Column

Weiger zo’n steiger

Amsterdam had al de bierfiets, een ideaal vervoermiddel voor dronken Britten – niet alleen mannen, de laatste tijd ook vrouwen – die in de binnenstad hun bloemetjes zo luidruchtig mogelijk buiten willen zetten. Inmiddels is er in het verlengde hiervan een nieuw geruchtmakend plan geopperd: de bierwaterfiets.

Dit is een amfibische fiets met een lengte van 5,5 meter waaraan twaalf personen en een schipper kunnen plaatsnemen. De fiets kan via een schuine helling in het grachtensop belanden. Leuk toch? Je ziet het al voor je: diezelfde dronken Britten, maar nu ook nog in de grachten waar het al wemelt van de rondvaartboten, plezierbootjes en waterfietsen. Zo wordt het verschil tussen een bezopen en een verzopen Brit steeds kleiner.

Touroperator Rondje Regio, exploitant van de bierfietsen, heeft al een vergunning aangevraagd bij Waternet, het overheidsbedrijf voor waterbeheer. De waterfiets, aldus Rondje Regio, zorgt voor verbinding „tussen toerist, water en fiets”. Dat is ontegenzeggelijk waar, alleen mis ik in deze opsomming het bier.

De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) heeft bij monde van Walther Schoonenberg geprotesteerd. „De exploitant zoekt voortdurend de grens op”, zei hij tegen Het Parool, „dat doen ze met de bierfietsen op het land en dat zullen ze ook doen met de bierfietsen in de gracht.”

Waternet zou wel voelen voor een vergunning, maar een besluit is nog niet genomen. De PvdA is in de gemeenteraad tegen. „Ik hoop dat het college met ons van mening is dat dit een onzalig plan is”, zegt een PvdA-raadslid. Ik ben er niet gerust op. Veel zal afhangen van D66 dat de macht heeft veroverd in Amsterdam. Die partij heeft in het verleden nogal tegenstrijdige signalen afgegeven wat betreft bier en plezier in de binnenstad.

Als stadswandelaar kun je soms glimpen zien van een bestuurlijke nonchalance, of misschien is het wel naïviteit, waar Amsterdam nog veel spijt van kan krijgen. Het toerisme groeit, de druk op de binnenstad wordt navenant groter. Willen we van Amsterdam een pretpark maken of mag het ook nog een leefbare stad blijven?

Ik liep laatst langs de Hollandse Tuin, een straatje op Bickerseiland aan het water van het Westerdok. Het is een van de rustigste gebieden van de binnenstad, ook al zijn aan de overkant hoge appartementengebouwen verrezen. Er mogen over de Hollandse Tuin geen auto’s rijden, het is er nog een oase van rust.

Uitgerekend daar is de gemeente van plan een steiger aan te leggen „voor de beroepsvaart, de partyboten en de rondvaart”. Men heeft het eerder geprobeerd op andere plekken in de omgeving, maar stuitte daar op te veel weerstand. De bewoners van de Hollandse Tuin zijn perplex en boos. Ze vrezen grote overlast van toeristen, wildplassers en vandalen.

De bewoners zijn de actie Weiger Die Steiger begonnen, maar ik vrees voor hen dat de gemeente niet opnieuw zal wijken. Als bestuurders en ambtenaren hun hakken in het zand hebben gezet, kun je steigeren wat je wilt – het zal niet baten.

Daarom krijgt zo’n actie iets symbolisch: je ziet een kleine groep stadsbewoners vechten voor de rust van hun buurt, maar ze lijken uiteindelijk kansloos tegen de lobby „voor de beroepsvaart, de partyboten en de rondvaart”. Of word ik nu te somber? Ik hoop het.