Terrorisme bestaat niet zonder communicatie

De Islamitische Staat bedient zich van een waanzinnig geavanceerde propagandamachine. Liever een viral video dan een bomaanslag.

Ga even zoeken op Twitter, Facebook of Justpaste.it, en je wordt overspoeld met boodschappen van en uit de Islamitische Staat. Natuurlijk, de onthoofdingen en andere gruwelijke beelden die het merkteken zijn geworden van deze jihadistische organisatie die zich tot kalifaat heeft gebombardeerd. Maar er is meer.

De videoserie Mujatweets laat juist zien hoe blij jonge mannen zich in dit ‘bevrijde’ deel van Syrië en Irak voelen. Ja, beklemtonen de sprekers in het Engels of Duits, het is ieders religieuze plicht af te reizen naar het jonge rijk van kalief Ibrahim, voormalig terroristenleider Abu Bakr al-Baghdadi.

Misschien wel even belangrijk als de gewapende strijders die de Islamitische Staat uitbreiden en verdedigen, is het mediadepartement Al-Hayat (het leven), dat volgens zijn missieverklaring „de boodschap van de Islamitische Staat in verschillende talen wil overbrengen om de moslims onder één vlag te verenigen”. Al-Hayat dirigeert een mediaoffensief over twee fronten. Tegenstanders worden geïntimideerd en radicale moslims gerekruteerd met zeer expliciete video’s en beelden van kruisingen, onthoofdingen en massa-executies die via sociale media en smartphones worden verspreid. Blije publicaties als Mujatweets moeten gezinnen en minder radicale aanhang naar het kalifaat trekken.

Een terreurorganisatie met een mediadepartement, het is niet nieuw. „Zonder communicatie geen terrorisme”, onderstreepten de Nederlandse terrorisme-experts Alex Schmid en Janny de Graaf in 1982. De Turks-Koerdische PKK had in de jaren tachtig een kantoor in Amsterdam, dat gestencilde propaganda produceerde.

De komst van internet bood bijna onbeperkte communicatiemogelijkheden, en daar maakten extremisten dankbaar gebruik van. Het internationale terreurnetwerk Al-Qaeda, waaruit de IS voortkomt, had zijn productiehuis Al-Sahab (de wolk), dat in zijn hoogtijdagen aan de lopende band video’s vervaardigde: boodschappen van Al-Qaedaleiders en filmopnames van jihadisten die in naam van verdrukte moslims de strijd met de onderdrukker met de martelaarsdood bekroonden.

In tegenstelling tot de Islamitische Staat maakte Al-Qaeda veel gebruik van drukbezochte, besloten chatfora. Via deze omweg bereikten de video’s ook het grote publiek. De propaganda van de IS is echter niet alleen makkelijker te vinden maar ook van betere kwaliteit. De Amerikaanse contraterrorisme-directeur Matthew Olsen noemde de IS onlangs „de meest geavanceerde propagandamachine van alle extremistische groepen”.

Doodgriezelig vinden politieke leiders het dat extremisten internet gebruiken om hun ideologie te verspreiden, te communiceren en te rekruteren. Maar wat konden en kunnen zij doen?

Een mogelijkheid is het blokkeren van extremistische websites en het verwijderen van video’s en andere boodschappen van de sociale media, zoals nu ook gebeurt met onthoofdingsvideo’s van de IS. Maar tegenstanders onderstrepen het gevaar van censuur, en de meeste geblokkeerde of verwijderde informatie wordt binnen korte tijd langs andere wegen toch wel weer beschikbaar. De Amerikaanse internetkrant Vocativ melddde juist dat een met de IS verbonden Twitteraar ‘slapende cellen van de dood’ heeft opgeroepen tot moord op Twitter-employés.