De kansen van de klimaatcrisis

Bedrijven staan al te popelen om een slaatje te slaan uit de klimaatverandering. Wij moeten dat vóór zijn, vindt Naomi Klein. Een fragment uit haar nieuwe boek No Time.

De afgelopen vijftien jaar heb ik me verdiept in onderzoek naar samenlevingen die extreme shocks te verduren kregen – shocks die veroorzaakt waren door economische meltdowns, natuurrampen, terroristische aanslagen en oorlogen. En ik heb zorgvuldig gekeken naar hoe samenlevingen in tijden van overweldigende stress veranderen. Hoe de gebeurtenissen het collectieve besef van wat mogelijk is ten goede, maar vooral ten kwade keren. Zoals ik in mijn laatste boek De shockdoctrine schreef zijn in het belang van het bedrijfsleven stelselmatig de verschillende vormen van crisis geëxploiteerd om een beleid door te drukken dat een kleine elite verrijkt – door deregulering, door het mes te zetten in sociale uitgaven en grootschalige privatisering van openbare instellingen af te dwingen. Het vormde ook het excuus om hard in te grijpen in burgerlijke vrijheden en voor de huiveringwekkende schending van mensenrechten.

En er zijn volop aanwijzingen dat klimaatverandering hierop geen uitzondering zal zijn, dat in plaats van oplossingen te genereren die werkelijk de catastrofale opwarming zouden kunnen voorkomen, en die ons beschermen tegen de onvermijdelijke rampen, ook deze crisis zal worden benut om middelen naar de 1 procent te laten vloeien. De vroege stadia van dit proces zijn al zichtbaar. Wereldwijd worden van gemeenschappelijk bosgebied particuliere boomplantages gemaakt, zodat de eigenaars de zogenoemde emissiekredieten kunnen innen, een lucratieve zwendel.

Er bestaat een bloeiende handel in ‘weerfutures’, waardoor bedrijven en banken kunnen speculeren op weersveranderingen, alsof dodelijke rampen een spelletje in Las Vegas zijn (tussen 2005 en 2006 is de klimaatderivatenmarkt vervijfvoudigd van 9,7 miljard tot 45,2 miljard dollar). Mondiale herverzekeringsmaatschappijen maken miljarden winst, deels door bescherming te verkopen aan landen in ontwikkeling die praktisch niets hebben gedaan om de klimaatcrisis te laten ontstaan, maar die enorm kwetsbaar zijn voor de uitwerking ervan.

En in een vlaag van openhartigheid verklaarde de wapengigant Raytheon dat „de handel zich waarschijnlijk zal uitbreiden naarmate het gedrag en de behoeften van consumenten veranderen in reactie op de klimaatverandering.” Die uitbreiding houdt niet alleen een groter beroep op de geprivatiseerde rampendiensten van het bedrijf in, maar ook ‘de vraag naar militaire producten en diensten omdat de openbare veiligheid in het geding kan zijn als gevolg van droogte, overstromingen en stormen die door de klimaatverandering worden veroorzaakt.’ Goed om te onthouden voor de keren dat twijfel de kop opsteekt over de urgentie van deze crisis: de privémilities worden al gemobiliseerd.

Naast een toenemende vraag naar mannen met wapens bieden droogte en overstromingen allerlei mogelijkheden om zaken te doen. Tussen 2008 en 2010 zijn er minstens 261 patenten aangevraagd op het gebied van klimaatbestendige gewassen; zaden die bestand zouden zijn tegen weersextremen. Van die patenten was bijna 80 procent in handen van maar zes grote agro-industriële ondernemingen. Intussen bood orkaan Sandy de projectontwikkelaars in New Jersey een buitenkansje: ze kregen miljoenen voor nieuwbouw in licht beschadigde gebieden, terwijl de nachtmerrie voor degenen in de zwaar getroffen sociale woningbouw voortduurt, vergelijkbaar met wat mensen in New Orleans overkwam na orkaan Katrina.

Dit is allemaal niet bijzonder verrassend. Het is inherent aan ons huidige systeem om nieuwe manieren te vinden voor de privatisering van gemeenschapsvoorzieningen en winst uit rampen te slaan, daar is het op ingericht.

Samenlevingen reageren echter niet alleen met de shockdoctrine op crises.

We zijn de afgelopen jaren allemaal getuige geweest van de krach die in 2008 op Wall Street begon en over de hele wereld nagolfde. Het was de plotselinge stijging van voedselprijzen die mede de voorwaarden schiep voor de Arabische Lente. Bezuinigingsmaatregelen hebben van Griekenland tot Spanje, van Chili tot de Verenigde Staten en Quebec massabewegingen geïnspireerd. Over het algemeen worden we er steeds beter in om het hoofd te bieden aan degenen die de crises cynisch misbruiken om de openbare sector te plunderen.

Maar die protesten hebben ook laten zien dat nee zeggen niet voldoende is. Als oppositiebewegingen meer willen bewerkstelligen dan even fel te branden en vervolgens uit te doven, is er een allesomvattende visie nodig over wat er in de plaats van een falend systeem moet komen, met daarnaast een gedegen politieke strategie om die doelen te bereiken.

Vroeger wisten progressieve mensen hoe dit moest worden aangepakt. Er zijn in het verleden in het heetst van grootschalige crises veel belangrijke overwinningen behaald voor sociale en economische rechtvaardigheid. Opmerkelijke voorbeelden hiervan zijn het beleid van de New Deal na de beurskrach in 1929 en de talloze sociale programma’s die na de Tweede Wereldoorlog zijn opgezet. Deze beleidsvormen waren zo populair bij de kiezers dat er om ze als wet aan te nemen niet het soort autoritair bedrog voor nodig was waar ik in De shockdoctrine verslag van heb gedaan. Essentieel was de opbouw van een stevige massabeweging die in staat was de verdedigers van de falende status quo het hoofd te bieden en een aanzienlijk groter deel van de economische koek op te eisen. Een paar van de overgebleven (hoewel bedreigde) resultaten van deze buitengewone historische momenten zijn: de in veel landen verplichte ziektekostenverzekering, het ouderdomspensioen, sociale woningbouw en overheidssubsidie voor de kunsten.

Ik ben ervan overtuigd dat klimaatverandering een belangrijkere en omvangrijkere gelegenheid biedt. Als onderdeel van het project om de emissies omlaag te krijgen naar het door veel wetenschappers aanbevolen niveau hebben we weer de kans om beleidsvormen te promoten die levens dramatisch verbeteren, de kloof tussen arm en rijk dichten, grote aantallen goede banen creëren en de democratie van onderop versterken. In plaats van de ultieme uiting van de shockdoctrine, het verwoede graaien en onderdrukken, kan klimaatverandering een volksshock worden, een slag van onderen toegebracht.

En waar rechtse shockdokters noodsituaties (zowel de reële als de kunstmatige) misbruiken om beleidsvormen door te drukken die ons nog vatbaarder voor crises maken, wordt door de hier besproken transformaties precies het tegenovergestelde bewerkstelligd: die zouden doordringen tot de kern van waarom we überhaupt worden geconfronteerd met opeenvolgende crises, ze zouden ons een leefbaarder klimaat opleveren dan wat ons nu te wachten staat, en een veel rechtvaardiger economie dan de huidige.

Maar voordat die veranderingen kunnen plaatsvinden, voordat we kunnen geloven dat klimaatverandering ons kan veranderen, moeten we stoppen met wegkijken.