Stop met embargo’s, volgens de Grondwet hoeven ze niet

De grondwet kent geen embargo voor Prinsjesdag. Stop ermee, maar hou de Troonrede tot die dag wel geheim, schrijft J.Th.J. van den Berg.

Met grote hardnekkigheid beweert de minister-president jaar op jaar dat openbaarmaking van de begrotingsstukken vóór Prinsjesdag in strijd is met de Grondwet. Want, zo zegt hij, de begroting wordt volgens de Grondwet ingediend op dezelfde dag waarop de Troonrede wordt uitgesproken. Uit die gelijktijdigheid leidt de premier af dat openbaarmaking van begrotingsstukken, waaronder de Miljoenennota, net als van de Troonrede pas op Prinsjesdag is toegestaan. De Grondwet wordt ingezet om, naast de Troonrede, ook alle begrotingsstukken tot Prinsjesdag geheim te houden.

Waarom eigenlijk? Vroeger hoorde men het argument dat eerdere publicatie van de begrotingsstukken een affront jegens de koning zou zijn, want die zou dan een Troonrede voordragen waar geen nieuws meer in zou staan. Dat argument hoor je niet meer. Nee, luidt het argument nu, het ‘indienen’ van begrotingshoofdstukken vindt plaats op de derde dinsdag in september en dus worden die dan ook pas openbaar. ‘Indiening’ is dus blijkbaar hetzelfde als ‘openbaarmaking’. Heel lang geleden moge dat praktisch zo zijn geweest, maar dat is een door de tijd volledig achterhaalde betekenis van het woord ‘indienen’.

Wat art. 105 laat weten is niet dat op Prinsjesdag de stukken openbaar moeten worden, maar dat ze uiterlijk op die dag bij de Kamer moeten zijn ingeleverd, zoals dat ook geldt voor de Troonrede die, krachtens art. 65 van de Grondwet, uiterlijk op de derde dinsdag moet worden uitgesproken. Om het parlementaire begrotingsproces goed te laten verlopen, is het immers nodig dat de vereiste stukken bijtijds bij de Tweede Kamer zijn. Het gaat om tijdigheid en om gelijktijdigheid, het heeft met openbaarheid niets te maken.

Nu is het natuurlijk wel zo elegant als ’s Konings gehoor de tekst van de Troonrede nog niet kent op het moment van uitspreken. Er is voorts veel te zeggen voor de gedachte om de openbaarmaking van begrotingsstukken, met inbegrip van de Miljoenennota en uitgezonderd de Troonrede, naar vermogen te synchroniseren. Die synchronisatie van openbaarmaking hoeft echter niet samen te vallen met Prinsjesdag. De ministerraad zou zelfs kunnen beslissen begrotingshoofdstukken openbaar te maken in volgorde van de besluitvorming daarover, zolang hij die maar alle tegelijk op Prinsjesdag formeel indient bij de Tweede Kamer. Het openbaarmakingsbeleid is een kwestie van politieke keuzes. Met de Grondwet heeft het niets te maken.

Noch art. 65 noch art. 105 van de Grondwet staat dus in de weg aan publicatie van Miljoenennota en begrotingsstukken, enige dagen voorafgaand aan Prinsjesdag of eventueel zodra die gereed zijn. Daartegenover staan art. 42 en art. 68 van de Grondwet, over de ministeriële verantwoordelijkheid en de parlementaire inlichtingenplicht die de regering een actieve informatieplicht opdragen. Intussen is daar art. 110 bijgekomen dat van de overheid handelen in de openbaarheid vraagt. Daarbij gaat het niet alleen om het parlement maar om de bevolking als geheel. De Grondwet kent geen embargo’s en geen alibi’s tegen openbaarheid; hij mag daar ook niet voor worden misbruikt.

Zowel de openbaarheid als een goed parlementair debat zouden ermee zijn gediend als de begrotingsstukken, inclusief de Miljoenennota, enige dagen vóór Prinsjesdag bekend zijn. De Tweede Kamer zou dan bij de Algemene Politieke Beschouwingen gebruik kunnen maken van de kritiek vanuit een geïnformeerde bevolking en haar belangenorganisaties. Dan spreken wij tegelijkertijd af dat alleen de Troonrede tot Prinsjesdag geheim blijft en, om belangwekkend te zijn, meer omvat dan het droef makende wensenlijstje van de bewindslieden in slecht Nederlands dat wij al zo lang kennen. Dat is pas een affront jegens de koning.