De wereld is gevaarlijk, maar wat kost dat?

In Den Haag zegt iedereen het: de wereldwijde onrust heeft ook binnenlands zijn weerslag. Maar extra geld zit er niet in.

Bestrijdt de Miljoenennota van 2015 ook radicalisering en jihadisme in Nederland?

De Troonrede van de koning wekte gisteren die verwachting. Haat zaaien, dreigen met geweld of discriminatie van bevolkingsgroepen zal „onder geen enkele omstandigheid worden getolereerd”, zei koning Willem-Alexander. „De haat die elders in de wereld mensen in het verderf stort, mag niet overslaan naar onze straten.”

Alleen, in extra geld of concrete maatregelen is daar minder van terug te vinden in de Miljoenennota. Ook de oppositie beaamde in de eerste politieke reacties dat de onrust in de wereld – Oekraïne, Irak, Syrië – meer dan ooit ook in Nederland effect heeft. Dat kunnen negatieve economische gevolgen zijn, maar ook spanningen in de maatschappij en gevoelens van onmacht en onveiligheid. En bij die vaststelling bleef het.

Internationaal heeft Nederland zich bereid verklaard bij te dragen aan de coalitie tegen de strijders van de Islamitische staat in Irak en Syrië. En natuurlijk is er vanwege de geopolitieke onrust extra geld uitgetrokken voor Defensie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Beide zijn afzwakkingen van eerder aangekondigde bezuinigingen. Extra geld dat het Openbaar Ministerie krijgt om „criminaliteit met een internationale dimensie voor de rechter te brengen” komt voor 2015 neer op 5 miljoen euro. Dat bedrag loopt pas in de jaren erna op, tot 20 miljoen – dat lijkt wat laat om een volgens iedereen acuut probleem aan te pakken. Bovendien moet het OM dat bedrag verdelen over de aanpak van jihadisme, kinderporno en internationale financiële criminaliteit.

Premier Rutte zei in zijn toelichting op de Troonrede dat het kabinet bewust „de veerkracht van de Nederlandse samenleving” als thema heeft gekozen. En daarbij hoort ook „het terrein van de rechtsstaat”, „tegen de achtergrond van de geopolitieke ontwikkelingen”. Uit de plannen voor volgend jaar blijkt dat het kabinet extremisme en radicalisering vooral op een justitiële manier benadert.

Vicepremier en minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher, verantwoordelijk voor integratie, schrijft in zijn plannen dat het kabinet onrust en spanningen vroegtijdig wil signaleren. Hij wil „de dialoog binnen etnische en religieuze gemeenschappen verbreden”. Maar het programma om integratie te bevorderen omvat in 2015 4,5 miljoen euro, meer dan de helft minder dan de 9,7 miljoen euro die er dit jaar voor was uitgetrokken.

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) herhaalt dat hij wetsvoorstellen in voorbereiding heeft om jihadisten, ronselaars en haatpredikers strafrechtelijk het leven zuur te maken. Hij wil jihadgangers het Nederlanderschap kunnen ontnemen. Tegen teruggekeerde jihadstrijders moeten meer bestuursrechtelijke maatregelen mogelijk worden. Denk aan een meldplicht, contactverbod of verplicht verhuizen.

Twee weken terug, bij het debat over de aanpak van jihadisme en radicalisering in Nederland, was de kabinetsvisie onvoldoende volgens onder andere D66, de SP en GroenLinks. Het lijkt onwaarschijnlijk dat één van de partijen, oppositie of coalitie, vandaag of morgen wél het antwoord heeft op de vraag waarin voor Nederlandse jongeren de aantrekkingskracht van de extremistische jihad schuil. En hoeveel geld het wegnemen van die voedingsbodem zou kosten.