Uwe Majesteit, zo’n Troonrede kan wel wat concreter en simpeler

Koning Willem-Alexander leest de Troonrede voor. Foto ANP / Michael Kooren

De formele toon van onze koning creëert afstand met de bevolking, die meer zou hebben aan begrijpelijke taal en concrete voorbeelden. Kijk bijvoorbeeld eens naar het bevlogen verhaal bij een Amerikaanse State of the Union, zegt presentatiecoach Huib Hudig, die de Troonrede voor nrc.nl beoordeelde.

Het blijft een apart geval, die Troonrede. Onze koning zit de toespraak van het kabinet voor te dragen, maar spreekt alsof het zijn eigen woorden zijn. Alsof een getuige de huwelijksspeech van de bruidegom moet voorlezen, terwijl de hele familie gespannen toekijkt. Dan gaat vanzelf de passie eruit.

Toch begon het dit jaar hoopgevend. Het begin was retorisch gezien sterk, met het noemen van de vliegramp MH17 (“een rouwrand van verdriet”) en de internationale context waarin ons land verkeert. De koning zocht directe aansluiting met de luisteraar: “In heel het land waren mensen zichtbaar één, in stilte en rouw.” Maar als snel volgde er weer de traditiegetrouwe opsomming van beleidsmaatregelen en ambtenarenjargon. Meer een leestekst voor een clubje ingewijden dan een toespraak voor het volk.

Hoe komt het dat we vastzitten aan die vorm? Ten eerste was de Troonrede oorspronkelijk gericht op de Eerste en Tweede Kamer. Men vindt het moeilijk om die formele toon los te laten. Ten tweede schrijft de koning zelf de inhoudelijke tekst niet, omdat hij politiek onschendbaar is. Zijn invloed is beperkt tot verfraaiing van de inleiding, de rest wordt door ministers en ambtenaren geschreven. Die houden zich vooral bezig met de compleetheid van de inhoud. Killing voor iedere toespraak.

Zou het beter kunnen? Ja, en dat zou ook moeten, want de Troonrede is niet meer van deze tijd. Door de digitale ontwikkelingen en het internet zijn speeches een belangrijk communicatiemiddel geworden. Vergelijk het maar eens met de State of the Union: daar maken Amerikaanse presidenten altijd een bevlogen verhaal van, gevuld met oneliners en beeldende verhalen. In de huidige opzet missen wij Nederlanders de kans om van de Troonrede een nationaal evenement te maken dat zorgt voor verbinding tussen politiek en burger.

Ook al zijn de koning en het kabinet aan bepaalde formaliteiten gebonden, je kunt met een aantal simpele ingrepen de tekst al veel beter en aansprekender maken. Een paar tips uit de speechpraktijk:

  • Hou het simpel. De Troonrede bevatte te ingewikkeld taalgebruik. Bijvoorbeeld: “De kostenontwikkeling valt dit jaar voor het eerst sinds vele jaren mee ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen.” Kan dat niet wat eenvoudiger? “De kosten zijn dit jaar lager dan we hadden verwacht.”
  • Make it human. Gebruik geen abstracte termen, maar concrete voorbeelden. “…door mensen en middelen beschikbaar te stellen voor missies zoals die in Mali” Kan dat niet wat sympathieker? “We gaan onze militairen uitsturen naar de zandvlakten van Mali” (of iets dergelijks).
  • Noem maximaal drie onderwerpen per zin, anders wordt het te veel. De Troonrede bevat te lange opsommingen. Voorbeeld: “Daarvoor zijn nodig: gezonde overheidsfinanciën, een evenwichtige inkomensverdeling, een houdbaar stelsel van sociale en oudedagsvoorzieningen, een goed functionerende arbeidsmarkt en woningmarkt, een toekomstgericht onderwijsstelsel en betaalbare en toegankelijke zorg.” Waar ben jij afgehaakt: na ‘arbeidsmarkt’, of al eerder?
  • Zorg voor afwisseling. De zinnen worden bijna allemaal op dezelfde manier opgebouwd. Gebruik eens een stijlmiddel, zoals een vraag, een herhaling of een drieslag, zoals Willem Alexander deed in zijn kersttoespraak: “En toch… En toch is ‘Vrede op aarde’ meer dan een onbereikbaar ideaal. Meer dan een ster aan de hemel.”
  • En de belangrijkste tip: stem je tekst af op je publiek. Want wie is nu het eigenlijke publiek van deze toespraak? Is dat wel de Eerste en Tweede Kamer? Of zijn het de anderhalf miljoen kijkers thuis? Zo ja, begrijpen die een zin als “Voorzieningen in de thuiszorg en de jeugdzorg blijven beschikbaar, maar mensen krijgen wel te maken met andere voorwaarden en aanpassingen in de dienstverlening”?

Het eerste vereiste van iedere toespraak is dat die begrijpelijk is voor het publiek. Oorspronkelijk waren dat de leden van het parlement, maar inmiddels is dat de hele Nederlandse bevolking, die thuis voor de televisie (of met de smartphone in de hand) zit.

De formele toon van de Troonrede creëert afstand met die mensen, in plaats van hen te betrekken. Op die manier laten we een grote kans liggen om hen een heldere, hoopvolle boodschap mee te geven aan het begin van het parlementaire jaar.

Huib Hudig is presentatiecoach bij Speak to Inspire en auteur van Het speechboekje.