”

Waarom hebben jullie gekozen voor quarantaine, terwijl jullie van het RIVM en GGD naar huis mochten?

„Het voelde niet goed om gewoon weer naar huis te gaan. Natuurlijk ben ik er ook van overtuigd dat ik nu niet besmettelijk ben, maar ik wil geen enkel risico nemen. Daarbij voelt het goed om loyaal te zijn aan mijn stafleden, die zitten in Yele ook nog steeds in het ziekenhuis in quarantaine.”

Twee personeelsleden zijn overleden. Gaan jullie terug naar de kliniek in Yele?

„Dat willen we zeker. Ons doel is en blijft om de gezondheidszorg daar op hoger niveau te krijgen. Vreselijk dat collega’s zijn overleden, de band was juist steeds sterker geworden. We hebben ze opgeleid, en tot het laatste moment begeleid.”