De begroting ontbeert ambitie, maar dat is niet ten onrechte

Weinig ambitieus, zo is de gisteren gepresenteerde rijksbegroting voor 2015 al genoemd. Het kabinet houdt het liever op ‘behoedzaam’. Die laatste term is beter gekozen. De overheidsfinanciën raken langzamerhand op orde. Het begrotingstekort daalt naar 2,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en de staatsschuld stijgt nauwelijks meer verder, tot 70,2 procent. Dat is, gezien de omstandigheden, zeker niet slecht.

Die omstandigheden kenmerken zich binnenlands door een zeer lage economische groei en een eveneens lage inflatie. Dat het kabinet in zo’n economisch klimaat toch een verdere sanering van de begroting doorvoert is een teken dat het de rijksfinanciën in zijn greep heeft. Mocht ons land afstevenen op een periode waarin die lage groei en inflatie zich blijven voordoen – en dat ids zeker niet uitgesloten – dan is de voorzorg van een ordelijke begroting geen luxe. Wind mee is er ook: de lage inflatie zorgt vanzelf voor een betere koopkracht bij de bevolking. De extreem lage rente van dit moment zorgt voor forse meevallers bij de rentebetalingen op de staatsschuld. Maar deze voordelen zijn betrekkelijk. De economie trekt nauwelijks aan. De blijdschap over 1,25 procent economische groei spreekt boekdelen: in normale tijden zou zo’n groeivoet worden gezien als een teken van ernstige bloedarmoede.

Voorzichtigheid is dus geboden. Dat geldt des te meer omdat het internationale economische klimaat snel kan verslechteren. De Europese energiemarkt is wankel, het vertrouwen van consumenten en ondernemers kan worden ondermijnd door de crises rond Oekraïne en het Midden-Oosten. Handelssancties kunnen schade toebrengen. In zo’n omgeving is het wijs rekening te houden met tegenvallers, ook al doen die zich nog niet concreet voor.

Dat heeft een prijs: het kabinet mag zich weliswaar op de borst slaan omdat het bijvoorbeeld de kostenstijging in de zorg een halt heeft toegeroepen, voor het overige zijn de weinige nieuwe daden en uitgaven die gisteren werden gepresenteerd karig – en ze werden dan ook wat groter gemaakt dan ze in werkelijkheid zijn.

Dat er geen grote plannen en hervormingen zijn – het belastingplan is op dit moment weinig meer dan een voornemen – kan mager overkomen. Maar de grootscheepse hervormingen die al zijn ingezet zullen bij de uitvoering nog genoeg energie vergen.

De enige majeure vraag wordt nu of er in Europa een andere wind gaat waaien rond het begrotingsbeleid. Wellicht wordt stimuleren, in plaats van bezuinigen, het nieuwe credo als de Europese economie blijft stagneren. Maar dat is een geheel ander hoofdstuk, waarvoor dit jaar geen, of nog geen, plaats is in de Miljoenennota.